Officiële brief.
Origineel
Officiële brief. 24 september 1940. Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen, Amsterdam. [Stempel: Fotokopie]
[Stempel: 823]
[Handgeschreven: 26/9]
KAMER VAN KOOPHANDEL EN
FABRIEKEN VOOR AMSTERDAM
[Logo: Wapen van Amsterdam met tekst 'KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN AMSTERDAM']
UW SCHRIJVEN: van 6 September 1940,
Afd.L.M., Nr.823(1940)
AMSTERDAM (C.), 24 September 1940.
BEURSGEBOUW, DAMRAK
TEL. LOCAAL: 48191 (5 LIJNEN)
INTERLOCAAL: 49396, 46456, 46220, 45628
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: S. 7215
ONDERWERP: Bloemisterij.
[Handgeschreven aantekening in linker marge, deels onleesbaar: "J. M. / Lijst gegeven / ... / ... / 27"]
Bij dezen hebben wij de eer U alsnog de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van 6 dezer betreffende den straatverkoop van bloemen en de concurrentie, die gevestigde bloemenwinkeliers hiervan ondervinden. Met groote belangstelling namen wij kennis van de door U daarbij verstrekte gegevens en wij hebben gemeend goed te doen een en ander onder de aandacht te brengen van de Amsterdamsche Middenstands Centrale, van welke wij gegevens betreffende den economischen toestand van het middenstandsbedrijf te Amsterdam voor het aan Dr.H.Fischböck uit te brengen rapport hadden ontvangen.
Naar aanleiding hiervan ontvingen wij van het Bestuur van de Amsterdamsche Middenstands Centrale mededeeling, dat zij op haar beurt den inhoud van Uw schrijven ter kennis had gebracht van de desbetreffende organisatie van handelaren. Uit den kring van deze handelaren werd vernomen, dat met genoegen van het door U samengestelde overzicht werd kennis genomen, terwijl eveneens instemming werd betuigd met Uw mededeeling, dat aan den Burgemeester is verzocht om door de Politie tegen de overtreders streng te doen optreden. De concurrentie, welke den bloemenwinkeliers door den straathandel wordt aangedaan, schijnt immers nog zeer groot te zijn. Men was in de kringen der belanghebbenden van oordeel, dat de daling van het aantal venters vooral te wijten zal zijn aan de groote overbezetting, waardoor vele venters niet in staat zijn in hun onderhoud te voorzien. Als voorbeeld van de groote concurrentie, welke de bloemenwinkeliers ondervinden, werd gewezen op de Van Baerlestraat, waar drie bloemenwinkels zijn gevestigd en bovendien nog
[Onderaan de pagina:]
Aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen
Raadhuis, AMSTERDAM C. * Kernboodschap: De Kamer van Koophandel reageert op een brief van de wethouder over de klachten van bloemenwinkeliers over oneerlijke concurrentie door straatverkopers (venters). De Kamer heeft dit kortgesloten met de Amsterdamsche Middenstands Centrale.
* Handhaving: Er wordt expliciet steun uitgesproken voor het verzoek aan de Burgemeester om de politie strenger te laten optreden tegen "overtreders" (waarschijnlijk venters zonder vergunning of die zich niet aan de standplaatsregels houden).
* Economische duiding: De daling van het aantal actieve venters wordt door de sector niet gezien als een verbetering, maar als een gevolg van "overbezetting": er zijn simpelweg te veel verkopers voor de krimpende markt, waardoor velen niet meer rond kunnen komen.
* Locus: De Van Baerlestraat wordt als specifiek voorbeeld genoemd van een plek waar de concentratie van zowel winkels als straathandel te hoog is. * Vroege bezettingsjaren: De brief dateert van september 1940, slechts vier maanden na de Duitse inval. Nederland bevindt zich in de beginfase van de bezetting, waarin de bestaande bureaucratie nog grotendeels functioneert maar al te maken krijgt met nieuwe Duitse machthebbers.
* Dr. Hans Fischböck: De vermelding van Dr. H. Fischböck is historisch zeer relevant. Hij was de Duitse Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft. Het feit dat de Kamer van Koophandel rapporten aan hem uitbrengt over de staat van het middenstandswezen, toont aan hoe snel de Nederlandse economische instituten onder direct toezicht en invloed van het nazi-bestuur kwamen te staan.
* Sanering van de markt: De retoriek over "overbezetting" en het strenger optreden tegen straathandel kan in deze periode ook een sinistere ondertoon hebben. De bezetter streefde naar een "sanering" van de middenstand, wat vaak een opmaat was voor het uitsluiten van Joodse ondernemers en kleine straathandelaren uit het economisch verkeer. Hoewel deze brief spreekt over algemene concurrentie, paste het beleid van centralisatie en regulering naadloos in de plannen van de bezetter.