Typoscript (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typoscript (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 22 mei (gezien de referentie naar maart 1937, betreft dit 22 mei 1937). Onbekend (vermoedelijk het hoofd van de Marktdienst/Contrôle). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Pagina-identificatie bovenin:]
3 22 Mei 7
18/3/9 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
[Hoofdtekst:]
aantal belangryk minder en moet het zelfs op 4 worden gesteld. (Vide vervolgblad 15 van myn rapport d.d. 24 Maart jl. No. 18/3/5 M 1937). By dit aantal is dan nog in het geheel geen rekening gehouden met een zekere reserve voor vervanging van marktpersoneel by ziekte of verlof of voor vervanging der contröleurs zelve. Iedere aanwyzing van nieuwe markten beteekent, dat het aantal uren effectieve ventcontrôle vermindert. De markt aan het Mosplein is daarvan een voorbeeld, terwyl ook de automarkt met het bestaande personeel zal worden bezet. M.i. moet men dan ook de mogelykheid van bezuiniging op de straatcontrôle steeds zien in verband met de noodzakelyke personeelsbezetting van de dagmarkten.
Indien men ertoe zou overgaan 4 contröleurs, te weten 2 straatcontröleurs en 2 inners, te ontslaan, dan zou dit beteekenen, dat op Zaterdag geen enkel uur beschikbaar zou zyn voor ventcontrôle. De twee inners doen namelyk op Zaterdag dienst op een dagmarkt (de betaalkantoren zyn op dien dag gesloten) en deze zouden dus door twee ventcontröleurs vervangen moeten worden, hetgeen tot gevolg zou hebben, dat op den dag, dat de meeste venters op straat zyn, er geen ambtenaren voor straatcontröle beschikbaar zyn.
Myn conclusie is dan ook, dat ten aanzien van de straatcontröle de minimum personeelsbezetting is bereikt, die voor een stad met een omvang als Amsterdam, noodzakelyk is.
Op grond hiervan acht ik de besparing van twee straatcontröleurs niet mogelyk.
Vervolgblad 4, tweede alinea. ("Het inzicht over de ventersdichtheid").
In myn bovenaangehaald rapport d.d. 24 Maart jl. berichtte ik U op de vervolgbladen 2 en 4 onder andere over het systeem der huidige contröle. Daaruit blykt, dat by de gewone contröle niet iedere venter wordt aangehouden; slechts in de zoogenaamde werkrayons wordt iedere venter gecontröleerd of geteld. Het inzicht in de ventersdichtheid blykt dus niet uit het gewone dagrapport, doch alleen uit de gegevens betreffende
[Handgeschreven kanttekeningen in rood/bruin:]
(Linksboven:) Zie verlofkaart '37: op Zaterdag blijft er in Juli en Aug. niets over!!
(Midden rechts, bij de tekst over inners:) Deze heren maken ook de dagmarkten!!
(Linksonder, met een pijl naar boven:) In Juli en Aug. dus 4 tekort! Bij verlof + ziekte is de bezetting op die dagen absoluut onvoldoende. * Kernbetoog: De schrijver verzet zich tegen de voorgestelde bezuiniging waarbij vier functionarissen (twee controleurs en twee inners) ontslagen zouden worden. De hoofdvraag is hoe de "ventcontrôle" (toezicht op straathandelaren/venters) gehandhaafd kan blijven.
* Logistiek probleem: Er is een direct verband tussen de bezetting van de vaste dagmarkten en de controle op straat. Vooral op zaterdagen is de druk hoog omdat inners (die normaal geld innen bij kramen) dan elders worden ingezet, waardoor controleurs hun taken moeten overnemen.
* Specifieke locaties: De markt op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en de "automarkt" worden genoemd als extra belasting voor het huidige personeelsbestand.
* Toon: De tekst is ambtelijk en waarschuwend. De handgeschreven noten versterken dit door te wijzen op de kritieke situatie tijdens de zomermaanden (vakantieperiode), waarin het tekort aan personeel volgens de annotator "absoluut onvoldoende" is. Dit document stamt uit mei 1937, een periode waarin de gemeente Amsterdam (onder de Wethouder voor de Levensmiddelen) probeerde te bezuinigen op het ambtelijk apparaat, terwijl de behoefte aan regulering van de straathandel juist groot was door de economische crisis van de jaren '30. Veel mensen probeerden als venter een inkomen te verdienen, wat leidde tot een hoge "ventersdichtheid". De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd verantwoordelijk voor het marktwezen. De discussie over "werkrayons" duidt op een vroege vorm van statistische controle op economische activiteit in de openbare ruimte.