Proces-verbaal / Ambtelijke verklaring.
Origineel
Proces-verbaal / Ambtelijke verklaring. Vervolgens hoorde ik, verbalisant, verdachte Van Wijk, die mij omtrent de herkomst van de besproken partij aardappelen het volgende verklaarde: "Op Maandag 21 October 1940 omstreeks 1 uur n.m. heb ik op de Centrale Markt van een mij onbekend persoon 20 zakken groote zandaardappelen gekocht en hem hiervoor f 30,-- betaald. Ik heb van den bedoelden persoon geen kwitantie ontvangen. Hoewel ik zijn naam niet weet, zal het mij toch wel mogelijk zijn hem bij wederzien te herkennen. Voordien had ik nog nimmer met dezen persoon zaken gedaan. Direct, nadat ik de aardappelen had gekocht en betaald, heb ik ze op mijn handkar geladen en naar mijn opslagplaats aan de Distelachterstraat alhier overgebracht. Nadien heb ik een gedeelte hiervan in mijn wijk in het stadsdeel Noord te Amsterdam aan mijn klanten verkocht, terwijl het overige gedeelte, zijnde 15 zakken, door U op 1 November 1940 in beslag is genomen." Ik, verbalisant, verzocht hierop Van Wijk mij de plaats op de Centrale Markt aan te wijzen waar hij de besproken aardappelen had gekocht en opgeladen, benevens den persoon van wien hij ze gekocht had. Hij wees mij toen aan de Westelijke zijde van de Centrale Markt, plaats 45 aan, welke gelegen is recht tegenover plaats 21. Laatstgenoemde plaats is zooals reeds gemeld in huur door aangever Van Klaveren. Hoewel de markt nog in volle gang was, bleek de door Van Wijk bedoelde persoon niet meer aanwezig te zijn. Van Wijk verklaarde althans hem niet te zien. Op 7 November 1940, omstreeks 9 uur v.m. heb ik in gezelschap van Van Wijk wederom de Centrale Markt afgezocht naar den onbekenden verkooper, evenwel ook toen zonder eenig resultaat. Tenzien van de verklaring van Van Wijk, omtrent de herkomst van de besproken aardappelen, kan ik nog het volgende opmerken. Ten eerste, dat des namiddags, behoudens een uitzondering, geen grossiers meer op de Centrale Markt aanwezig zijn, ten tweede, dat de Centrale Markt een afgesloten terrein is, waar alleen toegang wordt verleend aan daartoe, door den Directeur van het Marktwezen, bevoegde personen, ten derde, dat door contröleurs geregeld op het terrein wordt gesurveilleerd, zoodat het vrijwel onmogelijk is, dat onbevoegden een plaats kunnen bezetten en openlijk zaken kunnen doen. Het is mij echter ook bekend, dat vele grossiers geen kwitantie afgeven voor gekochte en betaalde goederen. Dat Van Wijk geen kwitantie heeft ontvangen van de, naar zijn verklaring, door hem op 21 October 1940 gekochte en betaalde aardappelen, kan dan ook niet als een bezwarend getuigenis tegen hem worden ingebracht. Waar dan ook door mij niet het tegendeel van zijn verklaring kon worden aangetoond, heb ik op last van den Heer Commissaris van Politie in de 2e sectie, de door mij inbeslaggenomen aardappelen op 8 November weer aan hen teruggegeven. Gezien het feit, dat Van Wijk zich op 31 October 1940 op de Centrale Markt aan diefstal heeft schuldig gemaakt en dit heeft erkend en in aanmerking nemende de verklaring van aangever Van Klaveren, achtte ik, verbalisant, voldoende termen aanwezig om van het geval met de aardappelen in dit proces-verbaal melding te maken. Hiertoe heb ik van Van Wijk een zak, welke voorzien is van het kenteeken "K.v.K." in beslag genomen. Deze zak zal door mij op wettige wijze worden gedeponeerd aan de Griffie van den Arrondissements-Rechtbank alhier. Ik heb Van Wijk dit proces-verbaal aangezegd.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal, op den door mij afgelegden ambtseed, opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, 8 November 1940.
De ambtenaar van het Marktwezen,
[Handtekening: Velthuizen / Velthuis]
Den Heer Commissaris, Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar mogelijke heling of diefstal van aardappelen. De kern van de zaak draait om de geloofwaardigheid van verdachte Van Wijk. Hij beweert 20 zakken aardappelen legaal te hebben gekocht van een onbekende op de Centrale Markt, maar kan dit niet bewijzen met een kwitantie of door de verkoper aan te wijzen.
De verbalisant (de ambtenaar) is sceptisch omdat de regels op de Centrale Markt (toegangscontrole en surveillance) het onwaarschijnlijk maken dat een "onbekende" daar zomaar handelt. Echter, omdat het gebruikelijk was dat grossiers geen kwitanties uitschreven, kan het ontbreken daarvan niet direct als bewijs voor een misdrijf dienen. Hoewel de 15 in beslag genomen zakken worden teruggegeven bij gebrek aan bewijs voor deze specifieke partij, wordt er wel een proces-verbaal opgemaakt omdat Van Wijk een andere diefstal (op 31 oktober) heeft bekend. Een zak met het merkteken "K.v.K." (vermoedelijk de initialen van de benadeelde Van Klaveren) dient als bewijsstuk voor de rechtbank. Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd werd de voedselvoorziening steeds schaarser en nam de regeldruk op markten toe om zwarte handel en diefstal tegen te gaan. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 was geopend en fungeerde als het logistieke hart voor de voedseldistributie in de stad.
De vermelding van de "Distelachterstraat" plaatst de opslagruimte van de verdachte in Amsterdam-Noord (de Distelbuurt), een typische volksbuurt uit die tijd. De strikte controle door de "Directeur van het Marktwezen" en de inzet van controleurs tonen aan hoe gereguleerd de handel in primaire levensbehoeften zoals aardappelen al was, nog voordat de extreme schaarste van de latere oorlogsjaren intrad.