Archiefdocument
Origineel
20 augustus 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze: F. van Meurs). GEMEENTE AMSTERDAM [Handschrift: Meurs]
Nº 72/84/1 M. 1940 22/8
Afd. L.M. Amsterdam, 20 Augustus 1940.
No. 74/28 1940. [Stempel: Gezien]
Afschrift. [Handschrift: (br. aan Insp.)]
In antwoord op Uw verzoek om aan Uw zoon toe-
stemming te verleenen Uw echtgenoot N. Lijmer met het
venten te vervangen, gedurende den tijd, dat deze
zich in hechtenis bevindt, deel ik U mede, dat ik
dit verzoek van de hand wijs wegens de talrijke over-
tredingen van Uw echtgenoot der bestaande voorschrif-
ten.
M.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
[Handschrift: Insp]
Aan Mw. L. Lijmer
Vrolikstraat 130/II. Dit document is een formele afwijzing van een verzoek tot tijdelijke overdracht van een ventvergunning. Mevrouw Lijmer had verzocht of haar zoon de nering van haar echtgenoot, Nathan Lijmer, mocht voortzetten omdat deze laatste in hechtenis zat. De wethouder, Floor van Meurs, wijst dit verzoek af op basis van het "strafblad" van de echtgenoot; hij zou de regels voor straathandel veelvuldig hebben overtreden. De toon is kort en bureaucratisch, typerend voor de gemeentelijke correspondentie uit die tijd. De afkorting "Afd. L.M." staat voor de Afdeling Levensmiddelen. De brief dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de capitulatie van Nederland. Hoewel de reden voor de afwijzing strikt procedureel lijkt (overtredingen van voorschriften), is de achtergrond van de familie Lijmer van historisch belang. Nathan Lijmer en zijn gezin waren Joods en woonden in de Vrolikstraat, een straat met een grote Joodse populatie in Amsterdam-Oost. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd afhankelijk van de straathandel (venten).
Tijdens de vroege bezettingsmaanden werden Joodse marktkooplieden en venters vaak extra streng gecontroleerd door de politie en de gemeentelijke inspectiediensten. De "hechtenis" van Nathan Lijmer en de daaropvolgende weigering om zijn zoon de zaak te laten voortzetten, vormden een directe bedreiging voor het inkomen van het gezin. Nathan Lijmer werd later in de oorlog gedeporteerd en is in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document illustreert hoe de levensomstandigheden van Joodse gezinnen al vroeg in de bezettingstijd door bureaucratische beslissingen onder druk kwamen te staan. F. van Meurs L. Lijmer L.M. Amsterdam Lijmer had (Mevrouw) M. Gemeente Amsterdam Politie