Archiefdocument
Origineel
Dinsdag 23 Juli 1940 (Geselecteerde hoofdartikelen vanwege de omvang van de pagina)
DE ONAFHANKELIJKHEID DER OOSTZEE-STATEN
Twintig jaren van onrustig bewind. WEER NAAR RUSLAND TERUGGEKEERD.
MET het verzoek tot aansluiting bij de Sovjet-Unie van Litauen en Letland en de behandeling van deze kwestie in het Estlandsche parlement, vullen thans binnen afzienbaren tijd drie kleine staten naar den grooten Russischen nabuur terugkeeren, waarvan zij in vele opzichten parallel-loopende geschiedenis van de afgeloopen twintig jaren nimmer voldoende waarborgen scheen te kunnen bevatten voor een permanente onafhankelijkheid.
Wat Letland betreft, reeds op 18 November 1918 riep de volksraad te Riga de onafhankelijkheid uit en een voorloopig bewind trad in het leven. Eerst op 11 Augustus 1920 werd bij den vrede van Riga die onafhankelijkheid door Rusland erkend. De totstandkoming van de onafhankelijkheid van Litauen had, gezien ook de geografische ligging van dit gebied, een gecompliceerder verloop. [...]
Zweeden handhaaft zijn neutraliteit.
Regeering van nationale concentratie noodig geacht.
EEN ANTWOORD AAN ENGELAND
STOCKHOLM, 21 Juli. (D.N.B.) — De Zweedsche minister van Onderwijs, Bagge, heeft gisteren te Uddevalla in een rede verklaard dat Zweeden de huidige groote omwenteling in Europa voortaan een politiek moet voeren, die zijn onafhankelijkheid en zelfstandigheid ten doel heeft. Voorwaarde hiertoe is de handhaving van de neutraliteitspolitiek.
NA HITLER'S REDE.
De Britsche regeering en de openbare meening.
PROPAGANDA VOOR VOORTZETTING VAN DEN STRIJD.
BERLIJN, 22 Juli. (D.N.B.) — In verband met de officieele Engelsche reactie, tot nu toe op de rede van den Führer, schrijven de avondbladen, dat men in Londen een „complot de campagne" schijnt te hebben uitgedacht. De „Nachtausgabe" somt van de nieuwe propaganda-manoeuvres van het Britse ministerie de volgende zes punten op:
1. De eerste ministers van de Dominions hebben instructies ontvangen, voordat Churchill het woord voert, verklaringen af te leggen, dat Churchill in zijn rede zich beroepen kan op hun redevoeringen, die dan de zoogenaamde stem van de 400 millioen zielen zouden weergeven. [...]
DE HAVANA-CONFERENTIE.
Onzekerheid over de besluiten.
CORDELL HULL ZWIJGT.
HAVANA, 22 Juli. (D.N.B.) — De openingsrede van den Cubanschen gedelegeerde ter Pan-Amerikaansche conferentie, Bru, wordt door de gedelegeerden algemeen gezien als een teeken, dat behalve de vertegenwoordigers der Vereenigde Staten, niemand recht weet, wat op deze conferentie zal worden besloten.
--- Dit document is een voorpagina van de ochtendeditie van het dagblad De Telegraaf van 23 juli 1940. De krant verscheen tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland.
Belangrijkste waarnemingen:
1. Geopolitieke verschuivingen: De krant bericht uitvoerig over de annexatie van de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) door de Sovjet-Unie, een direct gevolg van het Molotov-Ribbentroppact.
2. Oorlogspropaganda: Het artikel links-onder over de Britse reactie op de rede van Hitler is doordrenkt van een pro-Duitse toon. Er wordt verwezen naar het D.N.B. (Deutsches Nachrichtenbüro), het officiële persbureau van de nazi's. De Britse regering wordt afgeschilderd als een partij die propaganda voert om de strijd tegen de wil van het volk in voort te zetten.
3. Neutraliteit en Diplomatie: Artikelen over Zweden en de conferentie in Havana tonen de pogingen van neutrale landen om hun positie te bepalen in een snel veranderende wereldorde.
4. Alledaags leven: Ondanks de oorlogsdreiging is er opvallend veel ruimte voor sport (zeilwedstrijden op de Kaag en atletiek in het Olympisch Stadion), wat duidt op een poging om een gevoel van normaliteit te handhaven.
--- Historisch kader:
In juli 1940 was Nederland net twee maanden bezet. Frankrijk was gecapituleerd (juni 1940) en de Slag om Engeland stond op het punt van beginnen. De "rede van de Führer" waarnaar verwezen wordt, is de toespraak van Adolf Hitler in de Kroll-opera op 19 juli 1940, waarin hij een "laatste oproep tot de rede" deed aan Groot-Brittannië om vrede te sluiten — een aanbod dat door de Britten werd genegeerd.
De rol van De Telegraaf:
Tijdens de bezetting moesten kranten in Nederland onder streng toezicht van de Duitse Pressereferent opereren. Hoewel De Telegraaf in deze periode nog niet volledig gelijkgeschakeld was, is de invloed van de bezetter duidelijk zichtbaar in de selectie van het nieuws en het gebruik van Duitse bronnen zoals het D.N.B. De krant werd na de oorlog tijdelijk verboden vanwege haar houding tijdens de bezettingsjaren. D.N.B. De