Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 248
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie van een officiële kennisgeving).

29 april 1940 (met handgeschreven aantekening: verzonden 30/4-'40). Van: De Directeur (van de Dienst der Markten, Amsterdam). Aan: Den Heer D. Vischjager, Nwe. Prinsengracht 90 III, Amsterdam-C.

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie van een officiële kennisgeving). 29 april 1940 (met handgeschreven aantekening: verzonden 30/4-'40). De Directeur (van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer D. Vischjager, Nwe. Prinsengracht 90 III, Amsterdam-C. [Handgeschreven, rechtsboven:] Lev. M. de Raat.

[Handgeschreven, linksboven:] DV.
[Getypt:] 90/25/10 [Handgeschreven:] Verzonden 30/4-'40.

[Getypt:]
29 April 1940.

den Heer D. Vischjager,
Nwe. Prinsengracht 90 III,
Amsterdam-C.
Wijk 10.

In verband met het feit, dat U zich op Zaterdag 20 April jl. op de door U bezette marktplaats op de markt Mosplein heeft laten assisteeren door een minderjarig meisje, heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van twee dagen. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur, * De overtreding: De heer D. Vischjager, een marktkoopman, heeft op zaterdag 20 april 1940 hulp gehad van een minderjarig meisje bij zijn marktkraam op het Mosplein (Amsterdam-Noord). Dit was in strijd met de toenmalige regels.
* Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van artikel 39, lid 1 van het 'Reglement op de Markten'.
* De straf: Een ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van twee dagen.
* Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De uitsluiting van twee dagen wordt alleen geëffectueerd als de heer Vischjager binnen dat jaar opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat.
* Toon en taalgebruik: De brief is gesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "assisteeren", "den tijd", "dezes"). Dit document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van marktregels in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De datum, 29 april 1940, is saillant: het is slechts elf dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940).

De ontvanger, de heer D. Vischjager, woonde aan de Nieuwe Prinsengracht, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren in die periode van Joodse afkomst. De bureaucratische molen van de gemeente Amsterdam draaide in de laatste dagen van de neutraliteit nog op volle toeren voor relatief kleine vergrijpen, zoals het inzetten van een minderjarig hulpje op de markt. Kort na deze brief zouden de omstandigheden voor Joodse marktkooplieden in Amsterdam door de Duitse bezettingsmaatregelen drastisch en op tragische wijze veranderen.

Samenvatting

  • De overtreding: De heer D. Vischjager, een marktkoopman, heeft op zaterdag 20 april 1940 hulp gehad van een minderjarig meisje bij zijn marktkraam op het Mosplein (Amsterdam-Noord). Dit was in strijd met de toenmalige regels.
  • Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van artikel 39, lid 1 van het 'Reglement op de Markten'.
  • De straf: Een ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van twee dagen.
  • Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De uitsluiting van twee dagen wordt alleen geëffectueerd als de heer Vischjager binnen dat jaar opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat.
  • Toon en taalgebruik: De brief is gesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "assisteeren", "den tijd", "dezes").

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van marktregels in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De datum, 29 april 1940, is saillant: het is slechts elf dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940).

De ontvanger, de heer D. Vischjager, woonde aan de Nieuwe Prinsengracht, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren in die periode van Joodse afkomst. De bureaucratische molen van de gemeente Amsterdam draaide in de laatste dagen van de neutraliteit nog op volle toeren voor relatief kleine vergrijpen, zoals het inzetten van een minderjarig hulpje op de markt. Kort na deze brief zouden de omstandigheden voor Joodse marktkooplieden in Amsterdam door de Duitse bezettingsmaatregelen drastisch en op tragische wijze veranderen.

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →