Brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie). 11 oktober 1940. Hoofdbureau van Politie Amsterdam, namens de Hoofdcommissaris (ondertekend door de Commissaris van Politie toegevoegd voor de Administratie). Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Gedrukt logo: Wapen van Amsterdam]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
Amsterdam-C., 11 October 1940.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Dict.vG/Mi.
Lr.S.No.1780/1940.
Dossier S.1.0
[Stempel in paarse inkt:] $N^o 72/91//M. 1940 \frac{10}{co}$ [Handgeschreven:] m.a.p.
Ingevolge het schrijven van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, Afdeeling L.M., no.182/1936, dd. 13 Februari 1936, heb ik de eer U te berichten, dat in de maand September 1940 door het politiepersoneel 121 processen-verbaal terzake van overtreding van de Ventverordening werden opgemaakt.
Coll.: [Paraaf]
[Handgeschreven in de kantlijn:]
Gezien
15.10.'40
de Heer. [Paraaf] 7
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening]
(Woltersen)
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen,
te
Amsterdam.
M 72 - 8000-24-6-40 * Inhoud: Het document is een maandelijkse rapportage van de Amsterdamse politie aan de Dienst van het Marktwezen. Er wordt gemeld dat er in de maand september 1940 in totaal 121 processen-verbaal zijn uitgeschreven voor overtredingen van de 'Ventverordening' (de regels voor straathandel).
* Administratieve context: De brief verwijst naar een instructie uit 1936 van de wethouder verantwoordelijk voor levensmiddelen. Dit toont aan dat de informatie-uitwisseling tussen de politie en de marktmeester een vastgelegde, routineuze procedure was. De afkorting "m.a.p." in de stempel staat waarschijnlijk voor "met andere papieren" of "missive aan portefeuille", wat duidt op archivering in een specifiek dossier.
* Functionarissen: De brief is ondertekend namens de Hoofdcommissaris door de "Commissaris van Politie toegevoegd voor de Administratie". Dit was een hoge administratieve functie binnen het korps die de dagelijkse correspondentie afhandelde. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de inhoud op het eerste gezicht louter administratief en procedureel lijkt (het handhaven van de Ventverordening), is de timing cruciaal.
In de loop van 1940 en 1941 werd de controle op de Amsterdamse markten en straathandel steeds strenger en politieker van aard. De bezetter begon kort na de inval met het registreren en vervolgens uitsluiten van Joodse burgers uit het openbare leven. Aangezien een aanzienlijk deel van de Amsterdamse straathandelaren en marktkooplieden Joods was, werden de Ventverordening en marktreglementen later instrumenten voor segregatie (zoals de instelling van aparte 'Joodsche markten' in 1941). Dit document toont de bureaucratische basis van de handhaving op straat op het moment dat de maatschappij onder grote druk kwam te staan door de bezetting. Hoofdbureau Marktwezen Politie