Ambtelijke rapportage / brief (fragment).
Origineel
Ambtelijke rapportage / brief (fragment). Verwijst naar een eerdere rapportage van 27 maart 1939; dit document is vermoedelijk kort daarna opgesteld. Waarnemend (wnd.) Inspecteur. / zoodanig, dat ~~[onleesbaar doorgehaald]~~
een uur des middags in de Jan Evertsenstraat geweest doch heb nimmer een
agent gezien. Verbaliseerend schijnt de politie daar nimmer op te treden.
Dit is natuurlijk tevens een belangrijke factor, waarom de venters in deze
straat zoo'n zelfbewuste houding ~~kunnen aannemen~~. Zooals U bekend is, is
de personeelssterkte bij onzen dienst thans/niet voldoende personeel be-
schikbaar is, om voortdurend en intensief op bepaalde punten toezicht te
houden (dus te gaan jagen). Op grond van het bovenstaande meen ik U in over-
weging te moeten geven de onderhavige aangelegenheid opnieuw aan den Wet-
houder voor de Levensmiddelen te rapporteeren, onder mededeeling, dat de
Jan Evertsenstraat dringend om een beslissing in een of andere richting
vraagt, zulks in afwijking dus, van hetgeen U op 27 Maart 1939 onder no.
76/4/1 M. rapporteerde.
De Inspecteur, [handtekening]
wnd. De kern van dit document is een intern ambtelijk advies over de problematiek van straatventers in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De schrijver, een waarnemend inspecteur, stelt vast dat er een gebrek is aan politieaanwezigheid en handhaving ("verbaliseerend optreden"). Dit gebrek aan toezicht wordt direct gekoppeld aan de "zelfbewuste houding" (vrijpostigheid of brutaliteit) van de straatverkopers.
Opvallend is de expliciete erkenning van een personeelstekort bij de dienst, waardoor intensief toezicht — door de schrijver typerend "jagen" genoemd — niet mogelijk is. De inspecteur adviseert om de zaak opnieuw voor te leggen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Hij dringt aan op een definitieve beslissing, zelfs als die afwijkt van een eerder standpunt van maart 1939. De doorhalingen in de tekst suggereren een proces van zorgvuldige formulering of een correctie achteraf op de getypte tekst. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, een periode van grote maatschappelijke spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de Jan Evertsenstraat een belangrijke winkelstraat in het relatief nieuwe stadsdeel West. Straathandel was een bron van inkomsten voor velen in economisch moeilijke tijden, maar leidde vaak tot conflicten met gevestigde winkeliers en hinder voor het publiek.
De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal. In deze periode begon de overheid zich steeds intensiever te bemoeien met de distributie en verkoop van voedsel en goederen (mede door de dreigende oorlogssituatie en de instelling van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in crisistijd). Het document illustreert de spanning tussen de behoefte aan ordehandhaving op straat en de praktische beperkingen van de politiecapaciteit in die tijd. Politie Rijksbureau