Afschrift (kopie) van een getypte brief.
Origineel
Afschrift (kopie) van een getypte brief. 2 oktober 1940. De Wethouder van L.M. (getekend door F. van Meurs). Den Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam. No.68/70 L.M. 1940 AFSCHRIFT.
Amsterdam, 2 October 1940.
Aan den Hoofdcommissaris
van Politie.
Naar aanleiding van de mededeeling vervat in Uw
schrijven van 23 September 1940, dat tegen Jacob Biet in het tijdvak
1934 - 1940, ± 80 processen-verbaal werden opgemaakt, waaronder ver-
scheidene malen terzake overtreding der Ventverordening, deel ik U
mede, dat ik alsnog gaarne zou willen vernemen of en zoo ja, voor welke
overtredingen Biet nà 12 November 1939 werd geverbaliseerd.
Een en ander houdt verband met de hem op 10 November
verstrekte schriftelijke waarschuwing, waarvan U in afschrift 2 exem-
plaren werden toegezonden.
De Weth.L.M.
get.F.van Meurs. * Inhoud: De brief is een vervolg op eerdere correspondentie (van 23 september 1940) tussen de politie en het Amsterdamse stadsbestuur. De wethouder (waarschijnlijk van Marktwezen, gezien de afkorting L.M. en het onderwerp) vraagt om specifieke details over de strafblad-historie van een zekere Jacob Biet.
* Kerngegeven: Er wordt melding gemaakt van een extreem hoog aantal processen-verbaal tegen Biet: ongeveer 80 stuks in een periode van zes jaar (1934-1940). De meeste hiervan hebben betrekking op de "Ventverordening", de regels voor straathandel.
* Specifiek verzoek: De administratie wil weten of Biet zijn gedrag heeft aangepast na een officiële schriftelijke waarschuwing op 10 november 1939. Men vraagt specifiek naar bekeuringen die ná die datum zijn uitgeschreven.
* Toon: De brief is kort, zakelijk en puur administratief van aard. * Tijdsgeest: Het document is gedateerd oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de gemeentelijke diensten grotendeels bleven functioneren zoals voor de oorlog, vond er een verscherping plaats van de controle op de burgerbevolking.
* Jacob Biet: De naam Jacob Biet duidt op een persoon van Joodse afkomst. In Amsterdam waren veel Joodse burgers werkzaam in de straathandel (als marktkoopman of venter).
* Handhaving: Het enorme aantal van 80 processen-verbaal voor overtredingen van de Ventverordening kan wijzen op een "notoire" overtreder, maar in de context van de vroege bezetting kan het ook duiden op doelgerichte pesterij of strengere handhaving door de politie jegens specifieke groepen (zoals Joodse handelaren). De Ventverordening werd vaak gebruikt als middel om grip te houden op wie wat waar mocht verkopen op straat.
* Administratieve Ketting: Dit document laat zien hoe nauwgezet de informatie-uitwisseling tussen de politie en het stadhuis was wat betreft het monitoren van burgers die "negatief" opvielen in de administratie. F. van Meurs Marktwezen Politie Stadhuis