Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 66
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Onderdeel van een proces-verbaal / getuigenverklaring.

Origineel

Onderdeel van een proces-verbaal / getuigenverklaring. de Gilles van Ledenberchstraat op 31 October 1940 een handkar had gestald voor een persoon en dat deze persoon op 1 November 1940 omstreeks 9 uur v.m. de handkar weer had weggehaald. Bedoelde kar zou eveneens geladen zijn geweest met wortelen en uien.

Naar aanleiding van deze mededeeling vertoonde ik, verbalisant, aan beide aangevers een foto van een mij bekenden Leendert van Wijk, van wien ik weet, dat hij in Amsterdam-Noord kleinhandel drijft in groenten. Beide aangevers verklaarden mij toen nimmer met bedoelden Van Wijk zaken te hebben gedaan. Onverwijld heb ik mij toen begeven naar perceel 108 in de Gilles van Ledenberchstraat alhier, in welk perceel is gevestigd een karrenverhuurderij. Den eigenaar van deze karrenverhuurderij, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd Hendrik Willem Box, oud 18 jaar en wonende 2e Hugo de Grootstraat 70 te Amsterdam-West, vertoonde ik eveneens de foto van Van Wijk. Box verklaarde mij toen desgevraagd als volgt: "De persoon van wien U mij een foto vertoont, heeft op 31 October 1940 omstreeks 5 uur n.m. bij mij een handkar, welke geladen was met zakken wortelen en uien, gestald en deze hedenmorgen omstreeks 9 uur weer weggehaald. Naar bedoelde persoon mij nog mededeelde, moest hij met deze vracht naar de overzijde van het IJ. Waar mijn karrenloods zich betrekkelijk dicht in de nabijheid bevindt van de Centrale Markt gebeurt het wel meer, dat groentenhandelaren bij mij een geladen handkar stallen."

Vervolgens hoorde ik, verbalisant, op 1 November 1940 twee mij bekende aardappelverwerkers, die mij later opgaven respectievelijk te zijn genaamd: Johannes Martinus Affourtit, oud 32 jaar, aardappelverwerker en wonende Nicolaas Beetsstraat 81 III te Amsterdam en: Hendrik Frederik de Vos, oud 39 jaar, aardappelverwerker en wonende Borgerstraat 69 III alhier. Ook aan Affourtit en De Vos vertoonde ik een foto van Van Wijk en verklaarden zij mij, hoewel ieder afzonderlijk, doch eensluidend, dat zij Van Wijk op 31 October 1940 omstreeks 4.30 uur n.m. op de Centrale Markt ter hoogte van de plaatsen 18 en 19 aan de Westzijde, met een ledige handkar hadden gezien. Voorts, dat toen zij zich omstreeks 4.45 uur n.m. aan den uitgang van de Centrale Markt bevonden, zij bedoelden Van Wijk met een geladen handkar de Centrale Markt hadden zien verlaten. Volgens verklaring van Affourtit en De Vos was de handkar toen zwaar beladen met zakken wortelen en uien.

Hierna heb ik, verbalisant, mij op 1 November 1940 naar het stadsdeel Noord te Amsterdam begeven en aldaar in de Lange Distelstraat staande gehouden een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd:
LEENDERT VAN WIJK,
geboren te Amsterdam, 29 Juni 1920,
van beroep: kleinhandelaar in groenten en fruit)
en wonende Bilderdijkstraat 187 IV achter te Amsterdam-West.

Van Wijk verklaarde mij desgevraagd, dat hij na den morgen van den 31en October 1940 de Centrale Markt niet meer had bezocht, terwijl/zich op 1 November 1940 per tram en bus van zijn woning naar zijn groentewijk in Amsterdam-Noord had begeven. Toen ik, verbalisant, hem vroeg waar hij dan zijn kar met groenten vandaan haalde, verklaarde hij, dat hij deze stalde bij een karrenbaas aan den Papaverweg in het stadsdeel Noord. Bij onderzoek bleek dit echter niet geheel juist te zijn, reden waarom ik Van Wijk verzocht met mij mede te gaan naar het Bureau van Politie aan den Adelaarsweg, aan welk verzoek hij voldeed. Terwijl ik, verbalisant, Van Wijk in genoemd Politiebureau heb gelaten, heb ik in Noord nog bij eenige karrenbazen geïnformeerd of Van Wijk bij hen een handkar stalde, evenwel zonder eenig resultaat. Hierop heb ik, verbalisant, mij wederom naar genoemd Politiebureau begeven en aldaar Van Wijk nogmaals gehoord. Aanvankelijk volhardde hij bij zijn verklaring na den ochtend van den 31en October 1940 niet meer de Centrale Markt te hebben bezocht, doch toen ik, verbalisant, er hem op wees, dat er zeer bezwarende getuigenissen tegen hem waren ingebracht, herriep hij deze verklaring en verklaarde mij toen als volgt: "Op 31 October 1940 des namiddags omstreeks 4.30 uur bevond ik mij met mijn ledige handkar op de Centrale Markt en wel ter hoogte van plaats 19 en 20 aan de Westzijde. Ik had mij naar de Centrale Markt begeven met de bedoeling om thans reeds groente in te koopen voor Vrijdag en Zaterdag 1 en 2 November a.s. Daar zich echter niemand meer bij genoemde verkoopplaatsen bevond, heb ik van deze gelegenheid gebruik gemaakt en van de wintergroenten, die zich op de plaatsen bevonden een deel op mijn handkar geladen. * Opsporingsmethode: De verbalisant (politieagent) maakt gebruik van een actieve opsporingsmethode: het tonen van foto's van een bekende verdachte aan getuigen. Dit wijst erop dat de verdachte al vaker met de politie in aanraking was gekomen ("een mij bekenden Leendert van Wijk").
* Tegenstrijdigheid: De verdachte probeert aanvankelijk een alibi te verschaffen door te beweren dat hij zijn kar in Amsterdam-Noord stalde. De verbalisant controleert dit direct bij lokale "karrenbazen", wat de leugen ontmaskert.
* Bekentenis: De druk van de getuigenverklaringen (Affourtit en De Vos) leidt uiteindelijk tot een bekentenis. De verdachte geeft toe dat hij misbruik maakte van de afwezigheid van handelaren op de Centrale Markt om onbeheerde wintergroenten (uien en wortelen) mee te nemen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele ambtelijke stijl van de jaren '40, met termen als "v.m." (voormiddag), "n.m." (namiddag), "perceel" (gebouw/adres) en "karrenbaas". * Tijdsgeest: Het document dateert van november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de voedselschaarste toe te nemen en werd de controle op de distributie van levensmiddelen strenger.
* Locatie: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het hart van de groentehandel. De Gilles van Ledenberchstraat ligt in de Frederik Hendrikbuurt, vlakbij de markt, wat het een logische plek maakte voor een karrenverhuurderij.
* Sociaal-economisch: De betrokkenen zijn kleine zelfstandigen en arbeiders (groentenhandelaren, aardappelverwerkers, karrenverhuurders). De diefstal van relatief basale producten als wortelen en uien duidt op de groeiende economische nood of de kans op winst op de zwarte markt.

Samenvatting

  • Opsporingsmethode: De verbalisant (politieagent) maakt gebruik van een actieve opsporingsmethode: het tonen van foto's van een bekende verdachte aan getuigen. Dit wijst erop dat de verdachte al vaker met de politie in aanraking was gekomen ("een mij bekenden Leendert van Wijk").
  • Tegenstrijdigheid: De verdachte probeert aanvankelijk een alibi te verschaffen door te beweren dat hij zijn kar in Amsterdam-Noord stalde. De verbalisant controleert dit direct bij lokale "karrenbazen", wat de leugen ontmaskert.
  • Bekentenis: De druk van de getuigenverklaringen (Affourtit en De Vos) leidt uiteindelijk tot een bekentenis. De verdachte geeft toe dat hij misbruik maakte van de afwezigheid van handelaren op de Centrale Markt om onbeheerde wintergroenten (uien en wortelen) mee te nemen.
  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele ambtelijke stijl van de jaren '40, met termen als "v.m." (voormiddag), "n.m." (namiddag), "perceel" (gebouw/adres) en "karrenbaas".

Historische Context

  • Tijdsgeest: Het document dateert van november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de voedselschaarste toe te nemen en werd de controle op de distributie van levensmiddelen strenger.
  • Locatie: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het hart van de groentehandel. De Gilles van Ledenberchstraat ligt in de Frederik Hendrikbuurt, vlakbij de markt, wat het een logische plek maakte voor een karrenverhuurderij.
  • Sociaal-economisch: De betrokkenen zijn kleine zelfstandigen en arbeiders (groentenhandelaren, aardappelverwerkers, karrenverhuurders). De diefstal van relatief basale producten als wortelen en uien duidt op de groeiende economische nood of de kans op winst op de zwarte markt.

Locaties

Amsterdam (o.a. Gilles van Ledenberchstraat Centrale Markt Amsterdam-Noord).

Gerelateerde Documenten 5