Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 122
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte officiële brief (doorslag).

23 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, Wijk 10, Amsterdam). Aan: Den Heer G. Hoepelman, Roeterstraat 2 B, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte officiële brief (doorslag). 23 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, Wijk 10, Amsterdam). Den Heer G. Hoepelman, Roeterstraat 2 B, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven rechtsboven:] Kr. Müller
[Getypte initialen:] vP/HG.

den Heer G.Hoepelman,
Roeterstraat 2 B,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 10.
23 Augustus 1940.

72/83/2 M.

Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 20 dezer bericht
ik U, dat U geen ventgeld behoeft te betalen, zoolang U van Uw
ventvergunning geen gebruik maakt. Zoodra U het beroep van venter
weer wenscht op te nemen, dient U zich ten kantore van mijn
dienst te vervoegen om Uw vergunning te doen vernieuwen.

De Directeur, De brief is een administratieve mededeling aan de heer G. Hoepelman betreffende zijn ventvergunning. De essentie van de brief is dat Hoepelman geen 'ventgeld' (belasting of leges voor straatverkoop) hoeft te betalen zolang hij niet actief vent. Er wordt expliciet vermeld dat hij bij een eventuele hervatting van zijn werkzaamheden als venter zijn vergunning persoonlijk moet komen vernieuwen op het kantoor. Het document weerspiegelt de nauwgezette bureaucratie van de gemeente Amsterdam met betrekking tot kleinschalige handel en marktwezen. De datum van de brief, 23 augustus 1940, valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Gerrit Hoepelman, woonde in de Roetersstraat, een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam als straatventer.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de context van de bezettingstijd van belang. In de maanden na deze brief zouden de beperkingen voor Joodse ondernemers en venters door de bezetter stelselmatig worden opgevoerd, wat uiteindelijk leidde tot een totaalverbod op hun beroepsuitoefening en verdere vervolging. De vermelding van "Wijk 10" duidt op de administratieve indeling van de stad Amsterdam voor dergelijke vergunningen. G. Hoepelman M. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is een administratieve mededeling aan de heer G. Hoepelman betreffende zijn ventvergunning. De essentie van de brief is dat Hoepelman geen 'ventgeld' (belasting of leges voor straatverkoop) hoeft te betalen zolang hij niet actief vent. Er wordt expliciet vermeld dat hij bij een eventuele hervatting van zijn werkzaamheden als venter zijn vergunning persoonlijk moet komen vernieuwen op het kantoor. Het document weerspiegelt de nauwgezette bureaucratie van de gemeente Amsterdam met betrekking tot kleinschalige handel en marktwezen.

Historische Context

De datum van de brief, 23 augustus 1940, valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Gerrit Hoepelman, woonde in de Roetersstraat, een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam als straatventer.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de context van de bezettingstijd van belang. In de maanden na deze brief zouden de beperkingen voor Joodse ondernemers en venters door de bezetter stelselmatig worden opgevoerd, wat uiteindelijk leidde tot een totaalverbod op hun beroepsuitoefening en verdere vervolging. De vermelding van "Wijk 10" duidt op de administratieve indeling van de stad Amsterdam voor dergelijke vergunningen.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4