Ambtsbrief (afschrift van een politierapport).
Origineel
Ambtsbrief (afschrift van een politierapport). 9 oktober 1940. De commissaris van politie, namens de Hoofdcommissaris van Politie (ondertekend door H. Holsbergen). No.72/92/1 M.1940 AFSCHRIFT.
No.68/70 L.M.1940
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM.
Dict.Ebb./Ru. Amsterdam, 9 October 1940
Lr.S.No.13915/'40
Doss.H.3.a.
In antwoord op Uw schrijven d,d. 2 October jl. No.68/70 L.M.1940 heb ik de eer UEdelachtbare te berichten, dat tegen Jacob Riet, nà 12 November 1939, als volgt werd geverbaliseerd:
d.d. 14/8/40 terzake overtreding van art. 3 Ventverordening.
d.d. 13/8/40 " " " " 3 "
d.d. 19/8/40 " " " " 344a A.P.V.
d.d. 19/8/40 " " " " 344a "
d.d. 10/9/40 " " " " 3 Ventverordening
d.d. 7/9/40 " " " " 344a A.P.V.
Coll:
De Hoofdcommissaris van Politie,
namens dezen, de commissaris van
politie, toegevoegd voor de Admini-
stratie,
w.g. H. Holsbergen.
Aan den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen, Wasch- en
schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
Alhier. * Inhoud: Het document betreft een ambtelijke correspondentie waarin de politie van Amsterdam de wethouder informeert over de strafrechtelijke antecedenten van een burger, Jacob Riet. Er wordt een lijst gegeven van zes momenten in augustus en september 1940 waarop tegen hem proces-verbaal is opgemaakt.
* Overtredingen: De overtredingen betreffen artikel 3 van de "Ventverordening" (regels voor straathandel) en artikel 344a van de "A.P.V." (Algemene Plaatselijke Verordening). Dit suggereert dat Jacob Riet waarschijnlijk een straathandelaar was die herhaaldelijk zonder de juiste papieren of op onjuiste wijze zijn waren te koop aanbood.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de periode ("UEdelachtbare", "terzake", "geverbaliseerd"). De afkorting "w.g." voor de naam van Holsbergen staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypt afschrift is van een origineel document. * Tijdsperiode: De brief is gedateerd op 9 oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940. Hoewel het document de bezetting niet direct noemt, functioneerde de Amsterdamse bureaucratie en politie in deze periode onder toezicht van de bezetter.
* Lokaal Bestuur: De brief is gericht aan een specifieke wethouder wiens portefeuille (Levensmiddelen en hygiëne) direct te maken had met de regulering van markten en straathandel. In tijden van schaarste en beginnende distributie (bonkaarten) werd de controle op informele handel en "venten" aangescherpt.
* Historische betekenis: Dergelijke documenten zijn waardevol voor sociaal-historisch onderzoek naar hoe de overheid handhaafde op kleine economische vergrijpen in oorlogstijd en geven inzicht in de levens van gewone Amsterdammers (zoals Jacob Riet) die trachtten in hun levensonderhoud te voorzien onder moeilijke omstandigheden.