Officiële ambtelijke brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële ambtelijke brief van de Gemeente Amsterdam. 25 april 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam. [Stempel/Handgeschreven bovenin:] N^o 15/3 / 4 M 1939 26/4
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 167 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 25 April 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van het verzoek in Uw schrijven van 18 April j.l., No. 15/3/3 M, machtig ik U de noodzakelijke aanvullingen van het Reglement op de Markten met betrekking tot het gebruik van marktlampen, in de eerstvolgende vergadering van de Commissie van Advies voor de Markten, aan de orde te stellen.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening/Paraaf]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Model G. A. 5
25.000-9-'37 Dit document is een formele machtiging van de verantwoordelijke wethouder aan de directeur van de Dienst van het Marktwezen. De kern van de brief is de toestemming om wijzigingen in het 'Reglement op de Markten' te bespreken. De specifieke focus ligt op de technische of veiligheidsvoorschriften rondom "marktlampen". In deze periode (eind jaren '30) was de overgang van olie- of carbidlampen naar elektrische verlichting op markten vaak een punt van ambtelijke discussie en regulering. De afkorting "vM" onder de hoofdtekst duidt waarschijnlijk op de initialen van de ambtenaar die de brief heeft opgesteld of getypt (minuut). De brief dateert van april 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was Amsterdam een stad met een zeer intensief marktleven (denk aan de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein). De organisatie van deze markten viel onder de 'Dienst van het Marktwezen'. Het feit dat de wethouder belast was met zowel 'Levensmiddelen' als 'Bad- en zweminrichtingen' weerspiegelt de toenmalige indeling van de gemeentelijke portefeuilles, waarbij volksgezondheid en basisbehoeften vaak gecombineerd werden. De procedurele aard van de brief toont de zorgvuldige, bureaucratische manier waarop de gemeente Amsterdam toezicht hield op de openbare orde en veiligheid op de marktterreinen.
Samenvatting
Dit document is een formele machtiging van de verantwoordelijke wethouder aan de directeur van de Dienst van het Marktwezen. De kern van de brief is de toestemming om wijzigingen in het 'Reglement op de Markten' te bespreken. De specifieke focus ligt op de technische of veiligheidsvoorschriften rondom "marktlampen". In deze periode (eind jaren '30) was de overgang van olie- of carbidlampen naar elektrische verlichting op markten vaak een punt van ambtelijke discussie en regulering. De afkorting "vM" onder de hoofdtekst duidt waarschijnlijk op de initialen van de ambtenaar die de brief heeft opgesteld of getypt (minuut).
Historische Context
De brief dateert van april 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was Amsterdam een stad met een zeer intensief marktleven (denk aan de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein). De organisatie van deze markten viel onder de 'Dienst van het Marktwezen'. Het feit dat de wethouder belast was met zowel 'Levensmiddelen' als 'Bad- en zweminrichtingen' weerspiegelt de toenmalige indeling van de gemeentelijke portefeuilles, waarbij volksgezondheid en basisbehoeften vaak gecombineerd werden. De procedurele aard van de brief toont de zorgvuldige, bureaucratische manier waarop de gemeente Amsterdam toezicht hield op de openbare orde en veiligheid op de marktterreinen.