Archiefdocument
Origineel
Jaarl. exploitatiekosten
Plan A
Annuïteit (bij 7%) van f 1500.- = f 140.-
onderhoud etc. " 5.-
3 lampes 400 W - 500 b. u. = 600 kWh - 4 c = " 24.-
slijtage lampes p. j. " 6.-
f 175.-
Plan B.
Annuïteit (bij 12%) van f 2500 = f 310.-
onderhoud etc. " 20.-
8 lampes 400 W - 500 b. u. = 1600 kWh - 4 c = " 64.-
slijtage lampes p. j. " 16.-
f 410.-
totaal f 585.- Het document bevat een gedetailleerde begroting van de jaarlijkse kosten voor twee technische installaties:
* Energieverbruik: De berekening voor het stroomverbruik is expliciet uitgeschreven. Voor Plan A: 3 lampen × 400 Watt × 500 branduren (b. u.) = 600.000 Wattuur of 600 kWh. Bij een tarief van 4 cent (4 c) per kWh komt dit neer op f 24,-.
* Slijtage: De kosten voor het vervangen van lampen (slijtage) zijn begroot op f 2,- per lamp per jaar (f 6,- voor 3 lampen in Plan A, f 16,- voor 8 lampen in Plan B).
* Investering: De post "Annuïteit" dekt de rente en afschrijving op de initiële investering (f 1500,- voor Plan A en f 2500,- voor Plan B).
* Onderhoud: Er is een vaste post voor algemeen onderhoud opgenomen.
* Totalen: De jaarlijkse kosten voor Plan A bedragen f 175,- en voor Plan B f 410,-, wat leidt tot een gezamenlijk totaal van f 585,- indien beide plannen worden uitgevoerd. Dit document is representatief voor de elektrificatieperiode in Nederland (vermoedelijk tussen 1910 en 1940). De lampen van 400 Watt wijzen op krachtige verlichting, mogelijk voor een fabrieksruimte, een kerkgebouw of straatverlichting. Het gebruik van de term "branduren" en de berekening per kWh laten zien dat men in deze periode zeer nauwkeurig de rendabiliteit van de overstap naar elektrische verlichting berekende ten opzichte van oudere methoden zoals gaslicht. De gehanteerde stroomprijs van 4 cent per kWh was indertijd een gangbaar commercieel tarief.
Samenvatting
Het document bevat een gedetailleerde begroting van de jaarlijkse kosten voor twee technische installaties:
* Energieverbruik: De berekening voor het stroomverbruik is expliciet uitgeschreven. Voor Plan A: 3 lampen × 400 Watt × 500 branduren (b. u.) = 600.000 Wattuur of 600 kWh. Bij een tarief van 4 cent (4 c) per kWh komt dit neer op f 24,-.
* Slijtage: De kosten voor het vervangen van lampen (slijtage) zijn begroot op f 2,- per lamp per jaar (f 6,- voor 3 lampen in Plan A, f 16,- voor 8 lampen in Plan B).
* Investering: De post "Annuïteit" dekt de rente en afschrijving op de initiële investering (f 1500,- voor Plan A en f 2500,- voor Plan B).
* Onderhoud: Er is een vaste post voor algemeen onderhoud opgenomen.
* Totalen: De jaarlijkse kosten voor Plan A bedragen f 175,- en voor Plan B f 410,-, wat leidt tot een gezamenlijk totaal van f 585,- indien beide plannen worden uitgevoerd.
Historische Context
Dit document is representatief voor de elektrificatieperiode in Nederland (vermoedelijk tussen 1910 en 1940). De lampen van 400 Watt wijzen op krachtige verlichting, mogelijk voor een fabrieksruimte, een kerkgebouw of straatverlichting. Het gebruik van de term "branduren" en de berekening per kWh laten zien dat men in deze periode zeer nauwkeurig de rendabiliteit van de overstap naar elektrische verlichting berekende ten opzichte van oudere methoden zoals gaslicht. De gehanteerde stroomprijs van 4 cent per kWh was indertijd een gangbaar commercieel tarief.