Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 27 juni 1940. G. W. Bos, Tuinbouwstraat 118, Amsterdam-Oost. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
№ 72/66/M. 1940 29/6
[Handgeschreven rechtsboven:]
n.i. Hb. Mijlla
(3)
Den Directeur van het Marktwezen
Amsterdam
27 Juni ’40.
Mijnheer,
Door omstandigheden (ziekenhuis, verpleging met gebroken been) ben ik steeds verhinderd geweest, de, aan mij behoorende ventvergunning te vernieuwen en opnieuw te betalen.
Daar ik voorloopig niet meer in staat ben, mijn practijk weer uit te oefenen, door force majeur, vraag ik u beleefd ontslag van deze betaling, echter toch in die mate dat, de aan mij toebehoorende ventvergunning niet vervalt, maar weer in gebruik mag worden genomen als ik deze weer noodig mocht hebben, eventueel tegen een door u bepaald ventgeld.
Het № dezer ventvergunning is Serie 3, № 162.
Met verschuldigde dank, teeken ik
Hoogachtend,
[Signatuur: G.W. Bos]
G. W. Bos.
Tuinbouwstr 118
Alhier -O.-
[Stempel linksonder:]
G. W. BOS
Tuinbouwstraat 118
AMSTERDAM-O. * Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel Nederlands met de toen gangbare spelling (bijv. "behoorende", "practijk", "noodig", "teeken").
* Inhoud: De heer Bos verzoekt om vrijstelling van betaling voor zijn ventvergunning omdat hij door een gebroken been en ziekenhuisopname niet kan werken ("force majeur"). Hij wil de vergunning echter niet kwijtraken en vraagt om een regeling waarbij hij deze in de toekomst weer kan activeren, mogelijk tegen een gereduceerd tarief ("ventgeld").
* Opmerkelijke details: De rode onderstrepingen lijken door een ambtenaar te zijn gezet om de kern van het verzoek te markeren. De term "force majeur" (overmacht) wordt gebruikt om de juridische/formele basis van het verzoek te versterken.
* Status: Het document is een officieel correspondentstuk uit de administratie van de gemeente Amsterdam (Marktwezen). Deze brief dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting op dat moment al een feit was, volgde de lokale bureaucratie in Amsterdam, zoals het Marktwezen, nog grotendeels de bestaande vooroorlogse procedures voor markt- en ventzaken. Voor een kleine zelfstandige (venter) in Amsterdam-Oost was het behoud van een vergunning cruciaal voor de bestaanszekerheid na herstel van een blessure. De brief geeft een inkijkje in de persoonlijke nood en de formele manier waarop burgers in die tijd communiceerden met de overheid. Bos verzoekt (De heer) G.W. Bos W. Bos Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel Nederlands met de toen gangbare spelling (bijv. "behoorende", "practijk", "noodig", "teeken").
- Inhoud: De heer Bos verzoekt om vrijstelling van betaling voor zijn ventvergunning omdat hij door een gebroken been en ziekenhuisopname niet kan werken ("force majeur"). Hij wil de vergunning echter niet kwijtraken en vraagt om een regeling waarbij hij deze in de toekomst weer kan activeren, mogelijk tegen een gereduceerd tarief ("ventgeld").
- Opmerkelijke details: De rode onderstrepingen lijken door een ambtenaar te zijn gezet om de kern van het verzoek te markeren. De term "force majeur" (overmacht) wordt gebruikt om de juridische/formele basis van het verzoek te versterken.
- Status: Het document is een officieel correspondentstuk uit de administratie van de gemeente Amsterdam (Marktwezen).
Historische Context
Deze brief dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting op dat moment al een feit was, volgde de lokale bureaucratie in Amsterdam, zoals het Marktwezen, nog grotendeels de bestaande vooroorlogse procedures voor markt- en ventzaken. Voor een kleine zelfstandige (venter) in Amsterdam-Oost was het behoud van een vergunning cruciaal voor de bestaanszekerheid na herstel van een blessure. De brief geeft een inkijkje in de persoonlijke nood en de formele manier waarop burgers in die tijd communiceerden met de overheid.