Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 67
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (politierapport).

Begin november 1940 (specifieke data genoemd: 31 oktober, 1, 2 en 4 november 1940).

Origineel

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (politierapport). Begin november 1940 (specifieke data genoemd: 31 oktober, 1, 2 en 4 november 1940). De door mij opgeladen groenten bestonden uit zakken wortelen, uien, koolrapen en spruitkooltjes. Hoeveel ik heb medegenomen kan ik niet met zekerheid zeggen. Na mijn handkar te hebben geladen heb ik mij hiermede begeven naar een karrenverhuurderij in de Gilles van Ledenberghstraat en aldaar mijn handkar gestald. Op Vrijdag 1 November 1940 omstreeks 9 uur v.m. heb ik haar weer weggehaald en de daarop liggende groente overgebracht naar mijn opslagplaats in de Distelachterstraat te Amsterdam-Noord. Deze goederen bevinden zich thans nog in deze opslagplaats. Ik had van niemand toestemming verkregen om deze goederen weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Ik weet, dat ik door deze handeling mij schuldig heb gemaakt aan een strafbaar feit."

Naar aanleiding van deze verklaring heb ik, verbalisant, verdachte Van Wijk aangehouden en voorloopig nog in het Bureau van Politie aan den Adelaarsweg gelaten, terwijl ik mij hierna heb begeven naar de Distelachterstraat. Voor een aldaar geopende opslagplaats stond een handkar, waarop benevens eenige ledige kisten, ook drie zakken spruitkooltjes lagen. Deze zakken waren gemerkt met "Lee". Bij deze handkar bevond zich een jongen, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Jacob Hoogendorp, oud 13 jaar, scholier en wonende Ganzenbloemstraat 11 alhier. Hoogendorp verklaarde mij, dat hij verdachte Van Wijk wel behulpzaam was bij diens werk. Voorts, dat de handkar, die voor genoemde opslagplaats stond eveneens van Van Wijk was, benevens de goederen, die zich daarop bevonden. Tevens verklaarde Hoogendorp mij, verbalisant, dat de goederen, die zich in de genoemde opslagplaats bevonden eveneens van Van Wijk waren. Bij onderzoek bleek mij, dat zich in genoemde opslagplaats de volgende goederen bevonden: te weten 17 zakken uien, 7 zakken wortelen, 6 zakken koolrapen en 15 zakken aardappelen. De 15 zakken aardappelen waren gemerkt "K.v.K.", terwijl verschillende overige zakken waren voorzien van het merkteecken "A.W.50". Waar door mij, verbalisant, de herkomst van de 15 besproken zakken met aardappelen nog niet kon worden vastgesteld, heb ik deze, evenals de overige reeds genoemde partijen groenten, voorloopig in beslag genomen en later overgebracht naar de Centrale Markt alhier. Voorts heb ik, verbalisant, verdachte Van Wijk per politieauto overgebracht van het Bureau van Politie aan den Adelaarsweg naar het Bureau van Politie aan den Admiraal de Ruyterweg om hem aldaar onverwijld ter beschikking gesteld van den Heer Commissaris van Politie van de 2e Sectie, op wiens last hij later weer is heengezonden. Op last van genoemden Commissaris van Politie heb ik het onderzoek voortgezet en daartoe op Zaterdag 2 November 1940 de door mij inbeslaggenomen groenten aan de aangevers Wagenaar en Bras, vertoond. De zakken met uien, wortelen en koolrapen werden door Wagenaar, mede door het merkt "A.W.50", dat op verscheidene zakken vermeld stond, herkend als de door hem vermiste, terwijl Bras de 3 zakken spruitkooltjes aan het daarop vermelde merk "Lee" als zijn eigendom herkende. Waar deze goederen aan bederf onderhevig zijn, heb ik, verbalisant, ze terstond aan den respectievelijken eigenaar teruggegeven. Van Wagenaar heb ik een gemerkte zak "A.W.50" en van Bras een gemerkte zak "Lee" inbeslaggenomen. Deze zullen door mij op wettige wijze worden gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank alhier.

Ten aanzien van de door mij op 31 October 1940 van Van Wijk in beslag genomen 15 zakken aardappelen, kan ik, verbalisant, thans nog het volgende verklaren. Op 8 October 1940 was mij, door den mij bekenden Cornelis van Klaveren, oud 46 jaar, groothandelaar in aardappelen, gevestigd op de Centrale Markt, plaats 21 aan de Westzijde, wonende Noordwijkerweg 11 te Rijnsburg, aangifte gedaan, dat 26 zakken groote zandaardappelen sedert 7 October 1940 van zijn verkoopplaats verdwenen waren. Deze zakken zouden voorzien zijn van het merkteecken "K.v.K.". Een destijds door mij ingesteld onderzoek leverde echter geen resultaat op. Waar de zakken van de door mij bij Van Wijk in beslag genomen aardappelen ook van het merkteeken "K.v.K" voorzien waren, achtte ik het niet uitgesloten, dat ook deze van de door Van Klaveren vermiste partij behoorden. Om deze reden heb ik op Maandag 4 November 1940 op de Centrale Markt aan Van Klaveren de 15 zakken aardappelen benevens den verdachte Van Wijk vertoond, waarna hij mij aangifte deed en als volgt verklaarde: "De aardappelen, die U mij vertoont, zijn soortgelijk aan degenen, die ik sedert 7 October 1940 vermis. Met den persoon die U mij vertoont, heb ik nog nimmer zaken gedaan. Ook heb ik aan geen ander opdracht gegeven aan hem, noch aan iemand anders van mijn aardappelen een gedeelte te verkoopen. De zakken, waarin de door U aan mij vertoonde aardappelen zich bevinden, herken ik aan het merkteeken "K.v.K." als mijn eigendom. Door het verdwijnen van de 26 zakken aardappelen ben ik benadeeld voor een bedrag van ongeveer f 45,-. Mocht U bij onderzoek blijken, dat de door U vertoonde persoon ze bij mij heeft gestolen, dan verzoek ik U tegen hem een strafrechtelijke vervolging te willen instellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."

(Onderschriften en handtekeningen) Het document is een gedetailleerd verslag van een politieonderzoek naar de diefstal van handelswaar. De kern van het rapport draait om de bekentenis van verdachte Van Wijk, die toegeeft groenten te hebben ontvreemd en opgeslagen in een loods in Amsterdam-Noord. Opvallend is de rol van de 13-jarige Jacob Hoogendorp, die als 'hulpje' bij de handkar wordt aangetroffen.

De bewijsvoering steunt zwaar op de "merktekens" op de zakken:
* "Lee": spruitkooltjes van aangever Bras.
* "A.W.50": uien, wortelen en koolrapen van aangever Wagenaar.
* "K.v.K.": zandaardappelen van groothandelaar Cornelis van Klaveren.

De verbalisant handelt efficiënt door de bederfelijke waar (groenten) direct terug te geven aan de rechtmatige eigenaren, terwijl de lege zakken als bewijsstukken voor de rechtbank worden achtergehouden. De waarde van de gestolen aardappelen wordt geschat op 45 gulden, wat in 1940 een aanzienlijk bedrag was voor een dergelijke partij. Dit document stamt uit november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland. Hoewel er geen directe verwijzingen zijn naar de oorlogssituatie of de bezetter, is de context van voedselschaarste relevant. In deze periode begon de distributie van goederen steeds nijpender te worden, wat leidde tot een toename in diefstal van primaire levensbehoeften zoals groenten en aardappelen vanaf de Centrale Markt.

De genoemde locaties (Distelachterstraat en Adelaarsweg) liggen in de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord, een volksbuurt die in die tijd veel kleine opslagplaatsen en handkarrenverhuurders kende. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was en is de spil in de voedselvoorziening van de stad. Het proces-verbaal toont aan dat de reguliere Nederlandse politie-organisatie en rechtsgang in de eerste oorlogsmaanden nog grotendeels volgens de vooroorlogse protocollen functioneerden.

Samenvatting

Het document is een gedetailleerd verslag van een politieonderzoek naar de diefstal van handelswaar. De kern van het rapport draait om de bekentenis van verdachte Van Wijk, die toegeeft groenten te hebben ontvreemd en opgeslagen in een loods in Amsterdam-Noord. Opvallend is de rol van de 13-jarige Jacob Hoogendorp, die als 'hulpje' bij de handkar wordt aangetroffen.

De bewijsvoering steunt zwaar op de "merktekens" op de zakken:
* "Lee": spruitkooltjes van aangever Bras.
* "A.W.50": uien, wortelen en koolrapen van aangever Wagenaar.
* "K.v.K.": zandaardappelen van groothandelaar Cornelis van Klaveren.

De verbalisant handelt efficiënt door de bederfelijke waar (groenten) direct terug te geven aan de rechtmatige eigenaren, terwijl de lege zakken als bewijsstukken voor de rechtbank worden achtergehouden. De waarde van de gestolen aardappelen wordt geschat op 45 gulden, wat in 1940 een aanzienlijk bedrag was voor een dergelijke partij.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland. Hoewel er geen directe verwijzingen zijn naar de oorlogssituatie of de bezetter, is de context van voedselschaarste relevant. In deze periode begon de distributie van goederen steeds nijpender te worden, wat leidde tot een toename in diefstal van primaire levensbehoeften zoals groenten en aardappelen vanaf de Centrale Markt.

De genoemde locaties (Distelachterstraat en Adelaarsweg) liggen in de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord, een volksbuurt die in die tijd veel kleine opslagplaatsen en handkarrenverhuurders kende. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was en is de spil in de voedselvoorziening van de stad. Het proces-verbaal toont aan dat de reguliere Nederlandse politie-organisatie en rechtsgang in de eerste oorlogsmaanden nog grotendeels volgens de vooroorlogse protocollen functioneerden.

Locaties

Amsterdam (o.a. Amsterdam-Noord Distelachterstraat Adelaarsweg Centrale Markt).

Gerelateerde Documenten 5