Ambtelijke brief / Rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief / Rapportage. 16 september 1940. De Commissaris van Politie, namens de Hoofdcommissaris (afdeling Administratie). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:]
751
[Briefhoofd:]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
Amsterdam-C., 16 September 1940.
Dict.vG/Mi.
Lr.S.No.1780/1940.
Dossier S.l.
[Kader rechtsboven:]
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
[Grote paarse stempel over de tekst:]
№ 72/06 / M. 1940 17/9 [handgeschreven toevoeging] uit map [?]
[Inhoud:]
Ingevolge het schrijven van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen, Afdeeling L.M., no.182/1936, dd. 13 Februari 1936, heb ik de eer U te berichten, dat in de maand Augustus 1940 door het politiepersoneel 140 processen-verbaal terzake van overtreding van de Ventverordening werden opgemaakt.
Coll.: [paraf]
[Ondertekening middels stempel en handtekening:]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
DE COMMISSARIS VAN POLITIE,
Toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening: H. Woudenberg (?)]
[Linker marge handgeschreven:]
Gezien 18-9-40
de Haan [?]
[Adressering onderaan:]
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
A l h i e r .
[Voetnoot:]
M 72 - 4000-1-6-40 Dit document is een kwantitatieve rapportage van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. Het betreft de handhaving van de Ventverordening (de regelgeving omtrent straathandel) gedurende de maand augustus 1940.
De kerngegevens zijn:
* Aanleiding: Een besluit/verzoek van de Wethouder voor Levensmiddelen uit 1936. Dit duidt op een langlopende administratieve afspraak over periodieke rapportage.
* Handhaving: In augustus 1940 zijn er precies 140 processen-verbaal opgemaakt voor overtredingen van de Ventverordening.
* Administratie: De brief is voorzien van diverse kenmerken die wijzen op een strakke bureaucratische verwerking (stempels "№ 72/06 / M. 1940" en dossiernummers). De datum van de brief, september 1940, is historisch relevant. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een puur civiele/gemeentelijke aangelegenheid lijkt (het reguleren van straathandel), vond dit plaats in een context van toenemende schaarste en de opkomst van de zwarte markt.
De "Ventverordening" was een belangrijk instrument voor de gemeente Amsterdam om controle te houden op wie wat waar op straat verkocht. In de oorlogsjaren werd deze controle steeds strikter, niet alleen om economische redenen, maar later ook als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen (waarbij Joodse marktkooplieden en venters steeds verder werden uitgesloten) en de bestrijding van illegale handel in schaarse goederen. Deze specifieke rapportage van 140 processen-verbaal toont aan dat de politie, ondanks de bezetting, de reguliere handhavingstaken op het gebied van marktwezen onverminderd voortzette. H. Woudenberg Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie