Afschrift van een ambtelijke rapportage/brief.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke rapportage/brief. 6 augustus 1940 (vermeld in de tekst). No.72/85/1 M.1940 AFSCHRIFT.
Heer Reitsma,
Elie Braasem, oud 25 jaar wonende Lepelkruisstraat 6 I werd
blijkens nadere telefonische inlichtingen, door de Politie op 6 Augus-
tus 1940 ventende aangetroffen terwijl bleek, dat de pagina's 19 tot
en met 22 van zijn ventboekje ontbraken. Braasem gaf voor, dat hij
deze bladzijden zou hebben verloren.
Uit de opgave van het Marktwezen blijkt echter, dat Braasem
geen ventgeld over het boekjaar 1940/1941 heeft betaald, zoodat het
voor de hand ligt, dat hij de pagina waarop het ventzegel wordt geplakt
(pag.22) uit het boekje heeft gescheurd (duidelijk te zien aangezien er
een stukje van het blad bleef zitten!) en toch is gaan venten. Uit mijn
informatie bij het Marktwezen bleek voorts, dat Braasem sedert 1936 niet
minder dan 23 maal is geverbaliseerd door de contrôleurs. Het betreffen
overtredingen van allerlei aard als: het venten in een verkeerde wijk,
met een artikel dat niet in het boekje vermeld stond, het innemen van
een vaste standplaats zonder daartoe een vergunning te bezitten, het
venten op de markt, enz.enz.
Het komt mij voor, dat Braasem niet maar zoo voort kan
gaan, doch gestraft dient te worden door het geruimen tijd inhouden
van de ventvergunning. Zijn steunno. is 160434. Aan de Politie en het
Marktwezen en M.S. ware m.i. opdracht te geven, dat er nauwlettend op
Braasems handelingen dient te worden toegezien. Dit document is een ambtelijk verslag over een specifieke overtreding van de ventverordening door Elie Braasem. De kern van de zaak is een vermoeden van bewuste fraude: Braasem beweerde pagina's uit zijn ventboekje te zijn verloren, maar de rapporteur concludeert dat hij deze eruit heeft gescheurd om te verhullen dat hij geen ventgeld had betaald (geen ventzegel op pagina 22).
De toon van het rapport is streng en wijst op een patroon van ongewenst gedrag; Braasem wordt omschreven als een recidivist die sinds 1936 al 23 keer is bekeurd voor diverse kleine vergrijpen gerelateerd aan zijn handel. De voorgestelde maatregel is niet slechts een boete, maar het intrekken van de vergunning en het onder intensief toezicht plaatsen van de persoon door meerdere instanties (Politie, Marktwezen en sociale dienst/M.S.). Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de aard van het document strikt administratief en ordelijk lijkt (toezicht op marktkooplieden en venters), is de tijdsperiode van cruciaal belang.
De Lepelkruisstraat in Amsterdam bevond zich in de Joodse buurt, en Elie Braasem was een Joodse man. In de vroege fase van de bezetting begonnen de autoriteiten (zowel de bezetter als de collaborerende of meewerkende Nederlandse bureaucratie) met het nauwkeurig in kaart brengen en controleren van Joodse burgers. De nadruk op zijn "steunnummer" en de oproep aan diverse instanties om hem "nauwlettend" in de gaten te houden, past in een breder patroon van toenemende repressie en sociale controle op de Joodse bevolking, waarbij zelfs kleine overtredingen van de marktverordening konden leiden tot vergaande consequenties.