Ambtelijk afschrift van een brief.
Origineel
Ambtelijk afschrift van een brief. De Wethouder voor de Levensmiddelen, wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze: F. van Meurs). Den Heer A. Engel, Schinkelkade 50 hs., Amsterdam. № 72/65//M.1940 27/6 [handgeschreven toevoeging] dMln [handgeschreven]
Afd. L.M. Amsterdam, 27 Juni 1940.
No. 70/193 (1940)
Gezien [stempel] Afschrift.
[handgeschreven paraaf/tekening]
In antwoord op Uw verzoek om in aanmerking te
mogen komen voor een ventvergunning op grond van de
omstandigheid, dat U sedert 1929 in het bezit bent
van een vergunning tot het innemen van een vaste
standplaats op den openbaren weg ten behoeve van
den verkoop van haring, deel ik U mede, dat geen
ventvergunningen meer kunnen worden verstrekt aan
standplaatshouders, die tevoren niet reeds in het
bezit van een ventvergunning waren.
Ik wijs Uw verzoek derhalve van de hand.
fSL
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
Aan den Heer A. Engel,
Schinkelkade 50 hs. * Onderwerp: Afwijzing van een aanvraag voor een ventvergunning (mobiele handel).
* Inhoud: De heer A. Engel, die al sinds 1929 een vaste standplaats heeft voor de verkoop van haring, wilde daarnaast een ventvergunning verkrijgen. De gemeente wijst dit af op basis van een beleidswijziging waarbij geen nieuwe ventvergunningen meer worden uitgegeven aan standplaatshouders die deze niet al eerder hadden.
* Vorm: Het betreft een 'Afschrift', wat betekent dat dit een kopie is voor de eigen administratie van de gemeente. De stempel "Gezien" met de handgeschreven paraaf bevestigt dat een ambtenaar het stuk heeft gecontroleerd of verwerkt.
* Toon: De brief is kort, formeel en bureaucratisch van aard. Er wordt geen ruimte gelaten voor beroep of verdere toelichting. * Historisch kader: De brief is gedateerd op 27 juni 1940, slechts zes weken na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel het een lokale administratieve kwestie betreft, valt de brief in de beginfase van de bezetting waarin de regels voor straathandel en economische activiteit scherper werden aangetrokken.
* Bestuur: Floor van Meurs (SDAP) was ten tijde van de inval wethouder in Amsterdam. De democratisch gekozen wethouders bleven in de eerste maanden van de bezetting vaak nog aan hun post voordat zij later door de bezetter werden vervangen of ontslagen.
* Locatie: De Schinkelkade 50 in Amsterdam is het woonadres van de aanvrager. Veel kleine zelfstandigen in de haringhandel waren in die tijd afhankelijk van dergelijke gemeentelijke vergunningen voor hun bestaansrecht. De weigering om extra vergunningen te verlenen kan wijzen op een vroege poging van het bestuur om de "wildgroei" van straathandel in te dammen of te reguleren onder de nieuwe omstandigheden.