Dienstverslag / Rapportage van handhaving.
Origineel
Dienstverslag / Rapportage van handhaving. 13 december 1920 (met latere aantekening van 23 december 1920). [Rechtsboven:] II
in de hand van de koopster.
Even later zag ik Hartog de Vries geb: Winschoten
20 Aug: 1896 en wonende President Steinstraat
6 I op de door u aangewezen plaats, standpl.
innemend staan. Ook hem, daar hij gedurende
9 min: geen klanten had, bij mijn wagen, een
Proces Verbaal aangezegd. Deze persoon had ik, ook
op 12 December uitdrukkelijk gewaarschuwd, toen
ik hem aantrof Roelof Hartpl: bij de zich daar
bevindende H.B.S. niet noodeloos standpl: in te
nemen. Ook heb ik hem in de afgelopen zomer
herhaaldelijk gewaarschuwd, toen trof ik hem
verschillende malen op de Zuidelijke Wandelweg
aan, waar hij dan tusschen de boomen, zijn driewie-
ler had neergezet, ten verkoop zijner artikelen.
[Links:] Aan den Heer [Rechts:] 13 December 1920
[Links:] Inspecteur [Rechts:] Contrôleur
[Links:] de Haer. [Rechts:] T. de Vries.
[Onderste gedeelte, later toegevoegd:]
Aan de Vries medegedeeld dat hij in omgeving
van scholen geen standplaats mag inne-
men, daar anders zijn ventvergunning zal
worden ingetrokken.
[Links:] opbergen [Rechts:] 23.12.20
[Midden:] J.v.H. 22/12 '20 [Rechts:] de Haer Het document is een rapport van een ambtenaar (Contrôleur T. de Vries) aan zijn meerdere (Inspecteur de Haer) betreffende de handhaving van de regels voor straathandel. De kern van de zaak is dat Hartog de Vries, een koopman geboren in Winschoten, zich niet houdt aan de voorschriften voor zijn standplaats.
De controleur rapporteert drie specifieke incidenten:
1. Op 13 december stond hij langer dan 9 minuten op één plek zonder klanten te bedienen, wat reden was voor een Proces Verbaal.
2. Op 12 december was hij al gewaarschuwd bij de H.B.S. aan het Roelof Hartplein.
3. Tijdens de voorgaande zomer was hij meermaals gewaarschuwd voor het venten vanaf een driewieler tussen de bomen op de Zuidelijke Wandelweg.
De handgeschreven notitie onderaan is een besluit of verslag van een gesprek: Hartog de Vries krijgt een laatste waarschuwing dat hij niet nabij scholen mag staan op straffe van het intrekken van zijn ventvergunning. Dit document biedt inzicht in de strikte regulering van de straathandel in Amsterdam aan het begin van de 20e eeuw. In deze periode probeerde de gemeente de overlast van straatverkopers te beperken door middel van een vergunningstelsel ("ventvergunning"). Verkopers mochten vaak niet onnodig lang op één plek blijven staan ("standplaats innemen") als zij geen actieve klandizie hadden, om verkeersbelemmering en oneerlijke concurrentie met vaste winkels te voorkomen.
De genoemde locaties (Roelof Hartplein, Zuidelijke Wandelweg) duiden op Amsterdam-Zuid. De vrees voor overlast bij scholen (de H.B.S., de Hogere Burgerschool) was een terugkerend thema in de gemeentelijke handhaving, waarbij men wilde voorkomen dat scholieren werden opgehouden of dat de ingangen geblokkeerd raakten door kooplieden met hun wagens of driewielers.