Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en handtekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en handtekening. 6 juni 1940. B. Worms, Secretaris van de "Alg. Venters, Markt en Standplaatshoudersbond in Nederl. Afd. A.dam." (Algemene Bond van Venters, Markt- en Standplaatshouders in Nederland, Afdeling Amsterdam). Den WelEd. Heer de Haer, Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. N.º 72/58/1 M. 1940 7/6 [handgeschreven in inkt]
[Handgeschreven paraaf rechtsboven]
Amsterdam, 6 Juni 1940.
Den WelEd.Heer de Haer.
Inspecteur van het
Marktwezen.
Amsterdam.
WelEd.Heer,
Namens ons lid Nunes, wonende Utrechtsedwarsstraat 89
en standplaatshouder met Bloemen op het Frederiksplein, verzoek ik
U beleefd te willen toezien, op het innemen van een standplaats ook
met bloemen door een vrouw zonder vent of standplaats vergunning en
die regelmatig en zeker des middags staat op de hoek van de Utrechtsestr.
en Utrechtsedwarsstraat.
Het regelmatig innemen van een standplaats, dupeert hem
nu extra, daar er zeer weinig te verkopen valt.
U bij voorbaat dankend voor Uw medewerking,
Hoogachtend,
[Handtekening: B Worms]
Secretaris,
Alg. Venters, Markt en Standplaatshoudersbond in Nederl. Afd. A.dam.
Lepelstraat 8. Deze brief is een formeel schrijven van een vakbond voor marktkooplieden aan de gemeentelijke inspectie. De secretaris, B. Worms, treedt op voor een lid genaamd Nunes. Nunes heeft een officiële standplaats voor bloemen op het Frederiksplein, maar ondervindt illegale concurrentie van een vrouw die zonder vergunning bloemen verkoopt op de nabijgelegen hoek van de Utrechtsestraat en de Utrechtsedwarsstraat.
De brief benadrukt de precaire economische situatie: er wordt expliciet vermeld dat er "zeer weinig te verkopen valt", waardoor de illegale concurrentie extra hard aankomt. De toon is zakelijk en respectvol, passend bij de bureaucratische omgangsvormen van die tijd. De datum van de brief, 6 juni 1940, is zeer betekenisvol. Het is slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting (mei 1940). Hoewel het dagelijks leven en de bureaucratie ogenschijnlijk doorgaan, wijst de opmerking over de slechte verkoop ("zeer weinig te verkopen valt") waarschijnlijk op de directe economische ontregeling door de oorlogsomstandigheden en het begin van schaarste.
De naam 'Nunes' is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse achternaam in Amsterdam. Ook het adres van de bond, Lepelstraat 8, bevond zich in de Joodse buurt (vlakbij de Weesperstraat). In deze vroege fase van de bezetting waren de anti-Joodse maatregelen nog niet volledig van kracht op het gebied van markthandel, maar de kwetsbaarheid van Joodse ondernemers nam snel toe. De brief toont aan hoe kleine neringdoenden probeerden hun rechten te beschermen via hun beroepsvereniging in een tijd van grote onzekerheid.