Concept-brief (intern ambtelijk schrijven).
Origineel
Concept-brief (intern ambtelijk schrijven). 19 mei 1937 (verzonden/verwerkt op 20 mei 1937). Een afdelingshoofd (geparafeerd, mogelijk "HB"). (De spelling en interpunctie van het origineel zijn aangehouden. Doorgehaalde tekst is weergegeven tussen [ ].)
[Linksboven:]
Bezuiniging bij
wijziging van de
heffing van ventgeld.
[Midden:]
20/5-1937
[Paraaf]
[Rechtsboven:]
A’dam, 19/5 1937
W. h. M.
5 ex. concept [in rood]
Naar aanleiding van Uw rapport
dd. 13 Mei jl. Afd. L.M. 1937 Nº 269 heb ik de eer
U het volgende te berichten.
De conclusie van Uw rapport komt
hierop neer, dat bij invoering van een nieuwe
betalingsregeling voor de venters, op de uitvoering
der Marktverordening bij mijn dienst, naast eenige
kleinere bezuinigingen, zes ambtenaren
moeten worden bezuinigd.
Ik voel mij verplicht hieromtrent
de volgende opmerkingen te maken.
[Marge:] Inleiding.
De schatting van de te verwachten bezuiniging
wordt in belangrijke mate beheerscht door de
verwachtingen, die men van het nieuwe stelsel
koestert. Zoals U reeds in besprekingen
met mij omtrent het onderhavige onderwerp
is gebleken, zijn mijn verwachtingen van de
practische resultaten van het nieuwe stelsel
niet optimistisch: met name verwacht
ik vele moeilijkheden bij de betaling éénmaal
per jaar, [zij het, dat de venters gedurende een
periode van ~~een~~ een maand of van zes weken
vooruit mogen betalen]. Zullen reeds
talrijke normale venters [een] bezwaarlijk
een [vrij] groot bedrag in een betrekkelijk
kort tijdsbestek kunnen opbrengen, voor
de vele kleine venters, die gedurende een
deel van het jaar steun genieten, zullen de
moeilijkheden onoverkomelijk zijn. Mijn
ervaring met uit steun komende venters,
die nog ventschuld hebben over de periode,
voorafgaande aan den datum van ingang
van steun, wijst sterk in die richting.
Daarbij komt, dat de nieuwe regeling juist
voor deze venters ongunstiger wordt,
daar het in de bedoeling ligt, geen vrij-
stelling van betaling van ventgeld, om
welke reden dan ook, te verleenen.
Het gevolg van een en ander zal m.i.
zijn, dat de hierbedoelde venters gedurende
de enkele maanden per jaar, dat ze geen
steun genieten, zullen trachten clan-
destien te venten of ze zullen slechts
dan uit de steun gaan, wanneer De auteur van deze brief reageert op een voorstel om de inning van het "ventgeld" (de belasting die straatverkopers moeten betalen) te reorganiseren. Het doel van het voorstel is een bezuiniging waarbij zes ambtenarenbanen kunnen vervallen door de betalingsfrequentie te verlagen (van regelmatige kleine bedragen naar één jaarlijkse betaling vooraf).
De auteur uit fundamentele kritiek op dit plan:
1. Sociaal-economische impact: De armste venters, die vaak deels afhankelijk zijn van de "steun" (werkloosheidsuitkering), kunnen nooit een groot bedrag ineens vooruitbetalen.
2. Onvermijdelijke illegaliteit: Er wordt gewaarschuwd dat deze mensen dan "clandestien" gaan venten (zonder vergunning), wat de handhaving weer moeilijker maakt.
3. Systeemfout: Het nieuwe stelsel voorziet niet in vrijstellingen, wat contraproductief werkt voor mensen die proberen uit de uitkering te komen. Het document dateert uit mei 1937. Nederland bevond zich op dat moment in de nasleep van de grote economische crisis van de jaren '30. De werkloosheid was hoog en veel Amsterdammers probeerden als kleine zelfstandige (venter) het hoofd boven water te houden, vaak in combinatie met de gemeentelijke steun.
"Ventgeld" was een belangrijke, maar voor de doelgroep zware gemeentelijke belasting. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de noodzaak tot bezuinigen door de overheid enerzijds en de bittere sociaal-economische realiteit van de stadsbevolking anderzijds. De brief toont een ambtenaar die vanuit de praktijk waarschuwt voor de theoretische papieren werkelijkheid van een bezuinigingsrapport.