Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 318
Dossier 109
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte verklaring met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen.

24 april 1940 (getypt), met aanvullingen op 25 en 30 april 1940.

Origineel

Getypte verklaring met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen. 24 april 1940 (getypt), met aanvullingen op 25 en 30 april 1940. "Ongeveer een half jaar terug, voordat het geval van de tien ledige kisten zich voordeed, werd ik door van Klaveren in kennis gesteld, dat mijn zoon zich waarschijnlijk aan oneerlijke daden zou schuldig hebben gemaakt, waardoor van Klaveren zou zijn benadeeld. Ik heb toen van af dien tijd de gedragingen van mijn zoon nauwkeurig nagegaan, doch nimmer iets byzonders kunnen bemerken. Ik heb ondermeer geregeld zijn kleeding nagezien of hij misschien ook geld bij zich zou hebben en mij op den hoogte gehouden waar hij zijn vrijen tijd door bracht. Bepaalde vrienden heeft hij niet want hij is een nogal verlegen ~~xxxg~~ jongen. Zoowel mijn vrouw als ik hebben hem met nadruk verzocht ons te willen zeggen of hij de kisten had gestolen en of hij zich ook voordien wel eens aan diefstal heeft schuldig gemaakt. Hij blijft echter ontkennen en houdt vol van meenig te zijn geweest, dat zijn ~~ix~~ baas de tien kisten op de bakfiets had gezet en dat hij ze moest inleveren. Hoewel ook ik begrijp, dat het feit, dat hij het geld van de tien kisten, zonder medeweten van zijn baas aan de rechtmatigen eigenaar heeft terug gegeven, tegen hem getuigt, ben ik van meening dat het niet zijn bedoeling is geweest om te stelen. Hoewel ik hiervoor geen enkel bewijs heb, acht ik het niet onmogelijk, dat van Klaveren zelf mijn zoon als tusschenpersoon heeft gebruikt."

Ten slotte hoorde ik nog Barend van Dijk, die mij verklaarde, dat ~~xx~~ Uytenboogaard bij hem vrij geregeld ledige kisten had ingeleverd op naam van van Klaveren. Van Dijk had hierin nooit iets byzonders vermoed en daarom de kisten ook altijd aangenomen. Pas nadat zich het geval met de tien ledige kisten had voorgedaan, begon van Dijk de herkomst van de door Uytenboogaard reeds eerder ingeleverd kisten te twijfelen. Voorts kan ik nog verklaren, dat Oudhof de persoon is geweest, die van Uytenboogaard de F 5.80 heeft terug ontvangen voor zijn ledige kisten. Oudhof weigerde echter beslist aangifte van dit geval te doen.

[Handtekening links] J Brouwer [?]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.

[Handtekening rechts] Velthuis [?]
24 April '40
Controleur,

[Handgeschreven aantekening in zwarte inkt:]
J. Uytenboogaard heeft geen toegang meer.
Op v. Klaveren blijven letten.
[Handtekening] 25-4-'40.

[Handgeschreven aantekening in rode inkt:]
Terug van H. Brouwer
op 30/4-1940.
[Initialen] Het document schetst een complex beeld van kleine criminaliteit of verduistering binnen de logistieke keten van een marktbedrijf. De kern van de zaak is de diefstal van tien lege kisten (waarschijnlijk statiegeldkisten).

  • De verdediging: Een vader voert het woord voor zijn zoon. Hij beschrijft de jongen als "verlegen" en stelt dat hij hem zelfs gecontroleerd heeft op onverklaarbaar bezit (kleding nakijken op geld). Hij suggereert dat zijn zoon mogelijk door de heer Van Klaveren als "tussenpersoon" is gebruikt, wat wijst op een mogelijke opzet door een volwassene waarbij een jongere werknemer de schuld krijgt.
  • Het bewijs: Het feit dat de zoon het geld van de kisten buiten zijn baas om aan de eigenaar teruggaf, is verdacht ("getuigt tegen hem").
  • De medeplichtigen: Uytenboogaard wordt genoemd als iemand die vaker kisten inleverde onder de naam van Van Klaveren. De administratieve afhandeling (F 5.80 uitbetaling aan Oudhof) suggereert dat er een systeem was waarbij kisten werden ingeleverd voor geld dat niet bij de rechtmatige eigenaar terechtkwam.
  • Conclusie van de dienst: De handgeschreven nota is kordaat: Uytenboogaard wordt de toegang ontzegd en Van Klaveren wordt onder toezicht geplaatst. Dit document stamt uit april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de interne tucht bij de gemeentelijke diensten (Marktwezen) van die tijd. In een periode van economische schaarste en de dreiging van oorlog waren lege kisten (emballage) een waardevol goed met een duidelijke contante waarde. De toon van het document is formeel-juridisch, maar bevat ook een menselijke kant door de smeekbede van een bezorgde vader die probeert te voorkomen dat zijn zoon als dief wordt gebrandmerkt. De rol van de "Controleur" was essentieel in het handhaven van de integriteit binnen de marktmeesterij.

Samenvatting

Het document schetst een complex beeld van kleine criminaliteit of verduistering binnen de logistieke keten van een marktbedrijf. De kern van de zaak is de diefstal van tien lege kisten (waarschijnlijk statiegeldkisten).

  • De verdediging: Een vader voert het woord voor zijn zoon. Hij beschrijft de jongen als "verlegen" en stelt dat hij hem zelfs gecontroleerd heeft op onverklaarbaar bezit (kleding nakijken op geld). Hij suggereert dat zijn zoon mogelijk door de heer Van Klaveren als "tussenpersoon" is gebruikt, wat wijst op een mogelijke opzet door een volwassene waarbij een jongere werknemer de schuld krijgt.
  • Het bewijs: Het feit dat de zoon het geld van de kisten buiten zijn baas om aan de eigenaar teruggaf, is verdacht ("getuigt tegen hem").
  • De medeplichtigen: Uytenboogaard wordt genoemd als iemand die vaker kisten inleverde onder de naam van Van Klaveren. De administratieve afhandeling (F 5.80 uitbetaling aan Oudhof) suggereert dat er een systeem was waarbij kisten werden ingeleverd voor geld dat niet bij de rechtmatige eigenaar terechtkwam.
  • Conclusie van de dienst: De handgeschreven nota is kordaat: Uytenboogaard wordt de toegang ontzegd en Van Klaveren wordt onder toezicht geplaatst.

Historische Context

Dit document stamt uit april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de interne tucht bij de gemeentelijke diensten (Marktwezen) van die tijd. In een periode van economische schaarste en de dreiging van oorlog waren lege kisten (emballage) een waardevol goed met een duidelijke contante waarde. De toon van het document is formeel-juridisch, maar bevat ook een menselijke kant door de smeekbede van een bezorgde vader die probeert te voorkomen dat zijn zoon als dief wordt gebrandmerkt. De rol van de "Controleur" was essentieel in het handhaven van de integriteit binnen de marktmeesterij.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4