Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 299
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

19 april 1940. Van: Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt te Amsterdam (gezien de context en de referentie naar "mijn dienst").

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 19 april 1940. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt te Amsterdam (gezien de context en de referentie naar "mijn dienst"). (Handgeschreven linksboven:)
Kaart van Kist
op 19/4 '40 meegenomen
door directeur met
brief.

(Handgeschreven rechtsboven:)
ter Hr. Broese.

(Getypt linksboven:)
VP/HG.
77/8/3 M.
1

(Handgeschreven midden:)
Verzonden 19/4 - '40.

(Getypt rechts:)
19 April 1940.

(Titel/Onderwerp:)
Voorstel om aan J.Kist het recht van toegang tot de Centrale Markt te ontnemen.

(Adres:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

(Inhoud:)
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 17 April jl. door den contrôleur P.C. Postema van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.Kist, wonende Van der Hoopstraat 129 hs, zich op 16 April jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal, subsidiair verduistering van een bankbiljet van f 10,-. Kist voornoemd is laatstelijk bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 1 April 1938 (No.48/8 L.M.1938), wegens diefstal, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van zes maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte, namelijk twee maanden ten uitvoer zou worden gebracht, terwijl het overige gedeelte van die straf in werking zou treden, indien Kist binnen den tijd van twee jaren, dus voor 1 April 1940, wederom een strafbaar feit op de Centrale Markt zou plegen. De bedoelde proeftijd is dus juist afgeloopen, doch door het plegen van dit nieuwe strafbare feit toont Kist, naar mijn meening, dat zijn aanwezigheid op de Centrale Markt bij voortduring een gevaar oplevert voor de veiligheid der zich daar bevindende goederen. Terzake van dit nieuwe feit is proces-verbaal opgemaakt. * De kern: De brief is een formeel verzoek aan de wethouder om een marktbezoeker/koopman, J. Kist, definitief of langdurig de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen.
* Het incident: Op 16 april 1940 is Kist betrapt op de diefstal of verduistering van een briefje van 10 gulden. Dit werd gerapporteerd door controleur P.C. Postema.
* Recidive: Uit de tekst blijkt dat Kist een bekende is van de marktmeester. In 1938 kreeg hij al een ban van zes maanden (waarvan vier voorwaardelijk) voor een vergelijkbaar vergrijp.
* Juridisch saillant detail: De proeftijd van zijn vorige veroordeling liep af op 1 april 1940. Kist pleegde zijn nieuwe feit op 16 april 1940, slechts twee weken nadat hij officieel "schoon" was. Hoewel de voorwaardelijke straf hierdoor formeel niet meer ten uitvoer kan worden gelegd, gebruikt de schrijver dit juist als argument om aan te tonen dat de man onverbeterlijk is en een gevaar vormt voor de veiligheid van goederen op de markt.
* Locatie: De Van der Hoopstraat 129 hs bevindt zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, op loopafstand van de toenmalige Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat. Dit document stamt uit een zeer bewogen periode: 19 april 1940, minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt was in die tijd de 'buik van Amsterdam', essentieel voor de voedselvoorziening van de stad. In de aanloop naar de oorlog was de controle op de distributie van levensmiddelen en de veiligheid in deze logistieke centra van groot strategisch belang. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze crisistijd een cruciale rol. Diefstal op de markt werd dan ook hoog opgenomen, omdat het de integriteit van de voedselketen raakte. De administratieve afhandeling (referenties naar B&W besluiten) toont de strikte hiërarchie en reglementering van het marktterrein aan.

Samenvatting

  • De kern: De brief is een formeel verzoek aan de wethouder om een marktbezoeker/koopman, J. Kist, definitief of langdurig de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen.
  • Het incident: Op 16 april 1940 is Kist betrapt op de diefstal of verduistering van een briefje van 10 gulden. Dit werd gerapporteerd door controleur P.C. Postema.
  • Recidive: Uit de tekst blijkt dat Kist een bekende is van de marktmeester. In 1938 kreeg hij al een ban van zes maanden (waarvan vier voorwaardelijk) voor een vergelijkbaar vergrijp.
  • Juridisch saillant detail: De proeftijd van zijn vorige veroordeling liep af op 1 april 1940. Kist pleegde zijn nieuwe feit op 16 april 1940, slechts twee weken nadat hij officieel "schoon" was. Hoewel de voorwaardelijke straf hierdoor formeel niet meer ten uitvoer kan worden gelegd, gebruikt de schrijver dit juist als argument om aan te tonen dat de man onverbeterlijk is en een gevaar vormt voor de veiligheid van goederen op de markt.
  • Locatie: De Van der Hoopstraat 129 hs bevindt zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, op loopafstand van de toenmalige Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat.

Historische Context

Dit document stamt uit een zeer bewogen periode: 19 april 1940, minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt was in die tijd de 'buik van Amsterdam', essentieel voor de voedselvoorziening van de stad. In de aanloop naar de oorlog was de controle op de distributie van levensmiddelen en de veiligheid in deze logistieke centra van groot strategisch belang. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze crisistijd een cruciale rol. Diefstal op de markt werd dan ook hoog opgenomen, omdat het de integriteit van de voedselketen raakte. De administratieve afhandeling (referenties naar B&W besluiten) toont de strikte hiërarchie en reglementering van het marktterrein aan.

Locaties

De Van der Hoopstraat 129 hs bevindt zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt op loopafstand van de toenmalige Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat.

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4