Getypte brief op officieel briefpapier van de militaire commandant.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier van de militaire commandant. 26 juni 1940. Ir. H. Mulder, Reserve kapitein, Commandant VIe Zl. A. tl. (6e Zoeklichtafdeling tegen luchtdoelen). De Directie der Gemeentelijke Markthallen, Amsterdam (W). VIe Zl. A. tl.
COMMANDANT.
Nr. M 3266 A
Betreft :
Opzegging vordering volgens bew.
nr. 23 krachtens Oorl.wet art.16.
Zl. 4 - 4e sectie.
BH/C.
Koog aan de Zaan, 26 Juni 1940.
Zooals U reeds mondeling is medegedeeld, is de vordering
volgens vorderingsbewijs nr 23, krachtens de Oorlogswet art. 16
afgeloopen met als laatste dag 28 Mei 1940.
Voor zoover door U vergoeding wordt verlangd, dient door U
een verzoekschrift te worden gericht aan den Minister van Defensie.
Na 28 Mei 1940 is alleen een loodsje nog tijdelijk blijven
staan, waarvoor door U voorloopig geen vergoeding wordt verlangd,
zooals mondeling besproken. Voor Uwe medewerking in dezen zeg ik
U ten zeerste dank.
De reserve kapitein,
C. VIe Zl. A. tl.
[Handtekening: Mulder]
Ir. H. Mulder.
Aan :
de Directie der Gem. Markthallen
Amsterdam (W). Deze brief dient als een officiële administratieve afwikkeling van een vordering die tijdens de mobilisatie of de meidagen van 1940 was opgelegd. De Commandant van de 6e Zoeklichtafdeling (tegen luchtdoelen) bevestigt schriftelijk dat het gebruik van gevorderde eigendommen van de Amsterdamse Markthallen formeel is beëindigd op 28 mei 1940.
Opvallende elementen:
* Vergoeding: De ontvanger wordt verwezen naar de Minister van Defensie voor het aanvragen van een financiële tegemoetkoming.
* Uitzondering: Er wordt melding gemaakt van een loodsje dat nog tijdelijk in gebruik blijft, waarvoor de eigenaar (de Markthallen) akkoord is gegaan met het (voorlopig) niet vragen van een vergoeding.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en hoffelijk, kenmerkend voor militaire correspondentie uit die periode. De brief is gedateerd op 26 juni 1940, minder dan twee maanden na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Tijdens de Duitse inval en de daaraan voorafgaande mobilisatie vorderde het Nederlandse leger op grote schaal gebouwen, terreinen en materieel van zowel burgers als instanties op basis van de Oorlogswet.
Na de capitulatie moesten deze vorderingen worden afgewikkeld. Het feit dat er nog steeds gecommuniceerd wordt met "den Minister van Defensie" wijst erop dat de Nederlandse ambtelijke en militaire administratie in de beginfase van de bezetting nog grotendeels volgens de bestaande structuren functioneerde, onder toezicht van de bezetter. De VIe Zoeklichtafdeling was verantwoordelijk voor luchtafweer; de Markthallen in Amsterdam-West boden waarschijnlijk een strategische locatie voor dergelijke opstellingen of opslag.