Ambtsbrief (getypt).
Origineel
Ambtsbrief (getypt). 3 september 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. extra
vP/HG.
77/33/4 M.
1 3 September 1940.
Straf bezoeker Centrale
Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen
toekomen van een op 31 Augustus jl. door den contrôleur
Fleijsman van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt,
dat M. Wertheim, Valkenburgerstraat 202 II, wien als kooper
toegang is verleend tot de Centrale Markt, zich aldaar op
29 Augustus jl. heeft schuldig gemaakt aan diefstal van 9
ledige kisten, ten nadeele van den grossier C. Keizer. Ik heb
Wertheim voornoemd, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Re-
glement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het
recht van toegang tot die markt voor den tijd van 2 tot en
met 15 September 1940. Ik geef U beleefd in overweging wel
te willen bevorderen, dat hij, ingevolge het tweede lid van
vorenaangehaald artikel, door Burgemeester en Wethouders
wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den
tijd van zes maanden, zulks met ingang van 16 September a.s.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder voor Levensmiddelen. De aanleiding is een incident op 29 augustus 1940, waarbij een zekere M. Wertheim betrapt is op het stelen van negen lege kisten van een grossier (C. Keizer).
De directeur heeft direct een voorlopige straf opgelegd (ontzegging van toegang voor twee weken), maar verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders om een veel zwaardere sanctie op te leggen: een toegangsverbod van zes maanden. Dit is gebaseerd op de marktreglementen. De toon is zakelijk en procedureel, typerend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd. De handgeschreven notitie "extra" bovenaan suggereert een vorm van spoed of een aanvullende classificatie. Het document is gedateerd in september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen toe en werd de controle op distributiecentra zoals de Centrale Markt strenger.
Een opvallend detail is de naam en het adres van de betrokkene: M. Wertheim, wonende aan de Valkenburgerstraat 202 II. De Valkenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de achternaam is de kans groot dat de heer Wertheim Joods was. In de context van de bezetting kregen kleine vergrijpen door Joodse burgers vaak disproportioneel zware gevolgen, hoewel dit document strikt de vigerende marktreglementen lijkt te volgen. De strenge aanpak van "onregelmatigheden" op de markt was essentieel voor de voedselvoorziening in oorlogstijd, maar de persoonlijke gevolgen voor individuen in de Joodse gemeenschap zouden in de daaropvolgende jaren catastrofaal worden door de steeds verdergaande anti-Joodse maatregelen.