Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 18 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). Noot: De spelling uit het origineel is aangehouden (o.a. 'y' in plaats van 'ij').
extra
D/G.
15/3/3 M.
n 3
18 April 1939.
Brandgevaarlykheid van
voor marktverlichting
gebruikte petroleumgas-
lantaarns.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2
Maart jl. om nader advies ontvangen stukken no.167 L.M.1939
heb ik de eer U te berichten, dat ik my met het zich onder
deze stukken bevindende rapport van den Commandant der
Brandweer d.d. 24 Februari 1939 No.1549 Br.1939, kan ver-
eenigen. Alvorens U de terzake noodzakelyke aanvullingen van
het Reglement op de Markten voor te stellen verzoek ik U be-
leefd my wel te willen machtigen een en ander in de Commis-
sie van Advies voor de Markten aan de orde te stellen.
De Directeur, De brief betreft een reactie van een gemeentelijk directeur op een adviesaanvraag van de wethouder voor Levensmiddelen. Het kernpunt is de brandveiligheid op de lokale markten, specifiek met betrekking tot het gebruik van petroleumgaslantaarns door marktkooplieden.
De directeur verklaart zich akkoord met de bevindingen van de Commandant der Brandweer, die blijkbaar in een eerder rapport (februari 1939) heeft gewezen op de risico's. De directeur stelt voor om het 'Reglement op de Markten' (de marktverordening) aan te passen om deze risico's te beperken. Echter, conform de ambtelijke hiërarchie en procedure, vraagt hij eerst de wethouder om machtiging (toestemming) om dit onderwerp te mogen bespreken in de 'Commissie van Advies voor de Markten' voordat er een definitief voorstel tot wijziging van het reglement komt.
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer U te berichten", "verzoek ik U beleefd"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke correspondentie uit die periode. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken in het Nederlandse gemeentebestuur aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In 1939 was de markt een essentiële plek voor de voedselvoorziening, vandaar dat de wethouder van 'Levensmiddelen' hierover de zeggenschap had.
Het gebruik van petroleumgaslantaarns wijst op een overgangstijdperk in de openbare en commerciële verlichting. Hoewel elektrische verlichting al wijdverspreid was, bleven marktkooplieden voor hun kramen vaak afhankelijk van mobiele en brandbare lichtbronnen, wat een constant punt van zorg was voor de brandweer in de dichtbebouwde stedelijke omgeving. Het document illustreert hoe technische veiligheidsrapporten werden vertaald naar formele regelgeving via een proces van adviescommissies en politieke besluitvorming.