Ambtelijke notitie of rapportage betreffende de exploitatie van een markt.
Origineel
Ambtelijke notitie of rapportage betreffende de exploitatie van een markt. 30 mei 1939 (30-5-’39). [Linksboven:] 6.
Bij de directe voordeelen van de gemeente doordat hooger marktgelden worden ontvangen komen indirecte; meerder bezoek van vreemdelingen die hier geld verteren. Verhooging van tarieven nog niet nodig is en anderzijds afzien van de vraag of kosten al dan niet gedekt worden – gemeente – nu zij in het belang van de openbare orde een automarkt heeft ingesteld – verplicht voor een behoorlijke verlichting te zorgen. De bestaande verlichting is ten eenenmale ontoereikend.
Bij een verbeterde verlichting acht ik een toename van het aantal bezoekers met 35% niet denkbeeldig. Tevens kan verwacht worden, dat bij een betere verlichting van het marktterrein, de markt dan meer dan tot nu toe, bezocht zal worden door personen die in een beter soort auto’s handelen en dientengevolge het koopen door particuliere personen zal worden bevorderd.
Thans is het in hoofdzaak een tusschen handelaren onderling verhandelen van auto’s. Een parkeerverbod voor de onmiddellijke omgeving der markt, acht ik ongewenscht. Er zijn koopers, die hun wagens om de markt parkeren. De enkele, die tracht clandestiene [boven de regel toegevoegd], buiten de markt, tusschen de parkeerende auto’s een plaats in te nemen, loopt bij behoorlijk toezicht kans om te worden geverbaliseerd. Wanneer het parkeren verplaatst zou worden, zouden deze handelaren, zich met de parkeerders verplaatsen.
30-5-’39
[Handtekening: Delssen] In dit document adviseert een ambtenaar of toezichthouder over de verbetering van de lokale automarkt. De kernpunten zijn:
- Financieel belang: De markt is gunstig voor de gemeentekas door direct marktgeld en indirecte bestedingen van bezoekers ("vreemdelingen") in de lokale economie.
- Facilitering en Veiligheid: De schrijver stelt dat de gemeente, omdat zij de markt uit oogpunt van openbare orde heeft ingesteld, de morele en praktische plicht heeft om voor goede verlichting te zorgen. De huidige situatie wordt als "ten eenenmale ontoereikend" bestempeld.
- Professionalisering: Er wordt gepleit voor een kwaliteitsimpuls. Betere verlichting zou niet alleen 35% meer bezoekers trekken, maar ook de handel verschuiven van enkel "handelaren onderling" naar de particuliere markt met kwalitatief betere voertuigen.
- Handhaving: De schrijver ontraadt een parkeerverbod rondom de markt. Hij argumenteert dat concentratie van auto's juist toezicht op clandestiene (illegale) handel vergemakkelijkt. Bij verplaatsing van de parkeergelegenheid zou de illegale handel simpelweg meeverhuizen naar plekken waar minder toezicht is. Het document dateert van mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam het autobezit in Nederland toe, hoewel het nog steeds een luxe was. Automarkten waren destijds essentieel voor de handel in gebruikte voertuigen.
De toon van het document is typerend voor de vooroorlogse bureaucratie: zakelijk, gericht op openbare orde en lokale economische winst. De nadruk op "verlichting" suggereert dat de markt mogelijk ook in de avonduren plaatsvond of in de vroege ochtend, wat destijds gebruikelijk was voor vee- en goederenmarkten. De vrees voor "clandestiene handel" buiten het marktterrein wijst op een actieve poging van de gemeente om alle handel te reguleren en te belasten.