Getypte brief / intern memorandum.
Origineel
Getypte brief / intern memorandum. 29 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals Publieke Werken of Stadsreiniging). Voorzitter van de Kleine Benzinecommissie, Kamer 198, Raadhuis. [Rechterbovenhoek, handgeschreven:]
M. Linna
[Rechterbovenhoek, getypt:]
VII/HG.
den Heer Voorzitter van de
Kleine Benzinecommissie,
Kamer 198,
Raadhuis,
100/10/9 M. 29 October 1940.
Naar aanleiding van de circulaire van den heer Burgemees-
ter d.d. 22 October 1940 no. 711 V.H. 1940 deel ik U mede, dat mijn
dienst tot 1 Januari a.s. ± 43 m3 hout, geschikt voor houtgasgenera-
toren, beschikbaar kan stellen.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling binnen het gemeentelijk apparaat. De directeur van een specifieke dienst reageert op een circulaire (rondschrijven) van de burgemeester. De essentie van de brief is de toezegging van een hoeveelheid brandstof (circa 43 kubieke meter hout) voor het aandrijven van voertuigen.
Opvallend is de vroege datum in de bezettingsperiode (oktober 1940), wat aantoont dat de brandstofschaarste vrijwel direct na de Duitse inval een prangend administratief probleem werd. De tekst is opgesteld in de toen gangbare formele ambtenarentaal ("den heer", "deel ik U mede"). De genoemde 'Kleine Benzinecommissie' was verantwoordelijk voor de strikte toewijzing van de schaars beschikbare brandstoffen aan noodzakelijke diensten. Dit document is een direct gevolg van de brandstofschaarste tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omdat benzine door de Duitse bezetter werd gevorderd voor de oorlogsvoering of simpelweg niet meer kon worden geïmporteerd, moest het civiele transport overschakelen op alternatieven.
De genoemde houtgasgeneratoren waren apparaten die achterop of naast een voertuig werden gemonteerd. Hierin werd hout vergast, waarna dit gas als brandstof voor de verbrandingsmotor diende. Het feit dat een gemeentelijke dienst hout beschikbaar stelt aan de Benzinecommissie, illustreert de overgang van een vloeibare brandstofeconomie naar een nood-economie waarin lokale grondstoffen cruciaal werden om vitale stadsdiensten (zoals vuilnisophaal of ziekenvervoer) draaiende te houden. Het adres "Raadhuis" suggereert dat dit document afkomstig is uit een groot gemeentearchief, mogelijk dat van Amsterdam. M. Linna Publieke Werken