Ambtsbrief / Officiële kennisgeving.
Origineel
Ambtsbrief / Officiële kennisgeving. 29 mei 1940. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, vermoedelijk Marktwezen Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:]
K. Müller [met paraaf]
[Getypt:]
VP/DV.
72/48/2 N.
29 Mei 1940.
Hiermede bericht ik U, dat door den heer Seegers,
Secretaris der Venters- en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Be-
lang" het door U met ingang van 1 Juni a.s. verschuldigde vent-
geld (met leges) ten bedrage van f 5,- is betaald.
U gelieve vóór 1 Juni a.s. Uw ventvergunning voor
het boekjaar 1940/1941 te laten verlengen op het Hoofdkantoor
van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14 alhier, tegen afgifte
van dezen brief.
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als kwitantie en instructie voor een straatverkoper (venter). Een belangenvereniging genaamd "Ons Belang" heeft namens de geadresseerde het verschuldigde bedrag van 5 gulden betaald. De ontvanger moet nu met deze brief naar het hoofdkantoor om de fysieke vergunning voor het nieuwe boekjaar op te halen.
* Locatie: Het adres Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen en het kantoor van de gemeentelijke dienst Marktwezen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke formele spelling ("den heer", "vereeniging", "dezen brief").
* Tijdstip: De brief is gedateerd op 29 mei 1940, slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat de civiele administratie en de regulering van de handel direct na de inval gewoon doorgingen. Deze brief geeft een inkijkje in de strakke organisatie van de ambulante handel in Amsterdam aan het begin van de bezettingstijd. Venters en marktkooplieden waren vaak georganiseerd in verenigingen die de administratieve lasten en betalingen voor hun leden centraliseerden. De vereniging "Ons Belang" trad hier op als tussenpersoon. De vergunningscyclus liep blijkbaar gelijk met het boekjaar dat op 1 juni startte. In de oorlogsjaren zou de controle op deze vergunningen en de persoonsgegevens van de handelaren door de bezetter steeds strenger worden ingezet voor uitsluiting en vervolging, met name van Joodse marktkooplieden.
Samenvatting
- Inhoud: De brief dient als kwitantie en instructie voor een straatverkoper (venter). Een belangenvereniging genaamd "Ons Belang" heeft namens de geadresseerde het verschuldigde bedrag van 5 gulden betaald. De ontvanger moet nu met deze brief naar het hoofdkantoor om de fysieke vergunning voor het nieuwe boekjaar op te halen.
- Locatie: Het adres Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen en het kantoor van de gemeentelijke dienst Marktwezen.
- Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke formele spelling ("den heer", "vereeniging", "dezen brief").
- Tijdstip: De brief is gedateerd op 29 mei 1940, slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat de civiele administratie en de regulering van de handel direct na de inval gewoon doorgingen.
Historische Context
Deze brief geeft een inkijkje in de strakke organisatie van de ambulante handel in Amsterdam aan het begin van de bezettingstijd. Venters en marktkooplieden waren vaak georganiseerd in verenigingen die de administratieve lasten en betalingen voor hun leden centraliseerden. De vereniging "Ons Belang" trad hier op als tussenpersoon. De vergunningscyclus liep blijkbaar gelijk met het boekjaar dat op 1 juni startte. In de oorlogsjaren zou de controle op deze vergunningen en de persoonsgegevens van de handelaren door de bezetter steeds strenger worden ingezet voor uitsluiting en vervolging, met name van Joodse marktkooplieden.