Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 138
Dossier 106
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / intern rapport.

13 en 14 juni 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / intern rapport. 13 en 14 juni 1940. Uit bijgaande gegevens blijkt wel,
dat de standplaatshouders zich
als regel laten vervangen of bijstaan
door huisgenooten of familieleden.
Uitzondering hierop maken
T. Spruit, die zich onbeperkt
mag laten vervangen door
G. de Groot en G. Rippens die
zich in verband met militaire
dienst mag laten vervangen
door J. Wagenaar.
Ten aanzien van deze personen
kan worden opgemerkt dat
T. Spruit als regel zelf zijn
standplaats inneemt, terwijl
Rippens, vóór dat hij in
militaire dienst was,
altijd zelf zijn standplaats
innam.
Indien hij thans uit de
militaire dienst is kan de
vergunning om zich te mogen
laten vervangen, worden ingetrokken.
Den Wethouder kan m.i. worden
bericht, dat z.g.n. verkoop van
plaatsen door standplaatshou-
ders, zoo goed als zeker is uitge-
sloten.

(G. Rippens is 6 Juni j.l. 13-6-'40
uit mil. dienst ontslagen, deze
toestemming tot vervanging kan
worden ingetrokken). 14-6-'40
De Boer De tekst is een ambtelijk advies betreffende het beheer van marktstandplaatsen. De auteur merkt op dat de meeste standhouders familieleden als hulp gebruiken, maar dat er twee specifieke uitzonderingen zijn vastgelegd.

De kern van de notitie is de situatie van de heer G. Rippens. Vanwege zijn militaire dienstplicht had hij toestemming om zich te laten vervangen door J. Wagenaar. Nu Rippens echter op 6 juni 1940 uit de dienst is ontslagen, adviseert de ambtenaar om deze tijdelijke vergunning in te trekken, zodat Rippens zijn plaats weer persoonlijk moet innemen. Daarnaast wordt de wethouder gerustgesteld dat er geen aanwijzingen zijn voor de illegale handel (verkoop) in standplaatsen tussen houders onderling. Dit document is geschreven in de directe nasleep van de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De datum (juni 1940) is cruciaal: Nederland was gecapituleerd en het Nederlandse leger werd gedemobiliseerd. Dit verklaart waarom Rippens begin juni uit militaire dienst werd ontslagen en zijn civiele beroep als marktkoopman weer kon oppakken. Het document illustreert hoe de lokale administratie en handhaving onmiddellijk na de inval weer overgingen tot de orde van de dag, inclusief het nauwgezet controleren van vergunningen voor marktkooplui.

Samenvatting

De tekst is een ambtelijk advies betreffende het beheer van marktstandplaatsen. De auteur merkt op dat de meeste standhouders familieleden als hulp gebruiken, maar dat er twee specifieke uitzonderingen zijn vastgelegd.

De kern van de notitie is de situatie van de heer G. Rippens. Vanwege zijn militaire dienstplicht had hij toestemming om zich te laten vervangen door J. Wagenaar. Nu Rippens echter op 6 juni 1940 uit de dienst is ontslagen, adviseert de ambtenaar om deze tijdelijke vergunning in te trekken, zodat Rippens zijn plaats weer persoonlijk moet innemen. Daarnaast wordt de wethouder gerustgesteld dat er geen aanwijzingen zijn voor de illegale handel (verkoop) in standplaatsen tussen houders onderling.

Historische Context

Dit document is geschreven in de directe nasleep van de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De datum (juni 1940) is cruciaal: Nederland was gecapituleerd en het Nederlandse leger werd gedemobiliseerd. Dit verklaart waarom Rippens begin juni uit militaire dienst werd ontslagen en zijn civiele beroep als marktkoopman weer kon oppakken. Het document illustreert hoe de lokale administratie en handhaving onmiddellijk na de inval weer overgingen tot de orde van de dag, inclusief het nauwgezet controleren van vergunningen voor marktkooplui.

Gerelateerde Documenten 5