Archiefdocument
Origineel
19 januari 1939 Onbekend (getekend door een functionaris, mogelijk Hauwerff of vergelijkbaar) Den Heer Inspecteur van het marktwezen te Amsterdam. No 15/1/1 In 1939.
Den Heer Inspecteur
vh marktwezen
alhier
Tegen het verzoek van /plh: No 9
W.F. Tiebert om de eventueele reparatie
kosten van zijn marktverlichtingsnoer
te mogen afbetalen is mij geen bezwaar.
Zou het echter blijken dat de
gemaakte reparatie door slijtage noodig
was, lijkt het mij billijk hem van
genoemde kosten te ontheffen.
A'dam 19 Jan: '39 [Handtekening] Het document is een interne ambtelijke notitie of een antwoord op een verzoekschrift. Een marktkramer, de heer W.F. Tiebert (geassocieerd met plek/standplaats No 9), heeft gevraagd om de kosten voor de reparatie van zijn marktverlichtingsnoer in termijnen te mogen betalen. De schrijver van de brief gaat hiermee akkoord, maar gaat nog een stap verder: hij oppert dat als de schade simpelweg het gevolg is van normale slijtage, het redelijk ("billijk") zou zijn om de kosten geheel kwijt te schelden. Dit getuigt van een zekere mate van coulance en een rechtvaardigheidsgevoel binnen het toenmalige ambtelijke apparaat. Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze periode was het "Marktwezen" in Amsterdam een strak georganiseerde gemeentelijke dienst die toezag op de orde, hygiëne en technische faciliteiten (zoals elektriciteit voor verlichting) op de vele markten van de stad. Marktverlichting was essentieel, zeker in de wintermaanden. Dat een dergelijk specifiek verzoek over een "verlichtingsnoer" ambtelijk werd vastgelegd en voorzien van een dossiernummer (15/1/1), illustreert de gedetailleerde administratieve controle van die tijd. De term "billijk" was een veelgebruikte juridische en bestuurlijke term om aan te geven dat men niet enkel de regels volgde, maar ook naar de redelijkheid van de situatie keek.
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie of een antwoord op een verzoekschrift. Een marktkramer, de heer W.F. Tiebert (geassocieerd met plek/standplaats No 9), heeft gevraagd om de kosten voor de reparatie van zijn marktverlichtingsnoer in termijnen te mogen betalen. De schrijver van de brief gaat hiermee akkoord, maar gaat nog een stap verder: hij oppert dat als de schade simpelweg het gevolg is van normale slijtage, het redelijk ("billijk") zou zijn om de kosten geheel kwijt te schelden. Dit getuigt van een zekere mate van coulance en een rechtvaardigheidsgevoel binnen het toenmalige ambtelijke apparaat.
Historische Context
Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze periode was het "Marktwezen" in Amsterdam een strak georganiseerde gemeentelijke dienst die toezag op de orde, hygiëne en technische faciliteiten (zoals elektriciteit voor verlichting) op de vele markten van de stad. Marktverlichting was essentieel, zeker in de wintermaanden. Dat een dergelijk specifiek verzoek over een "verlichtingsnoer" ambtelijk werd vastgelegd en voorzien van een dossiernummer (15/1/1), illustreert de gedetailleerde administratieve controle van die tijd. De term "billijk" was een veelgebruikte juridische en bestuurlijke term om aan te geven dat men niet enkel de regels volgde, maar ook naar de redelijkheid van de situatie keek.