Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 130
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie van de Gemeente Amsterdam.

26 september 1940. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Aan: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 26 september 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven nummer:] 794

GEMEENTE AMSTERDAM

AFD. L.M.
No. 74/30 (1940)
BIJLAGEN : 1

AMSTERDAM, 26 September 1940.

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.

[Paars stempel:] Nº 82/105/3 M. 19.40 [handgeschreven:] 27/9
[Handgeschreven aantekening bij stempel:] det in map

Onder toezending van bijgevoegde beschikking deel ik U mede, dat ik het op prijs zou stellen, indien nauwlettende zou worden toegezien, dat Braasem zich van venten onthoudt.
SL
[Handgeschreven:] as

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,

[Onduidelijke handtekening]

[Handgeschreven aantekeningen onder de handtekening:]
Controleurs
ter kennisneming
1-10-'40
de Haer
geb.
P 23/10 lm

Aan den Directeur
van het Marktwezen.

Model G. A. 5
25000-1-'40

--- Dit document is een interne instructie binnen het Amsterdamse gemeentebestuur, gedateerd enkele maanden na de start van de Duitse bezetting. De kern van de brief is een verzoek tot strikte handhaving: een persoon genaamd Braasem heeft een "beschikking" (een officieel besluit) ontvangen waarin hem waarschijnlijk het recht om te venten is ontzegd. De Wethouder van Levensmiddelen verzoekt de Directeur van het Marktwezen om er scherp op toe te zien dat Braasem zich inderdaad onthoudt van straathandel.

De handgeschreven toevoegingen onderaan tonen de administratieve verwerking aan: op 1 oktober 1940 is de instructie doorgegeven aan de controleurs (de ambtenaren die op straat toezicht hielden). De naam "de Haer" verwijst vermoedelijk naar de betreffende ambtenaar die de instructie heeft doorgezet. De afkorting "L.M." staat voor de afdeling Levensmiddelen, die in de oorlogsjaren een steeds grotere rol kreeg vanwege de distributie en schaarste.

--- De datum, 26 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Hoewel de brief een strikt zakelijke en administratieve toon voert, vond dit plaats in een periode waarin de bewegingsvrijheid van handelaren steeds verder werd ingeperkt door nieuwe verordeningen van de bezetter en het collaborerende of schikkende lokale bestuur.

Het verbod op venten kon diverse redenen hebben: het overtreden van distributieregels (zwarte handel), het niet bezitten van de juiste vergunningen onder de aangescherpte regels, of, zoals in die periode steeds vaker voorkwam, het systematisch uitsluiten van Joodse ondernemers en handelaren van het economisch verkeer. De naam "Braasem" was een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam (met name in de textiel- en markthandel), wat suggereert dat dit document mogelijk een schakel is in de toenemende restricties tegen Joodse burgers, hoewel de brief zelf de specifieke reden voor de beschikking niet expliciet vermeldt.

Samenvatting

Dit document is een interne instructie binnen het Amsterdamse gemeentebestuur, gedateerd enkele maanden na de start van de Duitse bezetting. De kern van de brief is een verzoek tot strikte handhaving: een persoon genaamd Braasem heeft een "beschikking" (een officieel besluit) ontvangen waarin hem waarschijnlijk het recht om te venten is ontzegd. De Wethouder van Levensmiddelen verzoekt de Directeur van het Marktwezen om er scherp op toe te zien dat Braasem zich inderdaad onthoudt van straathandel.

De handgeschreven toevoegingen onderaan tonen de administratieve verwerking aan: op 1 oktober 1940 is de instructie doorgegeven aan de controleurs (de ambtenaren die op straat toezicht hielden). De naam "de Haer" verwijst vermoedelijk naar de betreffende ambtenaar die de instructie heeft doorgezet. De afkorting "L.M." staat voor de afdeling Levensmiddelen, die in de oorlogsjaren een steeds grotere rol kreeg vanwege de distributie en schaarste.


Historische Context

De datum, 26 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Hoewel de brief een strikt zakelijke en administratieve toon voert, vond dit plaats in een periode waarin de bewegingsvrijheid van handelaren steeds verder werd ingeperkt door nieuwe verordeningen van de bezetter en het collaborerende of schikkende lokale bestuur.

Het verbod op venten kon diverse redenen hebben: het overtreden van distributieregels (zwarte handel), het niet bezitten van de juiste vergunningen onder de aangescherpte regels, of, zoals in die periode steeds vaker voorkwam, het systematisch uitsluiten van Joodse ondernemers en handelaren van het economisch verkeer. De naam "Braasem" was een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam (met name in de textiel- en markthandel), wat suggereert dat dit document mogelijk een schakel is in de toenemende restricties tegen Joodse burgers, hoewel de brief zelf de specifieke reden voor de beschikking niet expliciet vermeldt.

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4