Administratieve notitie of registerblad (mogelijk van een gemeentelijke dienst of marktwezen).
Origineel
Administratieve notitie of registerblad (mogelijk van een gemeentelijke dienst of marktwezen). Juli 1940 (specifieke data genoemd: 10 juni, 14/7 tot 20/7 en 23/7/1940). & [of X] T Wayert, 1e v.d. Helststraat 19
85/42/1 [rood] 10 Juni aangeschreven!
N°. 85/41/6. heeft fl 3.50 betaald
de schuld is echter f 12.55, dus
veel te groot in verhouding tot zijn
wekelijksche verbruik en betaling.
n. M. Cohen, Waterlooplein 51.
85/42/2 [rood] blijft ondanks betaling van f 10.- deze week toch
nog f 9.39 schuldig. Zijn week-
verbruik was de afgelopen week fl 11.07.
Aansporen het te kort in ieder geval geheel
aan te zuiveren.
CZ. A. J. Rogers, Lindengracht 256.
85/42/3 [rood] had reeds schuld. 1.83
vergrootte deze schuld nog 1.89
14/7 - 20/7 ----
Thans. 3.72
TZ. S Schelvis, Waterlooplein 56.
85/42/4 [rood] had reeds schuld. 3.94
vergrootte deze schuld nog, 2.88
14/7 - 20/7 1940 ----
23/7 - 1940 Thans. 6.82
Bespreken voor de vergunning in de boekhouding even na te gaan,
of inmiddels reeds betaald is.
[Paraaf] Het document is een administratief overzicht van openstaande schulden van diverse personen in Amsterdam in de zomer van 1940. De focus ligt op het "wekelijks verbruik" en de verhouding tot de gedane betalingen.
De tekst onderaan suggereert dat deze informatie cruciaal was voor het verlenen of verlengen van een vergunning. Gezien de adressen (Waterlooplein, Lindengracht) en de namen, zou dit kunnen gaan over marktvergunningen voor kooplieden. Er wordt nauwlettend in de gaten gehouden of de schulden niet te hoog oplopen in verhouding tot de wekelijkse afdracht. De rode nummers in de kantlijn (zoals 85/42/1) zijn referentienummers naar specifieke dossiers of boekhoudkundige posten. De context van dit document is historisch beladen. De datum juli 1940 plaatst de aantekeningen in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Twee van de genoemde personen, M. Cohen en S. Schelvis, wonen op het Waterlooplein, destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
Namen als Cohen en Schelvis zijn typisch Joods-Nederlandse namen. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en de gelijkgeschakelde gemeentelijke diensten de grip op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten te verstrakken. Administraties zoals deze werden later vaak gebruikt om Joodse ondernemers hun vergunningen te ontnemen of hun bezittingen te inventariseren. Hoewel het document op het eerste gezicht louter boekhoudkundig lijkt, vormt het een tastbaar overzicht van de dagelijkse economische strijd en de administratieve controle in een stad die aan de vooravond stond van ingrijpende deportaties. J. Rogers M. Cohen S. Schelvis Marktwezen