Archiefdocument
Origineel
17 juli 1939 (gebaseerd op de datering "17 Juli 9" en de referentie naar het jaar 1938 in de verleden tijd). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. 1 17 Juli 9
15/4/4 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Den Haag en te Amersfoort, kan tariefsverhooging niet worden
aanbevolen. De vraag is dus of een redelyke kans bestaat,
dat de inkomsten door vermeerderden aanvoer zoodanig zullen
toenemen, dat daardoor de kosten voor verbetering van de
verlichting zullen worden gedekt.
Ter beantwoording van deze vraag diene, dat door
de Directie der Gemeente Electriciteitswerken in overleg met
my een plan is opgemaakt tot het plaatsen op het Amstelveenveld
van nog vier lichtmasten met ieder twee lichtpunten en van
één lichtmast met drie lichtpunten; alle masten zullen 10 m
hoog zyn en worden voorzien van lampen van 1000 watt. (Er
is thans slechts één mast van 10 m. met 3 lichtpunten, elk
van 1000 watt, op het Amstelveenveld aanwezig). De kosten van
dit plan worden door de Gemeente Electriciteitswerken op
ƒ 3630,- geraamd. De daaruit voortvloeiende kosten aan rente,
afschryving, onderhoud, slytage der lampen en stroomverbruik
kunnen op ƒ 585,- per jaar worden gesteld; hierby is, ten-
einde een inzicht te krygen in de gemiddelde kosten, de fic-
tie aangenomen van een annuïteit by aflossing in 10 jaren en
een rente van 4% 's jaars.
In 1938 bracht de automarkt op ƒ 1610,70. Teneinde
de bovenvermelde kostenvermeerdering van ƒ 585,- te dekken,
moeten de inkomsten met ± 36% toenemen; met andere woorden
het aantal motorvoertuigen, die worden aangevoerd, zal van
gemiddeld 104 per week moeten stygen tot gemiddeld 141 per
week. Gelet op de hierboven gegeven cyfers van Den Haag en
Amersfoort is deze en zelfs een grootere styging zeer wel
mogelyk; zoodat ik de uitvoering van het onderhavige plan
ten zeerste aanbeveel. Ik wys er nog op, dat de automarkt
vooral ook door niet-ingezetenen van Amsterdam wordt bezocht;
vermeerdering van dit bezoek brengt ongetwyfeld voor de stad
ook indirect voordeel (grooter bezoek van café's, restau-
rants e.d.).
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat een crediet van ƒ 3630,- wordt beschikbaar gesteld
voor uitbreiding van de verlichting der automarkt op het * Doel van het document: Het document is een formeel ambtelijk advies aan de wethouder om te investeren in de infrastructuur van de Amsterdamse automarkt. De schrijver probeert aan te tonen dat de investering zichzelf zal terugverdienen door een hogere bezettingsgraad van de markt.
* Argumentatiestructuur:
1. Noodzaak: Er is behoefte aan betere verlichting, maar een tariefsverhoging voor marktkooplui is (gezien de concurrentie met andere steden) niet wenselijk.
2. Technisch plan: In samenwerking met de Gemeente Electriciteitswerken is een concreet plan gemaakt voor masten van 10 meter hoog met krachtige lampen (1000 watt).
3. Financiële onderbouwing: De investering bedraagt ƒ 3630,-. De jaarlijkse lasten (ƒ 585,-) worden gedekt als het aantal auto's per week stijgt van 104 naar 141 (+36%).
4. Indirecte baten: De markt trekt mensen van buiten de stad aan, wat gunstig is voor de plaatselijke horeca.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. redelyke, zoodanig, styging, cyfers) en een zeer hoffelijke, zakelijke toon ("Ik moge U beleefd verzoeken"). Dit document stamt uit juli 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd nam het autobezit en de handel in motorvoertuigen gestaag toe, wat leidde tot de behoefte aan gespecialiseerde markten. De genoemde locatie, het Amstelveenveld (nu het Amstelveld aan de Prinsengracht), was destijds een belangrijke plek voor diverse markten.
Het document biedt een interessant inkijkje in de gemeentelijke bedrijfsvoering van die tijd. Het laat zien hoe de stad Amsterdam probeerde te concurreren met steden als Den Haag en Amersfoort door faciliteiten te verbeteren zonder de directe kosten voor de gebruikers te verhogen. Ook de koppeling tussen marktactiviteiten en de bredere economie (horeca-bezoek door "niet-ingezetenen") toont een modern economisch inzicht van de toenmalige ambtenarij. De technische details over de 1000 watt lampen illustreren bovendien de voortschrijdende elektrificatie en modernisering van de openbare ruimte.