Topografische kaart van de gemeente Amsterdam met handgeschreven annotaties.
Origineel
Topografische kaart van de gemeente Amsterdam met handgeschreven annotaties. (Centraal bovenin, in rood): NOORD
aantal inwoners volgens woningtelling 1936: 54.194.
aantal venters op 1 Mrt 1940: 299.
geblokkeerd ± 90.
op straat ± 209.
(Midden links, in rood): WEST
aantal inwoners volgens woningtelling 1936: 222.143.
aantal venters per 1 Mrt 1940: 754
geblokkeerd ± 225
op straat ± 529.
(Midden, in rood): CENTRUM
aantal inwoners volgens woningtelling 1936: 177.575
aantal venters op 1 Mrt 1940: 952.
geblokkeerd ± 195
op straat ± 757.
(Midden rechts, in rood): OOST
aantal inwoners volgens woningtelling 1936: 157.171.
aantal venters 1 Mrt 1940: 573.
geblokkeerd ± 167.
op straat ± 406.
(Linksonder het centrum, in rood): ZUID
aantal inwoners volgens woningtelling 1936: 184.729
aantal venters 1 Mrt 1940: 848.
geblokkeerd ± 246.
op straat ± 602.
(Rechtsonder, handgeschreven tekst):
Op 1 Mrt '40 zijn er 297 venters die niet artikelen voor de gehele stad venten: brievenbus-loopers, venters die uitsluitend op het Waterlooplein mogen staan [onleesbaar, waarschijnlijk 'enz'].
Totaal aantal venters op 1 Mrt 1940: 3726. Geblokkeerd ± 923. Op straat ± 2803.
Totaal aantal inwoners per 1 Jan. 1940: 800.306.
(Kleine notitie daaronder): waarvan ± 3,5/1000 venters.
(Rechtsonder, gedrukte tekst):
SCHAAL 1:25.000
DIENST DER PUBLIEKE WERKEN
PRIJS f 1.00 Dit document is een administratief-statistisch overzicht van de ambulante handel (straatverkoop) in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De kaart fungeert als een visualisatie van de spreiding van venters over de stad in verhouding tot de bevolkingsdichtheid.
De termen "geblokkeerd" en "op straat" verwijzen naar de regulering van ventvergunningen. "Geblokkeerd" duidt waarschijnlijk op vergunninghouders die tijdelijk niet mochten venten of gebonden waren aan een vaste standplaats (zoals op de markten), terwijl "op straat" de mobiele venters betreft.
De annotaties tonen aan dat het Centrum en Zuid de hoogste concentraties venters hadden. De berekening rechtsonder (± 3,5 per 1000 inwoners) suggereert dat de gemeente probeerde de economische druk of de overlast van de straathandel in kaart te brengen. De datering van 1 maart 1940 is historisch significant. Het is slechts tien weken voor de Duitse inval. In de jaren dertig was de straathandel in Amsterdam enorm gegroeid als gevolg van de grote werkloosheid tijdens de crisisjaren; voor velen was venten een laatste redmiddel om een inkomen te genereren.
De gemeente Amsterdam probeerde deze sector streng te reguleren via een vergunningenstelsel. De expliciete vermelding van het Waterlooplein in de kantlijn is relevant, omdat dit het hart van de Joodse buurt was, waar straathandel een diepgewortelde economische en culturele factor was.
Hoewel dit document een pre-oorlogse gemeentelijke inventarisatie lijkt, is het type data (bevolkingsaantallen en economische activiteit per district) exact de informatie die de Duitse bezetter later zou gebruiken voor de registratie, isolatie en uiteindelijke deportatie van de Joodse bevolking van Amsterdam. De indeling in districten en het tellen van specifieke beroepsgroepen in die wijken werd na mei 1940 een instrument voor vervolging. Gemeente Amsterdam Publieke Werken