Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag/carbonkopie).
Origineel
Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag/carbonkopie). 6 augustus 1940. De Directeur (onderaan vermeld, bovenaan staat de handgeschreven naam "M. Rüter" of "M. Müller"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, rechtsboven:] M. Rüter [?]
[Links:]
VP/HG.
85/45/2 M.
[Rechts:]
6 Augustus 1940.
[Links:]
Overdracht vergunning tot
zetten van kramen op markten.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Ph.Locher, Zwanenburgwal 27, wien bij beschikking no.811 L.M.1938 d.d. 29 November 1938 door Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend tot het plaatsen van kramen op de markten Zwanenburgwal en Waterlooplein, schriftelijk heeft bericht, dat hij zijn zaak heeft verkocht aan de firma J.Maase en C.v.Keizerswaard, Palmstraat 73 alhier. De laatstgenoemde firma heeft, in overeenstemming met Locher voornoemd, verzocht de vergunning tot het plaatsen van kramen op de markten Zwanenburgwal en Waterlooplein op haar naam te doen overschrijven.
Dezerzijds bestaat tegen inwilliging van dat verzoek geen bezwaar, weshalve ik U beleefd in overweging geef wel te willen bevorderen, dat dienovereenkomstig wordt besloten.
De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen van de gemeente Amsterdam. De directeur van de betreffende dienst (vermoedelijk de Marktdienst) informeert de wethouder over de verkoop van de onderneming van de heer Ph. Locher aan de firma J. Maase en C. van Keizerswaard.
Locher beschikte sinds november 1938 over een officiële vergunning voor marktkramen op de Zwanenburgwal en het Waterlooplein. Vanwege de verkoop van zijn zaak is er een verzoek ingediend om deze vergunning over te schrijven op de naam van de nieuwe eigenaren. De directeur adviseert de wethouder om hiermee akkoord te gaan, aangezien er vanuit de dienst geen bezwaren zijn. De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten", "U beleefd in overweging geef"). De datum van het document, 6 augustus 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment ruim twee maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief oogt als een routineuze administratieve handeling, vond deze plaats in een periode waarin het dagelijks leven in Amsterdam ingrijpend begon te veranderen.
De locaties die genoemd worden, de Zwanenburgwal en het Waterlooplein, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter effect te krijgen op het economische leven. Veel Joodse ondernemers zagen zich in de loop van 1940 en 1941 genoodzaakt hun bedrijf te verkopen of over te dragen ("Arisering" of pogingen om bezit veilig te stellen bij niet-Joodse relaties). Hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of Ph. Locher Joods was, is de overdracht van een marktvergunning in deze buurt in de zomer van 1940 een gebeurtenis die in het licht van de nakende Jodenvervolging en de economische uitsluiting van Joden geplaatst moet worden. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting in eerste instantie op de oude voet doorging.