Ambtelijke kennisgeving / interne memo.
Origineel
Ambtelijke kennisgeving / interne memo. 28 september 1940. P.C. Postema, Controleur. Bedrijfchef van het Marktwezen, Amsterdam. verbaal terzake Art: 461 W.v.Sr. aangezegd
en hem van het marktterrein verwijderd.
Aan den Heer
Bedrijfchef
v/h Marktwezen.
Amsterdam, 28 September 1940
De Controleur,
P.C. Postema.
[Aantekening links, diagonaal over de tekst]:
Gezien
[Handtekening]
1/10
[Aantekening midden]:
Accoord, z.v.b.
1/10 '40 [Handtekening] Het document is een kort, zakelijk verslag van een incident op een Amsterdams marktterrein (waarschijnlijk de Centrale Markthallen). Een controleur meldt dat hij een individu een proces-verbaal heeft aangezegd wegens overtreding van Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel handelt over het zich bevinden op andermans grond waarvan de toegang door de rechthebbende op blijkbare wijze is verboden (eenvoudig gezegd: verboden toegang). Na het aanzeggen van het verbaal is de persoon fysiek van het terrein verwijderd.
De verschillende parafen en data (1 oktober 1940) tonen de hiërarchische afhandeling binnen de gemeentelijke dienst: de melding wordt eerst "gezien" door een direct leidinggevende en vervolgens "accoord" bevonden door een hogere functionaris. De afkorting "z.v.b." bij de goedkeuring kan staan voor "zo veel bekend" of verwijzen naar een administratieve inschrijving (bijv. "zie verbaal boek"). Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). Hoewel de tekst zelf niet direct naar de oorlog verwijst, was de controle op de voedselvoorziening en de orde op de markten in deze tijd uiterst streng. Het Marktwezen in Amsterdam speelde een cruciale rol in de distributie van goederen. Artikel 461 was een veelgebruikt instrument om onbevoegden, zoals zwarthandelaren of personen zonder de juiste papieren, resoluut van de terreinen te weren om de controle over de goederenstroom te behouden. De formele, bijna bureaucratische toon is kenmerkend voor de Nederlandse ambtenarij uit die periode, die onder de bezetting in eerste instantie op de gebruikelijke wijze bleef functioneren.