Officiële mededeling/circulaire (getypt op papier).
Origineel
Officiële mededeling/circulaire (getypt op papier). 27 augustus 1940. Gemeentelijk Materialenbureau, Oudezijds Achterburgwal 213, Amsterdam. Gemeentelijk Materialenbureau.
Oudezijds Achterburgwal 213
Amsterdam, 27 Augustus 1940.
Telefoon 43130, toestellen 569, 568 en 483.
MEDEDEELING No. 1.
Rijksbureau voor Rubber.
Dit Rijksbureau brengt het volgende ter kennis:
Behandeling der autobandenkaarten door grootverbruikers.
In aansluiting op de U reeds toegezonden circulaire RBR 150 deel ik U het volgende mede. Door de invoering der autobandenkaarten is de tot op heden geldende grootverbruikersregeling grootendeels vervallen.
Voorraadvorming.
Voor het in voorraad koopen van banden kan geen toestemming meer worden verleend.
Montage van banden uit nog aanwezigen voorraad.
Het is streng verboden, zonder voorafgaande vergunning van het Rijksbureau voor Rubber, banden uit voorraad te monteeren. Dit geldt ook voor de in voorraad zijnde bruikbare of bruikbaar te maken banden, dus voor banden, welke genoteerd werden in de kolommen 5, 35 of 55 van het formulier RBR 28.
Aanvragen van banden uit eigen voorraad.
Vergunning tot het monteeren van een band uit eigen voorraad dient te geschieden middels Uw autobandenkaart. In een der vakjes D, E, F, G, H, I, K of L schrapt U aan de rechterbovenzijde de woorden: "Naam bandenhandelaar", "Plaats en datum", "Straat" door en schrijft daarvoor in de plaats: "Eigen voorraad". Uw inschrijvingsnummer dient U in te vullen. Overigens dienen de betreffende vakjes natuurlijk volgens den voordruk te worden ingevuld.
Nadat de bandenkaart door het R.B.R. is behandeld en de aanvrage is goedgekeurd - hetgeen blijkt uit de op de linkerzijde van een der bovengenoemde vakjes gestelde handteekening - vult U aan de rechterzijde de kaart op de volgende wijze in:
U schrapt door "Afgeleverd" en vervangt dit door "Gemonteerd", terwijl "Naam bandenhandelaar" en "Handteekening bandenhandelaar" dient te worden vervangen door "Naam grootverbruiker" en "Handteekening grootverbruiker". "De oude band wordt ingenomen" dient te worden vervangen door "De oude band wordt bewaard". Overigens dienen de betreffende vakjes natuurlijk volgens den voordruk te worden ingevuld.
Aanvragen voor banden ter aankoop, welke niet in voorraad zijn.
Aanvragen voor banden ter aankoop, welke U niet in voorraad heeft, dienen via een bandenhandelaar op de wijze als in de U verstrekte circulaire RBR 150 omschreven, te worden ingediend.
Van de voor grootverbruikers bestemde formulieren vervallen de formulieren RBR 24, 25 en 30.
BELANGRIJK.
Ik wijs U erop, dat U steeds van alle wijzigingen in Uw wagenpark ten spoedigste opgave dient te doen aan het Rijksbureau voor Rubber.
Vervanging van plakmiddelen.
In een op 1 Augustus j.l. verschenen circulaire van het Rijksbureau voor Rubber wordt bekend gemaakt, dat, gezien de huidige rubber- en latex-voorraad-situatie, zich de noodzakelijkheid voordoet het gebruik van rubber en/of latex voor plakmiddelen tot het uiterste te beperken en er naar ge- Dit document is een ambtelijke instructie gericht aan 'grootverbruikers' (bedrijven of instanties met een eigen wagenpark) in Amsterdam. De kern van de boodschap is de overgang naar een strenger distributiesysteem voor autobanden.
Belangrijke punten in de tekst:
1. Centralisatie: Het Rijksbureau voor Rubber neemt de volledige controle over de distributie.
2. Verbod op voorraad: Het is niet langer toegestaan om banden op voorraad te kopen; alles moet via een vergunningsstelsel.
3. Bureaucratische aanpassing: Er wordt zeer gedetailleerd uitgelegd hoe bestaande formulieren handmatig moeten worden aangepast (overschrijven van termen als 'bandenhandelaar' naar 'eigen voorraad').
4. Schaarste: De laatste paragraaf over plakmiddelen (lijm) onderstreept de nijpende tekorten aan natuurrubber en latex. De datum van het document, 27 augustus 1940, is cruciaal. Nederland is op dat moment ruim drie maanden bezet door nazi-Duitsland. Rubber was een strategische grondstof die essentieel was voor de oorlogsvoering (voor voertuigen, vliegtuigen en machines).
Vanwege de Britse zeeblokkade kon er geen rubber meer worden geïmporteerd uit de koloniën in Zuidoost-Azië. Hierdoor ontstond onmiddellijk een enorme schaarste. Het 'Rijksbureau voor Rubber' was een van de crisisinstellingen die door de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat werden ingezet om de distributie van schaarse goederen te reguleren. Dit document illustreert hoe de samenleving al in de eerste maanden van de bezetting te maken kreeg met strikte rantsoenering en de bureaucratische last die dit met zich meebracht voor transportbedrijven en gemeentelijke diensten.