Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld en handgeschreven:]
No 77/52/6 M. 1940 27/11
No. 52/10 L.M.1940.
[paraaf]
acc. [paraaf] 30/11 40
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Markten
[Getypt:]
Straf bezoeker Centrale Markt.
[Handgeschreven parafen/notities:]
h. i. du.
M. Brouwer
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 15 November 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 7 November 1940, No. 77/52/3 M. (No. 52/10 L.M.1940);
Gelet op art. 35 van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t e n :
te bepalen, dat L. van Wijk, Bilderdijkstraat 187 III wegens diefstal, met ingang van 21 November 1940 zal worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van één jaar – derhalve tot 21 November 1941 –, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte n.l. een half jaar, dus tot 21 Mei 1941, zal worden ten uitvoer gelegd, terwijl het overige gedeelte van de straf onmiddellijk in werking treedt, indien Van Wijk voornoemd zich vóór 21 November 1943 wederom aan een strafbaar feit op die Markt zou schuldig maken.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks).
ET.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. [gestempeld]
[Rechtsonder, handgeschreven:]
77 Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse college van B&W. Het betreft een administratieve strafmaatregel tegen een burger, L. van Wijk, die zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal op de Centrale Markt.
De straf is een ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van één jaar. Opvallend is de juridische constructie: de straf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd. De eerste zes maanden (tot mei 1941) zijn onvoorwaardelijk, terwijl de resterende zes maanden als een soort proeftijd gelden tot november 1943. Als de betrokkene voor die tijd opnieuw in de fout gaat, wordt het restant van de straf alsnog uitgevoerd.
Het document toont de fijnmazige bureaucratie van het Amsterdamse stadsbestuur, waarbij zelfs specifieke marktstraffen via de Wethouder van Levensmiddelen en de Gemeentesecretaris (Van Lier) werden bekrachtigd. Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een reguliere politiemaatregel lijkt, moet dit gezien worden in het licht van de toenemende schaarste en de strikte regulering van de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren. De Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedseldistributie van de stad. Diefstal op een dergelijke strategische plek werd daarom streng en formeel aangepakt om de orde en de bevoorrading te waarborgen.
De genoemde wethouder was verantwoordelijk voor een breed scala aan diensten (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen), wat typerend was voor de taakverdeling binnen het toenmalige Amsterdamse ambtenarenapparaat. De ondertekenaar, Van Lier, was de invloedrijke gemeentesecretaris mr. dr. G. van Lier.