Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 345
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Betalingsherinnering (waarschuwing).

21 februari 1940. Van: Mogelijk een gemeentelijke instantie (Marktwezen Amsterdam). Aan: den Heer M. Cohen, Waterlooplein 51, Amsterdam-C.

Origineel

Dienstbrief / Betalingsherinnering (waarschuwing). 21 februari 1940. Mogelijk een gemeentelijke instantie (Marktwezen Amsterdam). den Heer M. Cohen, Waterlooplein 51, Amsterdam-C. (Handgeschreven bovenaan rechts): ten. hr. Müller
(Handgeschreven midden boven): Extra

DV.

85/13/1 M.
1
Letter N.

21 Februari 1940.

den Heer M. Cohen,
Waterlooplein 51,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

Waarschuwing betaling kramengeld.

Zaterdag
24 Februari a.s. Het document is een zakelijke mededeling aan de heer M. Cohen betreffende een achterstand in de betaling van "kramengeld". Kramengeld is de belasting of huur die betaald moet worden voor een standplaats op de markt. Het adres van de ontvanger, Waterlooplein 51, bevindt zich direct aan het plein waar de bekende dagmarkt werd gehouden.

De brief vermeldt een deadline: zaterdag 24 februari aanstaande. Het is een zeer summier document, waarschijnlijk een kopie voor het eigen archief of een kort geformuleerde formele aanzegging. De handgeschreven notitie "ten. hr. Müller" suggereert dat een ambtenaar of beheerder genaamd Müller bij de zaak betrokken was. De datum van de brief, 21 februari 1940, is historisch relevant: het is minder dan drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt daar was een vitale bron van inkomsten voor veel Joodse gezinnen. De naam Cohen bevestigt dat de ontvanger waarschijnlijk tot de Joodse gemeenschap behoorde. Dit soort administratieve documenten toont het normale dagelijkse leven en de bureaucratie die doorgingen vlak voordat de bezetting de levens van de bewoners van deze wijk totaal zou ontwrichten. Na de inval werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geweerd van de markten, wat begon met de instelling van aparte 'Joodse markten' in 1941. C. Marktwezen

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling aan de heer M. Cohen betreffende een achterstand in de betaling van "kramengeld". Kramengeld is de belasting of huur die betaald moet worden voor een standplaats op de markt. Het adres van de ontvanger, Waterlooplein 51, bevindt zich direct aan het plein waar de bekende dagmarkt werd gehouden.

De brief vermeldt een deadline: zaterdag 24 februari aanstaande. Het is een zeer summier document, waarschijnlijk een kopie voor het eigen archief of een kort geformuleerde formele aanzegging. De handgeschreven notitie "ten. hr. Müller" suggereert dat een ambtenaar of beheerder genaamd Müller bij de zaak betrokken was.

Historische Context

De datum van de brief, 21 februari 1940, is historisch relevant: het is minder dan drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt daar was een vitale bron van inkomsten voor veel Joodse gezinnen. De naam Cohen bevestigt dat de ontvanger waarschijnlijk tot de Joodse gemeenschap behoorde. Dit soort administratieve documenten toont het normale dagelijkse leven en de bureaucratie die doorgingen vlak voordat de bezetting de levens van de bewoners van deze wijk totaal zou ontwrichten. Na de inval werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geweerd van de markten, wat begon met de instelling van aparte 'Joodse markten' in 1941.

Genoemde Personen 1

C.

Locaties

Waterlooplein

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 5