Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. 5 juli 1940. [Rechtsboven:]
n.v. Insp.
Fruit
[Hoofdtekst:]
1)
Leijers klaagt over 2 venters zonder v.v.
werkend Prinsengracht h/h Haarl. dijk ;
voorts 2 venters, geheten Hardebol
[tussenvoeging boven Hardebol:] Hulzebosch
en P. de Haan, werkend in de Jordaan.
De eerste twee nemen ook el. expl. in.
2) Wordt in de Alb. C. niet regelmatig
2 x p. week gestaan, doch slechts 1x?
3) Zijn er dispensaties van het regelmatig
bezetten, die al een jaar duren?
Of komt dit laatste alleen voor in
steungevallen, die in behandeling
zijn voor intrekking?
[Ondertekening:]
5/7 '40. Whov [?]
[Stempel onderaan:]
Nº 72/69 // M. 1940 5/7 Dit document is een interne ambtelijke correspondentie over de handhaving van markt- en ventregels in Amsterdam.
* Punt 1: Betreft een melding van illegale straathandel ("zonder v.v.", oftewel ventvergunning) op specifieke locaties (Prinsengracht/Haarlemmerdijk en de Jordaan). De afkorting "el. expl." verwijst waarschijnlijk naar 'electrische exploitatie', wat duidt op standplaatsen die voorzien zijn van een stroomaansluiting.
* Punt 2: Hier wordt de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt ("Alb. C.") getoetst. Standplaatshouders waren vaak verplicht een minimaal aantal dagen aanwezig te zijn om hun recht op de plek te behouden.
* Punt 3: Dit punt legt de verbinding tussen marktvergunningen en sociale zekerheid. "Steungevallen" verwijst naar personen die een werkloosheidsuitkering (steun) ontvingen. Er bestond een strikte controle op de combinatie van handel en uitkering; als men de marktplaats niet naar behoren bezette, kon de vergunning worden ingetrokken. De datum 5 juli 1940 is saillant: Nederland was op dat moment minder dan twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De notitie laat zien dat de gemeentelijke raderen, zoals de marktinspectie, in deze beginfase van de bezetting gewoon doordraaiden volgens de bestaande reglementen. De genoemde locaties (Jordaan, Haarlemmerdijk, Albert Cuyp) vormden toen, en nu nog steeds, het hart van de Amsterdamse markthandel. De notitie illustreert de nauwgezette bureaucratische controle op de kleine zelfstandigen en de armere bevolkingsgroepen ("steungevallen") in de stad. Fruit (Inspecteur) P. de Haan
Samenvatting
Dit document is een interne ambtelijke correspondentie over de handhaving van markt- en ventregels in Amsterdam.
* Punt 1: Betreft een melding van illegale straathandel ("zonder v.v.", oftewel ventvergunning) op specifieke locaties (Prinsengracht/Haarlemmerdijk en de Jordaan). De afkorting "el. expl." verwijst waarschijnlijk naar 'electrische exploitatie', wat duidt op standplaatsen die voorzien zijn van een stroomaansluiting.
* Punt 2: Hier wordt de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt ("Alb. C.") getoetst. Standplaatshouders waren vaak verplicht een minimaal aantal dagen aanwezig te zijn om hun recht op de plek te behouden.
* Punt 3: Dit punt legt de verbinding tussen marktvergunningen en sociale zekerheid. "Steungevallen" verwijst naar personen die een werkloosheidsuitkering (steun) ontvingen. Er bestond een strikte controle op de combinatie van handel en uitkering; als men de marktplaats niet naar behoren bezette, kon de vergunning worden ingetrokken.
Historische Context
De datum 5 juli 1940 is saillant: Nederland was op dat moment minder dan twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De notitie laat zien dat de gemeentelijke raderen, zoals de marktinspectie, in deze beginfase van de bezetting gewoon doordraaiden volgens de bestaande reglementen. De genoemde locaties (Jordaan, Haarlemmerdijk, Albert Cuyp) vormden toen, en nu nog steeds, het hart van de Amsterdamse markthandel. De notitie illustreert de nauwgezette bureaucratische controle op de kleine zelfstandigen en de armere bevolkingsgroepen ("steungevallen") in de stad.