Ambtelijke brief/missive.
Origineel
Ambtelijke brief/missive. 9 juni 1939. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentesecretaris of referendaris belast met marktzaken). VP/HG. extra
15/3/5 M.
9 Juni 1939.
Aanvulling Reglement op de
Markten met voorschrift
inzake brandgevaarlijke
marktlampen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Gevolg gevende aan de machtiging vervat in Uw missive d.d. 25 April jl. (No.167 L.M.1939) heb ik in een op 6 dezer gehouden vergadering van de Commissie van Advies voor de Markten aan de orde gesteld de aanvulling van het Reglement op de Markten met voorschriften, zooals die zijn voorgesteld aan het slot van het rapport van den Commandant der Brandweer d.d. 24 Februari 1939 No.1548 Br.1939, omtrent welk rapport ik U 18 April jl. (onder No.15/3/3 M.) berichtte. De voornoemde Commissie heeft zich er met algemeene stemmen mede vereenigd, dat het Reglement op de Markten met voorschriften zooals hier bedoeld wordt aangevuld. Echter verzoekt de Commissie om het desbetreffende besluit van Burgemeester en Wethouders wel zoo spoedig mogelijk ter openbare kennis te brengen, doch om het eerst met ingang van 1 November 1939 van kracht te doen zijn. Den marktkooplieden wordt zoodoende een redelijke tijd gelaten om de noodzakelijke veranderingen in hun lampen te doen aanbrengen.
Ik kan mij met dit verzoek vereenigen, weshalve ik U beleefd in overweging geef wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders wordt besloten met ingang van 1 November 1939 aan artikel 21 van het Reglement op de Markten toe te voegen een nieuw tweede lid, luidende: Deze brief vormt het sluitstuk van een adviesprocedure over brandveiligheid op de markt. Naar aanleiding van een kritisch rapport van de Brandweercommandant uit februari 1939, is voorgesteld om de marktregels aan te scherpen wat betreft de gebruikte lampen. De Commissie van Advies voor de Markten stemt hier unaniem mee in.
Een opvallend punt in het schrijven is de aandacht voor de uitvoerbaarheid voor de marktkooplieden. Er wordt geadviseerd de nieuwe regels pas op 1 november 1939 in te laten gaan, zodat de kooplui ruim vijf maanden de tijd hebben om hun materiaal aan te passen aan de nieuwe veiligheidseisen. De brief eindigt met het formele voorstel om artikel 21 van het Reglement te wijzigen. In de jaren dertig waren markten de voornaamste plekken voor de dagelijkse levensmiddelenvoorziening. Verlichting op de kramen gebeurde destijds nog vaak met petroleum- of carbidlampen, die bij omvallen of defecten een aanzienlijk brandgevaar vormden in de dikwijls krappe en drukke marktopstellingen.
Dit document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de zorgvuldige bureaucratische processen van die tijd: een samenspel tussen de brandweer (technisch advies), een adviescommissie (belangenafweging) en het college van B&W (besluitvorming). De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke portefeuille die in die tijd essentieel was voor de stedelijke distributie en volksgezondheid.