Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 465
Dossier 10
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke interne notitie / lijst van achterstallige betalingen.

Origineel

Ambtelijke interne notitie / lijst van achterstallige betalingen. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
Nº 85/38 // M. 1940 25/6

[Rechtsboven, stempel in blauw/paars:]
DIENST MARKTWEZEN

[Hoofdtekst, handgeschreven:]
Schulden kramen verhuurders per 22 Juni 1940

Buiten nog enkele anderen met geringere
bedragen hebben de navolgende vergunnings-
houders schuld:

D. G. Wagenik f 9.79 betaalde intusschen f 4.-
M J. Brand „ 25.05 \
N M. Cohen „ 3.37 |
P. J. Sligman „ 20.60 |
TX. L. M. Geerlig „ 28.70 } „ „ f 10.-
C 2. A. J. Rogge „ 3.57 |
T.L. S. Schelvis „ 5.96 /

[Onderaan, handgeschreven:]
opgeroepen, doch
op 25/6 nog niet
verschenen.

[Rechtsonder, datumstempel:]
25 JUNI 1940

[Rechtsonder, handgeschreven initialen/paraaf:]
[JH?] Dit document is een administratieve lijst van de 'Dienst Marktwezen', gedateerd kort na de Duitse inval in Nederland. Het doel van de notitie is het rapporteren van achterstallige betalingen van staangeld of huur door marktkraamhouders.

De lijst bevat zeven specifieke namen met de bijbehorende schuldbedragen in guldens. De letters in de linkermarge (D, M, N, P, TX, C2, T.L.) verwijzen waarschijnlijk naar specifieke marktlocaties of sectoren binnen het marktwezen.

Opvallend is de aantekening bij G. Wagenik, die reeds een deelbetaling van 4 gulden heeft gedaan. De overige zes personen zijn gegroepeerd met een accolade, waarbij een bedrag van 10 gulden wordt vermeld (mogelijk een afgesproken termijnbedrag of een minimum dat voldaan moest worden). De slotopmerking "opgeroepen, doch op 25/6 nog niet verschenen" geeft aan dat deze personen gesommeerd waren om zich te verantwoorden of te betalen, maar daar op de dag van het stempel nog geen gehoor aan hadden gegeven. De datum van dit document, eind juni 1940, plaatst het in de allereerste fase van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve raderen van de Nederlandse gemeenten bleven in deze periode grotendeels doordraaien zoals voor de invasie.

Vanuit historisch perspectief, specifiek met betrekking tot de Jodenvervolging in Nederland, zijn de namen op de lijst van belang. Namen als 'Cohen' en 'Schelvis' zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel (zoals op de Waterloopleinmarkt of de markt in de schaduw van de Westertoren). Hoewel dit in juni 1940 nog een reguliere administratieve handeling lijkt te zijn betreffende huurschulden, zouden dergelijke lijsten en registraties later in de oorlog door de bezetter en collaborerende instanties gebruikt worden om de economische activiteit van Joodse burgers te bemoeilijken en hen uiteindelijk volledig van de markten te weren.

Samenvatting

Dit document is een administratieve lijst van de 'Dienst Marktwezen', gedateerd kort na de Duitse inval in Nederland. Het doel van de notitie is het rapporteren van achterstallige betalingen van staangeld of huur door marktkraamhouders.

De lijst bevat zeven specifieke namen met de bijbehorende schuldbedragen in guldens. De letters in de linkermarge (D, M, N, P, TX, C2, T.L.) verwijzen waarschijnlijk naar specifieke marktlocaties of sectoren binnen het marktwezen.

Opvallend is de aantekening bij G. Wagenik, die reeds een deelbetaling van 4 gulden heeft gedaan. De overige zes personen zijn gegroepeerd met een accolade, waarbij een bedrag van 10 gulden wordt vermeld (mogelijk een afgesproken termijnbedrag of een minimum dat voldaan moest worden). De slotopmerking "opgeroepen, doch op 25/6 nog niet verschenen" geeft aan dat deze personen gesommeerd waren om zich te verantwoorden of te betalen, maar daar op de dag van het stempel nog geen gehoor aan hadden gegeven.

Historische Context

De datum van dit document, eind juni 1940, plaatst het in de allereerste fase van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve raderen van de Nederlandse gemeenten bleven in deze periode grotendeels doordraaien zoals voor de invasie.

Vanuit historisch perspectief, specifiek met betrekking tot de Jodenvervolging in Nederland, zijn de namen op de lijst van belang. Namen als 'Cohen' en 'Schelvis' zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel (zoals op de Waterloopleinmarkt of de markt in de schaduw van de Westertoren). Hoewel dit in juni 1940 nog een reguliere administratieve handeling lijkt te zijn betreffende huurschulden, zouden dergelijke lijsten en registraties later in de oorlog door de bezetter en collaborerende instanties gebruikt worden om de economische activiteit van Joodse burgers te bemoeilijken en hen uiteindelijk volledig van de markten te weren.

Gerelateerde Documenten 5