Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 59
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

4 november 1940.

Origineel

4 november 1940. R A P P O R T No 77/52/1 M.1940

Op Vrijdag 1 November 1940,werd mij door A.Wagenaar,personeel van grossier A.Ootjers,medegedeeld,dat van de verkoopplaats van Ootjers (plaats 19 aan de aardappelenkant) 18 zakken uien,10 zakken koolrapen 7 zakken wortelen en 4 kratten roode kool verdwenen waren.De zakken waren gemerkt met A.W.50,terwijl op de kratten A.Wagenaar vermeld stond.Tegelijk met Wagenaar deed grossier H.Bras mij mededeeling,dat van zijn verkoopplaats No 18 aan de aardappelenkant,4 zakken spruiten verdwenen waren.Dez zakken waren gemerkt"Lee".
Voorts verklaarde beide personen mij,dat zij van een aardappelenverwerker hadden vernomen,dat een zekere van Wijk,die in het Stadsdeel Noord alhier kleinhandel zou drijven met groenten,op 31 October 1940,omstreeks 4.45 uur n.m. de Centr:Markt had verlaten met een handkar beladen met wortelen en uien. Tevens was hen teroore gekomen,dat deze van Wijk zijn handkar had gebracht bij een karrenbaas in de Gilles van Ledenberghstraat alhier.
Naar aanleiding hiervan,hoorde ik de aardappelenverwerkers J.M.Affourtit en H.de Vos,die mij verklaarden,dat zij een hen bekende van Wijk op 31 October omstreeks 4.30 uur n.m.met een ledige handkar hadden gezien op de Centr:Markt ter hoogte van de plaatsen 18 en 19 aan de aardappelenkant.Om ongeveer 4.50 uur n.m. toen zij zich bij het uitgangshak bevonden hadden zij bedoelden van Wijk de Centr:Markt zien verlaten,thans met een geladen handkar,
Vervolgens hoorde ik rapporteur H.W.Box,die in de Gilles van Ledenberghstraat een karrenloods heeft en die ik een foto vertoonde van een mij bekende groentenknecht genaamd Leendert van Wijk. Box verklaarde mij toen dat deze persoon op Donderdag 31 October 1940 omstreeks 4.50 uur n.m. bij hem een handkar had gestald,welke beladen was met wortelen en uien.Van Wijk had deze handkar op Vrijdag 1 November omstreeks 9 uur v.m. weer weggehaald.
Naar aanleiding van deze verklaringen heb ik,rapporteur,mij op 1 November 1940 naar het stadsdeel Noord begeven en aldaar in de Lange Distelstraat staande gehouden den mij bekenden Leendert van Wijk.Desgevraagd verklaarde van Wijk van de heele zaak niets af te wteten,doch toen ik hem liet blijken dat er zeer ernstige getuigenissen tegen hem waren ingebracht herriep hij de-ze verklaring en bekende op 31 October omstreeks 4.30 uur n.m. op de Centr; Markt van plaats 18 en 19 een partij wintergroenten te hebben weggenomen. Hij verklaarde deze later te hebben overgebracht naar zijn loods in de Distelachterstraat alhier.Hierop heb ik van Wijk aangehouden en overgebracht naar het Bureau van Politie aan den Adelaarsweg,waarna ik mij naar zijn loods in Distelachterstraat heb begeven.Daar vond ik 17 zakken uien,7 zakken wortelen 6zakken koolrapen.Dze zakken waren gemerkt met A.W.50.Ook bevond zich in deze loods nog 3 zakken spruiten.Deze zakken waren gemerkt "Lee".Voorts bevond zich daar nog een pa r tij van 15 zakken aardappelen.Deze zakken waren gemerkt met "K.v.K".Waar door mij bij onderzoek de herkomst van deze aardappelen nog niet kon worden vastgesteld heb ik deze met de hiervoor genoemde partijen wintergroenten in beslag genomen en ,ater overgebracht naar de Centr Markt.Op Zaterdag 2 November heb ik de door mij inbeslaggenomen partijen wintergroenten aan A,Wagenaar vertoond en werden deze door hemherkend als de vermiste.Ook Bras herkende de 3 zakken spruiten als de door hem vermiste.
In overleg met de chef van het Bureau Admiraal de Ruyterweg heb ik de bedoel-goederen weer aan Wagenaar en Bras terug gegeven,terwijl ik van beiden een gemerkte zak in beslag heb genomen.
Ten aanzien van de 15 zakken aardappelen kan ik thans nog het volgende melden. Op 7 October 1940 werd mij door grossier van Klaveren,huurder van plaats 21 aardappelzijde van de Centr:Markt,aangifte gedaan,dat van zijn verkoopplaats 20 zakken aardappelen verdwenen waren.Deze zakken waren gemerkt met K.v.K". Ook de 15.door mij bij van Wijk,inbeslag genomen zakken met aardappelen waren van dit merk voorzien.Op Maandag 4 November 1940 heb ik van Wijk hierover gehoord en verklaarde hij mij deze aardappelen ongeveer 14 dagen geleden op de Centr:Markt te hebben gekocht van een hem onbekend persoon.Deze partij bestond toen uit en 20 zakken waarvoor hij F 30 zou hebben betaald.Hoewel ik met van Wijk de Centr:Markt heb afgezocht,was het niet mogelijk mij den door hem bedoelde persoon aan tewijzen.De 15 zakken aardappelen heb ik,wederom in overleg met de Politie van bovengenoemd Bureau,in beslag gehouden,terwijl door mij een nader onderzoek naar de herkomst zal worden ingesteld-
Ten slotte vermeld ik nog,dat vanWijk zich voordien op de Centr:Markt nimmer aan eenig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Wagenaar en Bras deden mij aangifte van het genoemde geval en zal door mij hiervan proces verbaal worden opgemaakt.Kaart voor de Centr:Markt van Van Wijk gaat hierbij.

[Handgeschreven aantekeningen:]
1/ P.v.b.
2/ id: m. v. v. 7 Nov. '40
3/ Wettl. middelen [onleesbaar] uitschrijven.

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
[Handtekening]

Amsterdam 4 November 1940
Controleur,
[Handtekening, vermoedelijk: S. Lith] Dit document is een ambtelijk verslag van een opsporingsonderzoek naar diefstal op de Centrale Markthallen in Amsterdam. De structuur is zeer methodisch:
1. Aangifte: Het begint met de meldingen van de gedupeerde grossiers (Wagenaar en Bras).
2. Getuigenverklaringen: De controleur verzamelt bewijs door getuigen (Affourtit, De Vos en karrenbaas Box) te horen die de verdachte met een handkar hebben gezien.
3. Aanhouding en Bekentenis: De verdachte, Leendert van Wijk, wordt geconfronteerd met het bewijs en legt een volledige bekentenis af.
4. Inbeslagname: De gestolen goederen worden aangetroffen in een loods in de Distelbuurt (Amsterdam-Noord). De merktekenen op de zakken (A.W.50, Lee, K.v.K.) spelen een cruciale rol bij de identificatie.
5. Vervolgonderzoek: Er wordt een link gelegd met een eerdere diefstal van aardappelen in oktober, waarbij de verdachte een onwaarschijnlijke verklaring geeft over de aankoop ervan.

Opvallend is de taal: typisch vooroorlogs/ambtelijk met woorden als "rapporteur", "tervore gekomen", "wteten" (spelfout in origineel) en de focus op specifieke locaties en tijden. Het rapport is opgesteld in november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document gaat over een gewone strafzaak (diefstal), is de context van voedselvoorziening in die tijd van groot belang. De Centrale Markthallen waren het hart van de Amsterdamse voedseldistributie.

In 1940 begon de schaarste toe te nemen en werd het distributiestelsel strenger. Diefstal uit de centrale voorraad werd gezien als een ernstige ondermijning van de voedselzekerheid. De genoemde locaties (Gilles van Ledenberchstraat in West en de Distelbuurt in Noord) waren typische volksbuurten. De handkar was in die tijd het voornaamste vervoermiddel voor kleine handelaren (kleinhuishoudelijke groenteboeren) om hun waar van de markt naar de wijken te brengen. De genoemde bedragen (30 gulden voor 20 zakken aardappelen) geven een indicatie van de toenmalige marktwaarde.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag van een opsporingsonderzoek naar diefstal op de Centrale Markthallen in Amsterdam. De structuur is zeer methodisch:
1. Aangifte: Het begint met de meldingen van de gedupeerde grossiers (Wagenaar en Bras).
2. Getuigenverklaringen: De controleur verzamelt bewijs door getuigen (Affourtit, De Vos en karrenbaas Box) te horen die de verdachte met een handkar hebben gezien.
3. Aanhouding en Bekentenis: De verdachte, Leendert van Wijk, wordt geconfronteerd met het bewijs en legt een volledige bekentenis af.
4. Inbeslagname: De gestolen goederen worden aangetroffen in een loods in de Distelbuurt (Amsterdam-Noord). De merktekenen op de zakken (A.W.50, Lee, K.v.K.) spelen een cruciale rol bij de identificatie.
5. Vervolgonderzoek: Er wordt een link gelegd met een eerdere diefstal van aardappelen in oktober, waarbij de verdachte een onwaarschijnlijke verklaring geeft over de aankoop ervan.

Opvallend is de taal: typisch vooroorlogs/ambtelijk met woorden als "rapporteur", "tervore gekomen", "wteten" (spelfout in origineel) en de focus op specifieke locaties en tijden.

Historische Context

Het rapport is opgesteld in november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document gaat over een gewone strafzaak (diefstal), is de context van voedselvoorziening in die tijd van groot belang. De Centrale Markthallen waren het hart van de Amsterdamse voedseldistributie.

In 1940 begon de schaarste toe te nemen en werd het distributiestelsel strenger. Diefstal uit de centrale voorraad werd gezien als een ernstige ondermijning van de voedselzekerheid. De genoemde locaties (Gilles van Ledenberchstraat in West en de Distelbuurt in Noord) waren typische volksbuurten. De handkar was in die tijd het voornaamste vervoermiddel voor kleine handelaren (kleinhuishoudelijke groenteboeren) om hun waar van de markt naar de wijken te brengen. De genoemde bedragen (30 gulden voor 20 zakken aardappelen) geven een indicatie van de toenmalige marktwaarde.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 5