Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 3 juli 1940. Ant. J. Penning (wonende Van Ostadestraat 129 II hoog). [Stempel/Kenmerk:] Nº 72/71/1 M. 1940 5/7
[Kanttekening:] n.i. Gulp.
Amsterdam 3 Juli 1940.
Mijnheer van der Laan.
Schrijver dezes van beroep kooper, een
standplaats hebbende met bloemen
op den openbaren weg hoek Van Ostadestraat
hoek Ferd. Bolstraat voor perceel 158.
en wonende van Ostadestraat 129 II hoog ver-
zoekt U beleefd aandacht voor het volgende.
Het komt de laatste tijd weer herhaal-
delijk voor, dat bloemenventers zonder
een vergunning tot het innemen van een
standplaats mij overlast en schade berokkenen
door zich steeds maar weer in mijn
onmiddellijke nabijheid op te houden en
de verkoop voor te staan. Gaarne zach
ik daar zoo spoedig mogelijk een eind
aan gemaakt, hetzij van wege het
Marktwezen zelf of, met bemoeijing
van Politie, want het is voor mij
niet mogelijk op die manier mijn
brood voor mij en mijn gezin te verdienen.
In de hoop U duidelijk ingelicht te hebben
verblijf ik U Hoogachtend Ant. J. Penning * Taal en Spelling: De brief is geschreven in een formeel, doch enigszins archaïsch Nederlands. Opvallend is de fonetische spelling "zach" in plaats van "zag" (regel 15) en het woord "kooper" voor koopman. De zinsbouw is beleefd doch dwingend.
* Inhoud: De kern van de klacht is oneerlijke concurrentie. De schrijver is een officiële standplaatshouder (met een vergunning voor een specifieke locatie: Ferd. Bolstraat hoek Van Ostadestraat) die last heeft van 'venters' zonder vergunning. Deze illegale verkopers "staan de verkoop voor", wat betekent dat zij klanten wegkapen voordat ze de officiële kraam bereiken.
* Sociale context: De brief benadrukt de noodzaak om voor een gezin te zorgen ("mijn brood voor mij en mijn gezin te verdienen"). In een tijd van economische onzekerheid was het behoud van een vaste standplaats cruciaal voor het overleven van kleine zelfstandigen. Dit document stamt uit juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een lokaal-economisch probleem behandelt (marktregulering en handhaving door de Dienst van het Marktwezen), weerspiegelt het de dagelijkse realiteit van de Amsterdamse straathandel in die tijd. De locatie (hoek Ferdinand Bolstraat en Van Ostadestraat) bevindt zich in de volksbuurt De Pijp, een gebied dat van oudsher bekend staat om zijn levendige straathandel en de nabijgelegen Albert Cuypmarkt. De klacht toont aan dat, ondanks de oorlogssituatie, de gemeentelijke bureaucratie en de regels omtrent marktvergunningen in eerste instantie gewoon bleven functioneren. De archiefstempel suggereert dat de brief officieel is verwerkt in de administratie van het Marktwezen. J. Penning Marktwezen Politie