Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 13 april 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (J.M.L.Ph. Feber). [Stempel/Gedrukt linksboven:]
№ 82/3/2 M. 1940 15/4
[Gedrukt:]
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 363 -1940-
BIJLAGEN .
[Gedrukt rechtsboven:]
AMSTERDAM, 13 April 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekeningen in de marge:]
23/4/40 [Initialen]
82/3/3 M
Rep. M. 22-4-40 [Paraaf]
[Inhoud:]
In antwoord op Uw schrijven van 10 April j.l., No. 82/3/1 M. bericht ik U er geen bezwaar tegen te hebben, dat U in de Commissie van Advies voor de Centrale Markt de mogelijkheid van latere openstelling van de markt in oorlogsomstandigheden aan de orde stelt. Ik wijs er U echter op, dat Uwerzijds op belanghebbenden geen aandrang mag worden uitgeoefend om ook in normale omstandigheden met een latere openstelling der markt genoegen te nemen. Slechts indien alle belanghebbenden den wensch daartoe te kennen zouden geven, zou ook voor normale omstandigheden een later openingsuur in overweging kunnen worden genomen.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening: Feber]
Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
[Linksonder gedrukt:]
Model G.A. 6
50.000—10-’37
[Rechtsonder handgeschreven potlood:]
82 De kern van deze brief is een beleidsmatige reactie op een voorstel om de openingstijden van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) te veranderen. De directeur van het Marktwezen heeft gevraagd of hij het verplaatsen van de openingstijden naar een later tijdstip bespreekbaar mag maken.
De wethouder stemt hiermee in, maar stelt een zeer strikte voorwaarde: deze verruiming/wijziging mag alleen gelden voor de huidige "oorlogsomstandigheden". Hij waarschuwt de directeur expliciet dat hij deze crisissituatie niet mag gebruiken om permanent een later openingsuur af te dwingen bij de handelaren en belanghebbenden. Alleen bij volledige unanimiteit ("alle belanghebbenden") zou een permanente wijziging voor normale tijden overwogen kunnen worden. De wethouder waakt hier over de belangen van de marktkooplieden en de logistieke keten, die gebaat waren bij de vroege uren die zij gewend waren. Het document is gedateerd op 13 april 1940, minder dan een maand voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land al sinds de mobilisatie van augustus 1939 in een staat van paraatheid.
De "oorlogsomstandigheden" waar de brief naar verwijst, hebben betrekking op de praktische hinder die men ondervond van de oorlog in Europa: verduisteringsmaatregelen (die werken in de vroege ochtenduren bemoeilijkten), distributieproblemen en het gebrek aan mankracht door de mobilisatie. De Centrale Markt was cruciaal voor de voedselvoorziening van Amsterdam; aanpassingen in de bedrijfsvoering waren noodzakelijk, maar zoals uit de brief blijkt, was de overheid huiverig om tijdelijke noodmaatregelen om te zetten in structurele veranderingen zonder brede steun van de marktpartijen. De ondertekenaar, J.M.L.Ph. Feber (RKSP), was de verantwoordelijk wethouder in deze laatste weken voor de bezetting.