Getypt rapport/memorandum met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen.
Origineel
Getypt rapport/memorandum met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen. [Pagina begint midden in een zin]
moet er rekening mede worden gehouden, dat de Jan Evertsenstraat uitsluitend een winkelstraat is en een groote verkeersweg, zoodat het een unicum zou zijn hier een markt te stichten. (Al onze markten zijn gelegen aan zijstraten van drukke verkeers- en winkelstraten).
B. Stichting van een dagmarkt in de omgeving der Jan Evertsenstraat.
Deze oplossing is theoretisch slechts uitvoerbaar indien voor de Jan Evertsenstraat een ventverbod wordt uitgevaardigd, daar anders weer andere venters uit West in de Jan Evertsenstraat zouden komen en daar de oude venters, die dan op de markt zouden staan, ernstig zouden schaden; bovendien zou zulk een markt geen levensvatbaarheid hebben, daar de kooplieden toch regelmatig zouden trachten in de Jan Evertsenstraat te venten.
Practisch zou naar mijn meening een markt in de nabijheid der Jan Evertsenstraat geen kans van slagen hebben, omdat er geen publiek zal komen (zie de Hasebroekstraat).
C. Uitgifte van standplaatsen in de Jan Evertsenstraat.
Hoewel de Politie hiervan [handgeschreven:] wellicht geen voorstander is [handgeschreven:] zullen zijn, meen ik toch, dat deze oplossing niet zonder meer moet worden verworpen.
De Jan Evertsenstraat is inderdaad een drukke verkeersweg, doch de straat heeft ook een buitengewone breedte.
Het linker trottoir, gerekend vanaf den Admiraal de Ruyterweg, is 6 ½ meter breed; het linkerrijgedeelte 5 meter, dan komt een dubbel tramspoor, het rechterweggedeelte is weer 5 meter en het rechtertrottoir is 6 ½ meter.
~~Ik zou mij desnoods met verkeersbezwaren der Politie kunnen vereenigen, hoewel de rijweg nog zeer breed is, doch indien~~ [handgeschreven in de kantlijn: I m i] gelet op de breedte der trottoirs is het ~~zonder meer~~ duidelijk, dat daar gemakkelijk een handkar van 1 ½ meter breedte op kan staan, zonder dat het publiek daardoor in een ongestoorde passage zou worden belemmerd. Hierdoor zou dan een belangrijk deel der verkeersbezwaren vervallen.
Concurrentiebezwaren van winkeliers kunnen in deze straat niet voorkomen. Er is geen enkele bloemenwinkel gevestigd in de Jan Evertsenstraat en 3 aardappel-, groente- en fruitwinkels namelijk fa. Kliffen op no. 70; fa. Nijman op no. 90 en fa. Lindeman op no. 96 en één comestibleszaak (zgn. nachtvergunning van 4 uur n.m. tot 1 uur v.m.) van fa. Kouwenberg op no. 97. Daar in de Jan Evertsenstraat uitsluitend met bloemen en fruit wordt gevent is het duidelijk, dat de concurrentiebezwaren wel zullen meevallen.
[De volgende paragraaf is met een groot kruis doorgehaald:]
~~Indien deze oplossing zou worden gekozen behoeft er mijns inziens geen ventverbod te worden uitgevaardigd, daar het innemen van clandestiene standplaatsen in verband met de bepalingen der Ventverordening, dan toch vrijwel onmogelijk is geworden. De Jan Evertsenstraat heeft een lengte van ruim 400 meter. Stel, dat er 24 venters geplaatst moeten worden, dat is dus 12 aan elke zijde der straat, dan zou dus om de 30 meter een standplaats gecreëerd moeten worden. Dit acht ik practisch wel degelijk uitvoerbaar.~~
[Handgeschreven toevoeging boven paragraaf D:]
Voor het verkrijgen van een mooie goedgekeurde toestand is een ventverbod echter onvermijdelijk.
D. Uitgifte van standplaatsen op de hoeken der zijstraten der Jan Evertsenstraat.
Indien de ~~Politie zich desondanks ernstig zou blijven verzetten~~ [handgeschreven:] ernstige bezwaren zouden blijven bestaan tegen de sub. C aangegeven oplossing, acht ik het mogelijk de onderhavige venters te plaatsen op de hoeken der zijstraten der Jan Evertsenstraat. Vanaf den Admiraal de Ruyterweg krijgt men allereerst de brug over de Admiralengracht; één der brugvleugels wordt nog niet ingenomen door een standplaatshouder en hier zou dus een venter met fruit kunnen worden geplaatst. De eerste zijstraat is dan de Marco Polostraat. Links zijn op de hoeken gevestigd een rijwielzaak en een manufacturenwinkel en rechts een café en een kruidenier. Ik acht het mogelijk aan iedere zijde der Jan Evertsenstraat 6 venters te plaatsen (8 meter vanaf den hoek) en wel drie tegen elk trottoirband. Iedere week zou gerouleerd kunnen worden, zoodat elke standplaatshouder eens in de 3 weken het dichtst bij den hoek staat.
[Onderaan de pagina uitgebreide handgeschreven aantekeningen:]
Bij deze oplossing is een ventverbod gewenst, teneinde het optreden van nieuwe clandestiene standpl. te voorkomen, zodat de mogelijkheid voor standplaatsen [...] voor staan. Dat de markt [...] zal worden beperkt, maar het is echter weer regelmatig toezicht is nodig op de naleving der Ventverordening [...] Dit document vormt een ambtelijk advies over de regulering van straathandel in een van de belangrijkste winkelstraten van Amsterdam-West tijdens de stadsuitbreiding (Plan West). De kern van het probleem is de spanning tussen de "vrije" venters (mobiele handelaren) en de gevestigde winkeliers, evenals de verkeersveiligheid op een drukke tramroute.
De auteur weegt drie opties af:
1. Een nieuwe dagmarkt (B): Wordt afgewezen omdat venters waarschijnlijk de straat zullen blijven verkiezen boven een zijstraat (marktplein), zoals ook bij de Hasebroekstraat bleek.
2. Vaste standplaatsen op het trottoir (C): De auteur bepleit dit omdat de trottoirs breed genoeg zijn (6,5 meter). Opvallend is de gedetailleerde opsomming van concurrerende winkeliers om aan te tonen dat de overlast voor de vaste middenstand beperkt zal zijn.
3. Standplaatsen op de hoeken van zijstraten (D): Een compromis-oplossing waarbij venters niet direct voor de etalages staan, maar op de hoeken van dwarsstraten zoals de Marco Polostraat.
De handgeschreven wijzigingen tonen een verschuiving in het denken: waar de getypte tekst eerst stelt dat een ventverbod misschien niet nodig is, wordt dit later gecorrigeerd ("onvermijdelijk"). Dit duidt op een behoefte aan strengere handhaving en regulering (het omzetten van 'wild' venten naar vergunde standplaatsen). De Jan Evertsenstraat was in de jaren '20 en '30 het kloppend hart van de nieuwe wijken in Amsterdam-West. De straat was ontworpen als een 'stadsboulevard' met allure, maar de praktijk was dat veel werklozen of kleine zelfstandigen probeerden te overleven door handel vanaf een handkar.
De verwijzing naar de Hasebroekstraat is historisch interessant; daar was inderdaad geprobeerd een markt te vestigen (de latere Ten Katemarkt-buurt), wat in de beginfase moeizaam verliep omdat venters liever op de drukkere doorgaande wegen bleven staan. De genoemde winkels (zoals fa. Kliffen en Lindeman) waren bekende namen in de buurt. De discussie over de breedte van de straat in relatie tot de tram onderstreept de modernisering van de stad in die periode.