Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 75
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/adviesnota (mogelijk van een marktmeester of politiedienst).

Origineel

Ambtelijk rapport/adviesnota (mogelijk van een marktmeester of politiedienst). moet er rekening mede worden gehouden, dat de Jan Evertsenstraat uitsluitend een winkelstraat is en een groote verkeersweg, zoodat het een unicum zou zijn hier een markt te stichten. (Al onze markten zijn gelegen aan zijstraten van drukke verkeers- en winkelstraten).

B. Stichting van een dagmarkt in de omgeving der Jan Evertsenstraat.

Deze oplossing is theoretisch slechts uitvoerbaar indien voor de Jan Evertsenstraat een ventverbod wordt uitgevaardigd, daar anders weer andere venters uit West in de Jan Evertsenstraat zouden komen en daar de oude venters, die dan op de markt zouden staan, ernstig zouden schaden; bovendien zou zulk een markt geen levensvatbaarheid hebben, daar de kooplieden toch regelmatig zouden trachten in de Jan Evertsenstraat te venten.
Practisch zou naar mijn meening een markt in de nabijheid der Jan Evertsenstraat geen kans van slagen hebben, omdat er geen publiek zal komen (zie de Hasebroekstraat).

C. Uitgifte van standplaatsen in de Jan Evertsenstraat.

Hoewel de Politie hiervan geen voorstander is, meen ik toch, dat deze oplossing niet zonder meer moet worden verworpen.
De Jan Evertsenstraat is inderdaad een drukke verkeersweg, doch de straat heeft ook een buitengewone breedte.
Het linker trottoir, gerekend vanaf de Admiraal de Ruyterweg, is 6 ½ meter breed; het linkerrijgedeelte 5 meter, dan komt een dubbel tramspoor, het rechterweggedeelte is weer 5 meter en het rechtertrottoir is 6 ½ meter. Ik zou mij desnoods met verkeersbezwaren der Politie kunnen vereenigen, hoewel de rijweg nog zeer breed is, doch indien men let op de breedte der trottoirs is het zonder meer duidelijk, dat daar gemakkelijk een handkar van 1 ½ meter breedte op kan staan, zonder dat het publiek daardoor in een ongestoorde passage zou worden belemmerd. Hierdoor zou dan een belangrijk deel der verkeersbezwaren vervallen.
Concurrentiebezwaren van winkeliers kunnen in deze straat niet voorkomen. Er is geen enkele bloemenwinkel gevestigd in de Jan Evertsenstraat en 3 aardappel-, groente- en fruitwinkels namelijk fa. Kliffen op no.70; fa. Nijman op no.90 en fa. Lindeman op no.96 en één comestibleszaak (zgn. nachtvergunning van 4 uur n.m. tot 1 uur v.m.) van fa. Kouwenberg op no.97. Daar in de Jan Evertsenstraat uitsluitend met bloemen en fruit wordt gevent is het duidelijk, dat de concurrentiebezwaren wel zullen meevallen.
Indien deze oplossing zou worden gekozen behoeft er mijns inziens geen ventverbod te worden uitgevaardigd, daar het innemen van clandestiene standplaatsen in verband met de bepalingen der Ventverordening, dan toch vrijwel onmogelijk is geworden. De Jan Evertsenstraat heeft een lengte van ruim 400 meter. Stel, dat er 24 venters geplaatst moeten worden, dat is dus 12 aan elke zijde der straat, dan zou dus om de 30 meter een standplaats gecreeerd moeten worden. Dit acht ik practisch wel degelijk uitvoerbaar.

D. Uitgifte van standplaatsen op de hoeken der zijstraten der Jan Evertsenstraat.

Indien de Politie zich desondanks ernstig zou blijven verzetten tegen de sub. C aangegeven oplossing, acht ik het mogelijk de onderhavige venters te plaatsen op de hoeken der zijstraten der Jan Evertsenstraat. Vanaf de Admiraal de Ruyterweg krijgt men allereerst de brug over de Admiralengracht; één der brugvleugels wordt nog niet ingenomen door een standplaatshouder en hier zou dus een venter met fruit kunnen worden geplaatst. De eerste zijstraat is dan de Marco Polostraat. Links zijn op de hoeken gevestigd een rijwielzaak en een manufacturenwinkel en rechts een café en een kruidenier. Ik acht het mogelijk aan iedere zijde der Jan Evertsenstraat 6 venters te plaatsen (8 meter vanaf de hoek) en wel drie tegen elke trottoirband. Iedere week zou gerouleerd kunnen worden, zoodat elke standplaatshouder eens in de 3 weken het dichtst bij den hoek staat. In dit document worden drie scenario's gewikt en gewogen om de overlast van 'venters' (straathandelaren) in de Jan Evertsenstraat te reguleren:

  1. Scenario B (Een nieuwe markt): Wordt afgewezen omdat venters waarschijnlijk toch in de drukke winkelstraat zouden blijven staan, en omdat een markt in een zijstraat (zoals de Hasebroekstraat) commercieel niet levensvatbaar zou zijn.
  2. Scenario C (Standplaatsen op het trottoir): Dit heeft de voorkeur van de schrijver. De straat is uitzonderlijk breed (6,5 meter trottoir aan weerszijden). De schrijver voert aan dat handkarren de passage niet hinderen en dat er nauwelijks concurrentie is voor de vaste winkeliers, behalve voor een drietal groentewinkels en één speciaalzaak (fa. Kouwenberg).
  3. Scenario D (Standplaatsen op hoeken van zijstraten): Dit is het reserveplan voor als de politie scenario C blokkeert. Hierbij wordt een roulatiesysteem voorgesteld voor de hoeken van bijvoorbeeld de Marco Polostraat.

Het document getuigt van een zeer gedetailleerde blik op de stedelijke inrichting (exacte breedtes van de weg en de tramsporen) en de lokale middenstand. De Jan Evertsenstraat was in de jaren '20 en '30 het kloppende hart van de nieuwe stadsuitbreiding 'Plan West'. Het was een prestigieuze, brede verkeersader. De spanning tussen de 'moderne' winkelstraat met vaste winkelpanden en de traditionele ambulante handel (venters met handkarren) was in deze periode een groot stedelijk vraagstuk. De politie zag venters vaak als verkeershindernis, terwijl de marktmeesters zochten naar een manier om deze handelaren (die vaak een belangrijke sociale en economische functie vervulden voor de minder bedeelde klasse) een legale plek te geven. De vermelding van de firma's Kliffen, Nijman en Lindeman biedt aanknopingspunten voor genealogisch of historisch onderzoek in adresboeken van Amsterdam uit die tijd.

Samenvatting

In dit document worden drie scenario's gewikt en gewogen om de overlast van 'venters' (straathandelaren) in de Jan Evertsenstraat te reguleren:

  1. Scenario B (Een nieuwe markt): Wordt afgewezen omdat venters waarschijnlijk toch in de drukke winkelstraat zouden blijven staan, en omdat een markt in een zijstraat (zoals de Hasebroekstraat) commercieel niet levensvatbaar zou zijn.
  2. Scenario C (Standplaatsen op het trottoir): Dit heeft de voorkeur van de schrijver. De straat is uitzonderlijk breed (6,5 meter trottoir aan weerszijden). De schrijver voert aan dat handkarren de passage niet hinderen en dat er nauwelijks concurrentie is voor de vaste winkeliers, behalve voor een drietal groentewinkels en één speciaalzaak (fa. Kouwenberg).
  3. Scenario D (Standplaatsen op hoeken van zijstraten): Dit is het reserveplan voor als de politie scenario C blokkeert. Hierbij wordt een roulatiesysteem voorgesteld voor de hoeken van bijvoorbeeld de Marco Polostraat.

Het document getuigt van een zeer gedetailleerde blik op de stedelijke inrichting (exacte breedtes van de weg en de tramsporen) en de lokale middenstand.

Historische Context

De Jan Evertsenstraat was in de jaren '20 en '30 het kloppende hart van de nieuwe stadsuitbreiding 'Plan West'. Het was een prestigieuze, brede verkeersader. De spanning tussen de 'moderne' winkelstraat met vaste winkelpanden en de traditionele ambulante handel (venters met handkarren) was in deze periode een groot stedelijk vraagstuk. De politie zag venters vaak als verkeershindernis, terwijl de marktmeesters zochten naar een manier om deze handelaren (die vaak een belangrijke sociale en economische functie vervulden voor de minder bedeelde klasse) een legale plek te geven. De vermelding van de firma's Kliffen, Nijman en Lindeman biedt aanknopingspunten voor genealogisch of historisch onderzoek in adresboeken van Amsterdam uit die tijd.

Locaties

Amsterdam stadsdeel West (De Baarsjes).

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4