Handgeschreven brief/verzoekschrift op briefkaartformaat.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift op briefkaartformaat. 20 mei 1940. J. Bras, Jasmijnstraat 5-I, Amsterdam ("Alhier"). Adam 20-5-40
Mijnheer.
Daar ik wegens oorlogstoe-
stand bijna zonder ver-
dienste ben verzoek ik u
mij nog eenigen tijd uit-
stel van betalen te wil-
len schenken.
Achtend.
J Bras.
Jasmijnstr 5 I
Alhier
[Administratieve markeringen:]
* Stempel onderaan: № 72/51/1 M. 1940
* Handgeschreven (paars) bij stempel: 31/5
* Handgeschreven (paars) links: 26-216
* Potloodnotitie rechts: DWA
* Stempel rechtsboven: Een paars rond stempel met de letter W. De schrijver, J. Bras, richt een formeel verzoek tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of nutsbedrijf, gezien de administratieve stempels). De kern van het verzoek is uitstel van betaling.
De reden die hiervoor wordt opgegeven is zeer specifiek: de "oorlogstoestand" heeft ervoor gezorgd dat de afzender "bijna zonder verdienste" (inkomen) is komen te zitten. De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon ("Mijnheer", "Achtend", "te willen schenken").
De administratieve stempels onderaan duiden op een procesgang. Het nummer "72/51/1 M. 1940" lijkt een dossier- of volgnummer. De datum "31/5" suggereert dat het verzoek elf dagen na verzending is verwerkt of geregistreerd door de betreffende instantie. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de directe economische gevolgen van de Duitse inval in Nederland. De brief is gedateerd op 20 mei 1940, slechts vijf dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en tien dagen na het begin van de invasie (10 mei 1940).
De "oorlogstoestand" waar Bras naar verwijst, duidt op de totale ontregeling van de maatschappij in de eerste dagen na de inval. Bedrijven sloten, de handel kwam stil te liggen en veel mensen verloren direct hun bron van inkomsten. De Jasmijnstraat ligt in de wijk De Baarsjes in Amsterdam, een buurt die in die tijd bewoond werd door de werkende klasse en kleine middenstanders, groepen die direct getroffen werden door de economische onzekerheid van de nieuwe bezettingsmacht. Dit briefje vormt een micro-getuigenis van hoe de wereldgeschiedenis direct ingreep op het dagelijks overleven van individuele Amsterdammers.
Samenvatting
De schrijver, J. Bras, richt een formeel verzoek tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of nutsbedrijf, gezien de administratieve stempels). De kern van het verzoek is uitstel van betaling.
De reden die hiervoor wordt opgegeven is zeer specifiek: de "oorlogstoestand" heeft ervoor gezorgd dat de afzender "bijna zonder verdienste" (inkomen) is komen te zitten. De brief is geschreven in een beleefde, enigszins formele toon ("Mijnheer", "Achtend", "te willen schenken").
De administratieve stempels onderaan duiden op een procesgang. Het nummer "72/51/1 M. 1940" lijkt een dossier- of volgnummer. De datum "31/5" suggereert dat het verzoek elf dagen na verzending is verwerkt of geregistreerd door de betreffende instantie.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de directe economische gevolgen van de Duitse inval in Nederland. De brief is gedateerd op 20 mei 1940, slechts vijf dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en tien dagen na het begin van de invasie (10 mei 1940).
De "oorlogstoestand" waar Bras naar verwijst, duidt op de totale ontregeling van de maatschappij in de eerste dagen na de inval. Bedrijven sloten, de handel kwam stil te liggen en veel mensen verloren direct hun bron van inkomsten. De Jasmijnstraat ligt in de wijk De Baarsjes in Amsterdam, een buurt die in die tijd bewoond werd door de werkende klasse en kleine middenstanders, groepen die direct getroffen werden door de economische onzekerheid van de nieuwe bezettingsmacht. Dit briefje vormt een micro-getuigenis van hoe de wereldgeschiedenis direct ingreep op het dagelijks overleven van individuele Amsterdammers.